„De Wachttoren” — 100 jaar aankondiger van Jehovah’s koninkrijk
Enthousiaste vergadering in Pittsburgh ter gelegenheid van dit feit
„Uit de bijbel blijkt niet dat Gods volk het honderdste jaar van iets vierde. En vanmorgen herdenk ik niet de honderdste verjaardag van iets of iemand, maar ik heb wel de regeling in gedachten die God voor zijn uitverkoren volk in de oudheid, de natie Israël, instelde. Volgens de Mozaïsche wet stelde hij sabbatjaren in. Er zou een opeenvolging zijn van zeven sabbatjaren, en daarna zou als hoogtepunt een vijftigste jaar komen, dat het jubeljaar werd genoemd, waarin het volgende moest worden aangekondigd: ’Roep een vrijlating uit in het land voor al zijn bewoners.’ Op grond daarvan is dit jaar 1979 het tweede jubeljaar van het tijdschrift ’De Wachttoren’. En deze maand juni is de laatste maand van dat tweede jubeljaar, zodat dit tijdschrift op 30 juni 100 jaar in omloop zal zijn.” — Lev. 25:10.
Dit waren de openingswoorden van Frederick W. Franz, president van het Wachttoren-, Bijbel- en Traktaatgenootschap, die werden gericht tot een geestdriftig publiek van 8153 personen die op 17 juni 1979 bijeen waren in de Civic Arena van Pittsburgh, in de Amerikaanse staat Pennsylvania. Deze gelegenheid was het hoogtepunt van twee dagen van speciale activiteit in het gebied van Pittsburgh, waar 100 jaar geleden met het uitgeven van „De Wachttoren” werd begonnen. De nieuwsmedia stelden belang in de gebeurtenis en drie televisiestations zonden reporters om verslag uit te brengen over verschillende onderdelen van het weekendprogramma. Op zaterdag 16 juni namen 2593 personen deel aan het aanbieden van de „Wachttoren”-uitgave van 1 juli 1979 aan de mensen in het gebied van Pittsburgh. In de binnenstad kon men Jehovah’s Getuigen bijna op elke hoek van de straat „De Wachttoren” zien aanbieden.
Op passende wijze begon, na een lied en gebed, het zondagprogramma met een model „Wachttoren”-studie waaraan alleen door reizende opzieners en hun vrouwen werd deelgenomen. Vervolgens werden er door Ulysses Glass van Brooklyn Bethel interviews gehouden met 26 getuigen van Jehovah, van wie verschillenden „De Wachttoren” al lazen in de dagen van de eerste uitgever en oprichter van het tijdschrift, Charles T. Russell. Een van hen was een zuster die twee jaar voordat „De Wachttoren” voor het eerst verscheen, werd geboren, zodat zij nu 102 jaar oud is. Toen haar werd gevraagd: „Hoe lang verwacht je Jehovah te dienen?” antwoordde zij: „Zo lang als de Heer mij kracht geeft.” Anderen zeiden over „De Wachttoren”: „Het is net een brief van mijn vader; ik sla nooit een artikel over.” „’De Wachttoren’ geeft ons de waarheid en de waarheid maakt ons vrij.” „Ik lees iedere uitgave binnen 24 uur uit.” „Het tijdschrift wordt nooit afgezaagd; het blijft altijd fris.” „Het is het enige tijdschrift dat Gods koninkrijk, dat het thema van de bijbel is, aankondigt en daarover spreekt.” „Het tijdschrift is als een reddingslijn die helpt ons uit de zee van de ondergang te trekken.”
Ten slotte sprak Frederick W. Franz, die zelf al meer dan zestig jaar ijverig „De Wachttoren” bestudeert, het aandachtige gehoor toe over het onderwerp „De Wachttoren — 100 jaar aankondiger van Jehovah’s koninkrijk”. Dit was de eerste keer dat hij als vierde president van het Wachttoren-, Bijbel- en Traktaatgenootschap de bijeengekomen gemeente in Pittsburgh toesprak. Deze boeiende leerstellige geschiedenis gaf de beginjaren van „De Wachttoren” weer in een schilderachtige beschrijving van het wereldtoneel in de tijd dat het tijdschrift verscheen. De groei die het tijdschrift vervolgens doormaakte gedurende de honderd jaar van waakzame dienst voor de christelijke gemeente en de wereld, welke periode met het tijdsbestek van twee jubeljaarperiodes werd vergeleken, verleende een passende schriftuurlijke omlijsting aan dit honderdste verschijningsjaar. Gedurende de gehele toespraak waren er acht vergrote reprodukties van verschillende, historisch gezien belangrijke voorpagina’s van „De Wachttoren” op het podium te zien, die daar tijdens de aan de toespraak voorafgaande interviews waren neergezet. De slotwoorden van de spreker vormden een passend besluit van het tweedaagse programma:
„En wat kunnen wij ter gelegenheid van dit jubileum als een passende wens tot uitdrukking brengen? Dat het tijdschrift ’De Wachttoren’ blijft verschijnen! Hoe lang het zal blijven verschijnen, weten wij niet. Of het in het komende samenstel van dingen gepubliceerd zal worden, weten wij niet. Wat dan de universele, wereldomvattende naam ervan zal zijn, weten wij niet. Of het zijn Hebreeuwse naam, zoals het in Israël wordt genoemd, zal dragen, weten wij niet. Maar wij weten wel dat het een van de belangrijkste instrumenten is die Jehovah God deze gehele afgelopen honderd jaar heeft gebruikt. En het gaat ermee voort Gods volk te voeden, en het gaat ermee voort Jehovah’s koninkrijk aan de gehele wereld te verkondigen. Het is ’De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk’. En daarom zijn wij er trots op de verspreiders van dit tijdschrift te zijn, zowel van huis tot huis als door middel van straatwerk. . . .
Mogen wij, wanneer wij deze plaats nu verlaten, teruggaan naar het veld en het tijdschrift ’De Wachttoren’ op een zo uitgebreid mogelijke schaal verspreiden en met de Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania samenwerken zolang dit Genootschap Jehovah’s voornemen nog dient. Moge Jehovah’s goedgunstige zegen rusten op allen die hier vanmorgen aanwezig zijn.”