Jehovah’s gebruik van aardbevingen
„DE VAL van Jericho, de vernietiging van Sodom en Gomorra en andere bijbelse gebeurtenissen werden veroorzaakt door zich herhalende aardbevingen langs de slenk van de Dode Zee, aldus een verhandeling door Amos Nur van de Stanford Universiteit in Californië en Zeʼev Reches van het Weizmann-instituut in de Israëlische plaats Rehovoth.” — New Scientist, 7 juni 1979.
De slenk van de Dode Zee, verklaart het rapport, maakt deel uit van de breuklijn tussen de Afrikaanse en de Arabische platen of aardlagen. De platen schuiven tijdens een beving ongeveer een halve meter langs elkaar. De Jordaan, de Dode Zee en de stad Jericho liggen langs of in de buurt van deze verschuivingslijn.
Toen de Israëlieten het gebod kregen hun verblijf in de wildernis te beëindigen en het land Kanaän binnen te trekken, moesten zij een buiten haar oevers getreden Jordaan oversteken. Zodra de priesters die voor het volk uit gingen, de Jordaan instapten, ’kwamen de wateren die van boven afkwamen, tot staan . . . terwijl die welke naar de zee van de Arába, de Zoutzee, afvloeiden, werden afgevoerd’. — Joz. 3:15, 16.
Nur zegt in zijn verslag: „Dat de Jordaan op wonderbaarlijke wijze tegengehouden werd, waardoor Jozua en zijn troepen konden overtrekken, stond waarschijnlijk in verband met een aardbeving. Bij 10 van de 30 bevingen waarvan in de literatuur melding wordt gemaakt, waaronder bevingen in 1834, 1906 en 1927, stroomde er gedurende één à twee dagen geen water meer door de Jordaan vanwege de door de aardbeving ontstane aardverschuivingen.”
Na het overtrekken van de Jordaan marcheerden de Israëlieten onder Jozua op de door Jehovah voorgeschreven wijze rond Jericho, en „nu geschiedde het dat zodra het volk het horengeschal hoorde en het volk een luide strijdkreet aanhief, daar stortte de muur tegen de vlakte” (Joz. 6:20). In de verhandeling door Nur en Reches wordt gesteld: „De overblijfselen van de muren van Jericho . . . schijnen in één richting te zijn gevallen, wat erop duidt dat ze door een aardbeving werden neergehaald.”
Deze onderzoekers merken op dat soortgelijke „horizontaal-verschuivingen bij de San Andreas breuk” in Californië enorme stofwolken doen opwaaien die hen herinneren aan het bijbelse verslag over de vernietiging van Sodom en Gomorra, en aan het feit dat Abraham van verre zag dat ’er een dikke rook opsteeg van het land, als de dikke rook van een kalkoven!’ Archeologische bronnen stemmen ermee in dat de ondergang van Sodom en Gomorra waarschijnlijk werd veroorzaakt door een aardbeving, tezamen met het exploderen en verbranden van asfalt, zout en zwavel. ’Jehovah’, zegt het verslag, ’liet het zwavel en vuur regenen.’ — Gen. 19:24-28.
Jehovah maakte veelvuldig gebruik van natuurkrachten om zijn voornemens te verwezenlijken, door het moment waarop die krachten werkzaam waren, zo te kiezen dat het Zijn doel diende.