Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w80 15/3 blz. 6
  • „Jehovah heeft iets groots gedaan”

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • „Jehovah heeft iets groots gedaan”
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1980
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1980
w80 15/3 blz. 6

„Jehovah heeft iets groots gedaan”

WAT is het verkwikkend „een goed bericht uit een ver land” te ontvangen! (Spr. 25:25) Het was inderdaad vreugdevol een brief uit Bangui in de Centraal-Afrikaanse Republiek te ontvangen, gedateerd 1 oktober 1979 en geschreven op het officiële briefpapier van Jehovah’s Getuigen, die in dat land wettelijk geregistreerd staan als „Association Les Témoins de Jéhovah”. De brief begon met de volgende woorden:

„Zijn jullie verbaasd dit briefhoofd van het genootschap te zien? Wel, wij hier zijn net zo verbaasd als jullie. Ja, sinds donderdagavond 27 september, om zes uur, leven alle getuigen van Jehovah hier in de Centraal-Afrikaanse Republiek in een gelukkige droom, vervuld met dezelfde onuitsprekelijke vreugde als waarover in Psalm 126 wordt gesproken. Op dat tijdstip werd hier in Bangui in het openbaar via het officiële radiostation bekendgemaakt dat het op 19 augustus 1976 tegen Jehovah’s Getuigen uitgevaardigde verbod werd opgeheven en dat het ons weer is toegestaan vrijuit in het gehele gebied van de Centraal-Afrikaanse Republiek te prediken.”

Dit vreugdevolle nieuws ging vergezeld van een kopie van het regeringsbesluit, ondertekend door de president van de Republiek, de heer David Dacko, waardoor de opheffing van het verbod officieel werd bekrachtigd. De heer Dacko verving op 20 september keizer Bokassa als hoofd van de regering en wij kunnen hem prijzen voor het feit dat hij de onderdrukte getuigen van Jehovah zo snel hun vrijheid van godsdienst en spreken heeft teruggegeven.

Hoe hebben de Getuigen op dit verstandige optreden van regeringswege gereageerd? Het verslag uit Bangui vervolgt:

„De vrienden hier zijn heel snel tot ijverige activiteit teruggekeerd. Reeds het afgelopen weekend is een groot aantal eropuit getrokken om zich opnieuw in de van-deur-tot-deuractiviteit te verheugen. De gemeente die toegang tot hun Koninkrijkszaal hadden, zaten er zondag alweer in voor hun openbare lezing en de Wachttoren-studie. Alleen al de drie gemeenten hier in de stad, waarmee momenteel in totaal 150 [Getuigen] samenwerken, noteerden gisteren bij elkaar een aantal aanwezigen van 612 personen. Zelfs vele mensen die geen getuigen van Jehovah zijn, hebben hun vreugde over de opheffing van het verbod tot uitdrukking gebracht. [Sommigen] vragen . . . waarom alle andere religies zo nauw bij de [vorige regering] betrokken waren geraakt, terwijl alleen Jehovah’s Getuigen volkomen neutraal bleven.

Door hun neutraliteit ten aanzien van de politieke revoluties en conflicten die nu in verscheidene delen van Afrika aan de gang zijn, hebben Jehovah’s Getuigen het respect van vele mensen alsmede van enkele regeerders, gewonnen. In tegenstelling tot de religies van de christenheid, die in de gunst trachten te komen bij welke regeerder er maar ook aan de macht is, of hij nu een tiran of een liberale regeerder is, volgen Jehovah’s Getuigen consequent de enige handelwijze die voor ware christenen openstaat — namelijk „geen deel van de wereld” te zijn. Als gevolg hiervan ondergaan zij in vele landen vervolging. Dit accepteren zij echter bereidwillig, evenals hun Meester, Jezus Christus, die „wegens de hem voorgestelde vreugde” alle dingen verduurde. — Joh. 15:18-21; Hebr. 12:2.

Een van de regeerders van Jeruzalem, Gamaliël, gaf in verband met de eerste-eeuwse christenen de volgende verstandige raad: „Laat u niet in met deze mensen, maar laat hen begaan” (Hand. 5:38). Als president van de Centraal-Afrikaanse Republiek heeft de heer David Dacko ten aanzien van de christelijke getuigen van Jehovah dezelfde nobele handelwijze gevolgd. Vrijheidlievende mensen over de gehele wereld zullen hem hiervoor prijzen. En het is te hopen dat de regeerders van andere Afrikaanse landen waar Jehovah’s Getuigen nog steeds verboden zijn, dit voortreffelijke voorbeeld ter harte zullen nemen en deze onschuldige christenen de vrijheid zullen verlenen Jehovah God te aanbidden op de wijze die hij hun door middel van de bladzijden van zijn Woord de bijbel gebiedt.

Ja, Jehovah’s Getuigen in de Centraal-Afrikaanse Republiek zijn verrukt dat zij met de woorden van Psalm 126:2, 3 kunnen zeggen: „Onze mond [werd] vervuld met lachen, en onze tong met vreugdegeroep. In die tijd ging men onder de natiën zeggen: ’Jehovah heeft iets groots gedaan door wat hij met hen heeft gedaan.’ Jehovah heeft iets groots gedaan door wat hij met ons heeft gedaan. Wij zijn verheugd geworden.”

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen