Zich in het onvermijdelijke leren schikken
NAAR verluidt moet een Griekse filosoof uit de oudheid de raad gegeven hebben: ’Jongeman, ga trouwen, ga trouwen. Als je een goede vrouw krijgt, zul je gelukkig zijn, en dat is iets goeds. En als je geen goede vrouw krijgt, zul je een filosoof worden, en dat is ook iets goeds.’ In het laatste deel van deze uitspraak ligt de gedachte opgesloten dat het goed is zich aan te passen aan wat niet veranderd kan worden en als het ware een filosofische kijk op het leven te ontwikkelen.
Deze kwestie dat men zich in het onvermijdelijke moet leren schikken, is op talloze facetten van het leven van toepassing. Alleen al de kwestie van iemands lengte kan de desbetreffende persoon veel verdriet bezorgen. Een meisje dat langer is dan één meter tachtig kan erover tobben dat zij zo lang is. Maar ook een man die kleiner is dan één meter vijftig kan zich erover ergeren dat hij zo klein is. Het is echter zoals Jezus Christus, de Zoon van God, heeft gezegd: „Wie van u kan door bezorgd te zijn één el aan zijn lengte toevoegen?” (Matth. 6:27, Nieuwe Vertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap) Verder kan iemand met een bochel, een spraakgebrek of een slecht gezichtsvermogen geboren zijn of kan hij ten gevolge van kinderverlamming kreupel zijn geworden.
Wat kunnen mensen zoals zij doen? Zij zullen zich in het onvermijdelijke moeten leren schikken. Iemand die heeft geleerd met zijn bijzonder kleine postuur te leven, is Carlos Romulo, een Filippijns staatsman. Hij zegt dat hij zich niet door zijn korte gestalte in verlegenheid liet brengen, terwijl hij na verloop van tijd bemerkte dat het in werkelijkheid een pluspunt was, aangezien mensen vaak de neiging hebben iemand die erg klein is gunstig gezind te zijn.
Eén ding dat al zulke minder bevoorrechte personen kunnen doen, is waardering te hebben voor de zegeningen die zij wel hebben. Is het niet waar dat het leven en zelfs een mate van gezondheid grote zegeningen zijn? Verder zijn er de prachtige scheppingswerken of de wonderen van „de natuur”, het genoegen om naar schitterende muziek te luisteren, de liefde van familieleden en vrienden en de voldoening te weten dat men zowel ten behoeve van zichzelf als van anderen nuttig werk kan doen.
Hetzelfde geldt met betrekking tot iemands houding ten aanzien van de wereldtoestanden, waarvan vaststaat dat ze niet beter zullen worden. Moeten wij verontrust zijn wegens de toenemende corruptie in hoge posities en de erger wordende gewelddaad en misdaad in de steden? De bijbel geeft goede raad: „Betoon u niet verhit over de boosdoeners.” Waarom niet? Omdat zij er op Gods bestemde tijd niet meer zullen zijn (Ps. 37:1-13). Tot op die tijd kan men leren met zulke toestanden te leven door extra voorzichtig te zijn, door zich ’s avonds laat niet alleen op straat te wagen en door meer waarde te hechten aan zijn leven dan aan het geld dat men bij zich draagt, enzovoort.
Ja, wij zullen geholpen worden ons in het onvermijdelijke te leren schikken als wij onze speciale situatie filosofisch proberen te bezien en er het beste van proberen te maken. Aanvaard het feit dat alle geluk betrekkelijk is en dat er onder de huidige onvolmaakte en zondige toestanden behalve lief ook altijd enig leed zal zijn. Zie, in welke situatie u zich ook mocht bevinden, daarom altijd uit naar prettige dingen die tegen de narigheden opwegen. De slaap, de toestand waarin het gewone bewustzijn ophoudt, is op zichzelf reeds een zegen, zodat die dan ook door veel dichters is bezongen.
Hetzelfde geldt voor de verhouding waarin wij tot anderen staan. Veel echtparen die bemerken dat zij niet zo goed bij elkaar passen, gaan uit elkaar of scheiden, maar het zou beter zijn te leren zich aan elkaar aan te passen. Neem bijvoorbeeld het geval van de romantische Italiaan die dol was op atletiek en met een nogal conservatief Engels meisje trouwde. Jarenlang viel het hun moeilijk met elkaar op te schieten, maar ter wille van de kinderen bleven zij bij elkaar. Na verloop van tijd leerden zij echter zich aan elkaar aan te passen, waardoor zij meer tevredenheid en geluk in hun huwelijk vonden.
Om een ander waar levensverhaal uit de tegenwoordige tijd te nemen: er was een charmante jonge vrouw die met een man trouwde die alles op het gebied van persoonlijkheid en bezittingen had wat zij maar kon wensen. Alleen werd haar verlangen naar kinderen niet vervuld. Heeft zij geleerd zich in het onvermijdelijke te schikken? Ja, want nu kan zij zelfs grapjes maken over haar frustratie. Bovendien vult zij haar dagen door evenals haar man het „goede nieuws” als volle-tijdpredikster met anderen te delen en geniet zij veel zegeningen en voldoening door hele gezinnen, en vooral moeders met hun jonge kinderen, over Jehovah God en de zegeningen van zijn koninkrijk te vertellen — waardoor zij als het ware geestelijke kinderen grootbrengt en hen tot christelijke discipelen maakt.
Wanneer wij ons tot de bijbel wenden, vinden wij nog veel meer voorbeelden van personen die hebben geleerd zich in het onvermijdelijke te schikken. Tot degenen die wij hier zouden kunnen vermelden, behoort de profeet Mozes. Wat heeft God hem niet op een machtige wijze gebruikt om zijn volk uit Egypte te leiden, en toch bleven de Israëlieten zijn geduld gedurende hun 40-jarige tocht door de wildernis jaar in jaar uit op de proef stellen! (Deut. 8:2-5) Wat moet Mozes hun gebrek aan waardering, hun gebrek aan geloof, hun geklaag, hun opstandigheid en hun hebzuchtige zelfzucht frustrerend hebben gevonden! De grote liefde die hij hun niettemin toedroeg, zoals in het boek Deuteronomium tot uitdrukking wordt gebracht, bewijst hoe goed hij heeft geleerd zich in de niet veranderende zwakheden en gebreken van zijn volk te schikken, in het besef dat híj er althans geen verandering in kon brengen. — Hand. 7:30-39.
Voor hedendaagse dienstknechten van Jehovah God blijken de toestanden vaak ook een grote beproeving te vormen. Wanneer zij het goede nieuws van Gods koninkrijk prediken, moeten zij het hoofd bieden aan onverschilligheid en apathie, blind vooroordeel en bittere tegenstand. Geven zij wegens deze schijnbaar niet te veranderen toestanden de moed op? Beslist niet. Zij doen er veeleer hun best voor om vindingrijker te worden; zij doen hun best om hun eigen geloof te versterken, en zij blijven aan de redenen denken waarom zij Jehovah God in deze tijd van het einde dienen.
Het is waar dat velen onder allerlei situaties hebben moeten volharden omdat zij er geen verandering in konden brengen of zich er niet op eervolle wijze aan konden onttrekken. In welke situatie u echter ook verkeert, het is alleen maar verstandig u erin te leren schikken door te leren u aan te passen. U zult hierbij worden geholpen door het kostbare voorrecht van het gebed, alsook door de in Gods Woord opgetekende hoop op „nieuwe hemelen en een nieuwe aarde”, waarin geen kwaad en geen frustraties zullen zijn. In plaats daarvan zal men er voor eeuwig in geluk kunnen leven. — Fil. 4:6, 7; 2 Petr. 3:13; Openb. 21:4.