Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w79 1/6 blz. 27-28
  • Jehovah, een betrouwbare toevlucht

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Jehovah, een betrouwbare toevlucht
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1979
  • Vergelijkbare artikelen
  • Vertrouw onvoorwaardelijk op Jehovah
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2011
  • Vertrouwen ondanks gevaar
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1979
  • Jehovah heeft in Bijbelse tijden ontkoming verschaft
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2008
  • ’Zoek toevlucht bij de naam van Jehovah’
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2011
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1979
w79 1/6 blz. 27-28

Psalmen

Jehovah, een betrouwbare toevlucht

WAT kunt u doen wanneer orde en wet ernstig gevaar lopen en het niet mogelijk schijnt te zijn recht te verkrijgen? Tot wie kunt u zich wenden? De psalmist David verkeerde eens in zo’n situatie. Hij stelde zijn vertrouwen volledig in de Allerhoogste met de woorden: „Tot Jehovah heb ik mijn toevlucht genomen” (Ps. 11:1). Was dit echter praktisch?

Anderen vonden van niet. Zij raadden David en zijn metgezellen aan naar de bergen te vluchten om daar misschien toevlucht te zoeken in een grot, en dit vlug te doen, zoals een vogel die in gevaar verkeert. De psalmist wilde hier echter niet van horen, kennelijk omdat de omstandigheden toen dusdanig waren dat vluchten op een gebrek aan geloof in Jehovah als bron van zekerheid zou duiden. Hij zei tot zijn raadgevers: „Hoe durft gijlieden tot mijn ziel [tot mij] te zeggen: ’Vlucht als een vogel naar uw [meervoud, klaarblijkelijk verwijzend naar David en zijn metgezellen] berg!’” — Ps. 11:1.

Waarom gaven bepaalde personen deze raad aan David? Zij redeneerden: „Want ziet! de goddelozen zelf spannen de boog, zij hebben hun pijl in gereedheid gebracht op de pees, om in het donker te schieten op de oprechten van hart. Wanneer zelfs de fundamenten worden omvergehaald, wat moet de rechtvaardige dan wel doen?” (Ps. 11:2, 3) Volgens hen hielden de goddelozen hun boog gereed om op rechtvaardige personen te schieten, hetgeen zij „in het donker” deden, onder bedekking van de nacht. Zij hielden niet slechts de boog vast, maar hadden reeds de pijl op de pees aangelegd en die gericht op de oprechten van hart. Davids raadgevers konden zelfs nog verder aanvoeren: ’De fundamenten waarop de maatschappij rust — gerechtigheid, orde en wet — zijn omvergehaald. Welke andere keus wordt een rechtvaardige dus gelaten dan te vluchten? Hij kan de dingen niet veranderen; hij kan geen rechtvaardige behandeling ontvangen.’

Wat was Davids antwoord? „Jehovah is in zijn heilige tempel. Jehovah — in de hemel is zijn troon. Zijn eigen ogen aanschouwen, zijn eigen stralende ogen onderzoeken de mensenzonen. Jehovah zelf onderzoekt zowel de rechtvaardige als de goddeloze, en al wie geweld liefheeft, haat Zijn ziel stellig. Hij zal op de goddelozen doen regenen valstrikken, vuur en zwavel en een verzengende wind, als het deel van hun beker. Want Jehovah is rechtvaardig; hij heeft werkelijk rechtvaardige daden lief. De oprechten zijn het die zijn aangezicht zullen aanschouwen.” — Ps. 11:4-7.

David was er zeker van dat hij niet vergeefs naar Jehovah als zijn toevlucht zou opzien. Hij besefte dat de Allerhoogste, Degene die zijn troon in de hoogste hemelen heeft, waakt. Jehovah’s ogen dringen tot het hart van de dingen door. Niets ontgaat aan zijn aandacht. Aangezien Jehovah’s ogen op de rechtvaardigen zijn, weet hij wat zij nodig hebben, zodat hij hen te hulp kan komen. Aan de andere kant haat de Allerhoogste mannen van geweld, en daarom doet het onderzoek dat hij naar hen instelt, hun rampspoed zeker zijn. De tijd zal stellig komen dat de goddelozen gedwongen zullen worden de doodaanbrengende drank van Jehovah’s oordelen te drinken, welke te vergelijken zijn met valstrikken, vuur, zwavel en een verzengende wind die de plantengroei doet verwelken. Zij zullen niet aan de voltrekking van Gods oordelen kunnen ontkomen. Het zal zijn alsof valstrikken als regen uit de hemel neervallen. Omdat Jehovah zelf rechtvaardig is en rechtvaardige daden liefheeft, zullen de oprechten een grootse redding meemaken. Gods aangezicht zal in een uiting van liefde en goedkeuring naar hen gericht blijken te zijn. Zij zullen Gods aangezicht zien als personen die zijn zegen en gunst genieten.

De woorden van de psalmist kunnen in moeilijke tijden beslist een werkelijke bron van troost voor ons zijn. Er zijn natuurlijk tijden waarin wij gevaar wijselijk ontvluchten, zoals David deed toen hij wegens Absaloms opstand Jeruzalem verliet (2 Sam. 15:14). Zelfs Jezus Christus gebood zijn volgelingen: „Wanneer men u in de ene stad vervolgt, vlucht dan naar een andere” (Matth. 10:23). De woorden van de psalmist moedigen ons er echter toe aan overijlde handelingen, waardoor gebrek aan geloof in Jehovah wordt weerspiegeld, te vermijden. Door naar de Allerhoogste als onze toevlucht te blijven opzien, zullen wij ons van zijn goedkeuring verzekeren. Hij zal ons niet in de steek laten. — Rom. 8:38, 39.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen