Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w79 15/6 blz. 28-29
  • Hoe lang zal God mij vergeten?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Hoe lang zal God mij vergeten?
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1979
  • Vergelijkbare artikelen
  • Vertrouw onvoorwaardelijk op Jehovah
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2011
  • Vertrouwen ondanks gevaar
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1979
  • Jehovah heeft in Bijbelse tijden ontkoming verschaft
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2008
  • Moed onder goddelijke bescherming
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1962
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1979
w79 15/6 blz. 28-29

Psalmen

Hoe lang zal God mij vergeten?

HEBT u, wanneer u grote ontberingen en moeilijkheden moest doorstaan, ooit het gevoel gehad dat God u helemaal was vergeten? Vroeg u zich af of hij misschien misnoegd over u was en u daarom niet hielp bij het oplossen van drukkende problemen?

Zo voelde David zich eens, misschien toen hij door koning Saul werd vervolgd, of later, tijdens de opstand van zijn zoon Absalom. Ongeacht om welke periode het gaat, David werd gedurende zo’n lange tijd beproefd dat hij zich in een zeer neerslachtige toestand bevond en zich afvroeg of Jehovah hem was vergeten. Hij werd ertoe gebracht uit te roepen: „Hoe lang, o Jehovah, zult gij mij vergeten? Voor eeuwig? Hoe lang zult gij uw aangezicht voor mij verbergen?” (Ps. 13:1) Het scheen David toe alsof Jehovah zijn aangezicht in misnoegen had verborgen en daarom niet ten behoeve van hem ingreep. Vervolgens vraagt hij dan ook: „Hoe lang zal ik weerstand leggen in mijn ziel, droefheid in mijn hart bij dag?” Dit zou kunnen betekenen dat hij zich afvroeg hoe lang hij uit eigen kracht weerstand moest zien te bieden aan de bedroevende omstandigheden waarin hij zich bevond en hoe lang zijn droefheid dag in dag uit zou voortduren.

Vervolgens stelt de psalmist de vraag: „Hoe lang zal mijn vijand zich boven mij verheffen?” Schijnbaar verlaten door Jehovah, vraagt hij zich aldus af hoe lang zijn vijanden de overhand zullen hebben. Hij laat deze vraag volgen door het dringende verzoek: „Zie toch op mij neer; antwoord mij, o Jehovah, mijn God. Doe mijn ogen toch stralen, opdat ik niet in de dood ontslape, opdat mijn vijand niet zegge: ’Ik heb hem overwonnen!’ opdat mijn tegenstanders zelf niet blij zijn omdat ik aan het wankelen ben gebracht” (Ps. 13:2-4). Ja, David verlangde er vurig naar dat de Allerhoogste zijn smeekbede zou verhoren door hem te hulp te komen en hem op te monteren, zodat zijn ogen zouden „stralen” of „schitteren”. Hij wilde in leven blijven, zodat zijn vijanden niet de gevolgtrekking zouden maken dat zij werkelijk hadden getriomfeerd en zich erover zouden verheugen dat hij aan het wankelen was gebracht en een val had gemaakt waarvan hij zich niet zou herstellen.

Zelfs hoewel David het gevoel had dat hij door Jehovah was verlaten, bleef zijn geloof sterk. Dit blijkt uit zijn slotwoorden: „Wat mij aangaat, ik heb op uw liefderijke goedheid vertrouwd; laat mijn hart blij zijn in uw redding. Ik wil zingen ter ere van Jehovah, want hij heeft mij op een belonende wijze bejegend” (Ps. 13:5, 6). Ondanks de moeilijkheden waaraan hij het hoofd moest bieden, vertrouwde David op Jehovah’s liefderijke goedheid of actieve mededogende zorg en keek hij hoopvol en verheugd uit naar bevrijding van zijn beproevingen. Hij herinnerde zich hoe Jehovah hem in het verleden op een belonende wijze had bejegend en besloot lofliederen te blijven zingen.

Wij moeten evenals David nooit vergeten welke grootse dingen Jehovah God voor ons heeft gedaan. Als uitdrukking van zijn allesovertreffende liefde heeft hij zijn eniggeboren Zoon gegeven (Joh. 3:16). Sinds wij de Allerhoogste hebben leren kennen, hebben wij, als antwoord op onze gebeden, zijn liefdevolle zorg en hulp persoonlijk ervaren. Op grond van wat wij weten over de wijze waarop onze Schepper met zijn dienstknechten als groep en individueel handelt, kunnen wij het vertrouwen bezitten dat hij ons in tijden van nood zal sterken. Wanneer wij een bepaalde periode van beproeving doormaken, kunnen wij troost putten uit de geïnspireerde woorden: ’Werp al uw bezorgdheid op hem, want hij zorgt voor u.’ — 1 Petr. 5:7.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen