’Houdt goede moed’
EEN bulderende stormwind raast tegen het schip en krijgt het vaartuig in zijn woeste greep. Als een wild dobberende kurk wordt het schip in de woeste zee heen en weer geslingerd. Hoe zou iemand in zo’n situatie goede moed kunnen houden?
Toen de apostel Paulus tijdens een zeereis naar Rome met precies zo’n omstandigheid te maken kreeg, zei hij tot de in gevaar verkerende mannen: ’Houdt goede moed’ (Hand. 27:14-22). De apostel was ervan overtuigd dat niemand zijn leven zou verliezen, omdat hij geloof stelde in de goddelijke belofte die hem was gedaan: „Vrees niet, Paulus. Gij moet voor caesar staan, en zie! God heeft allen die met u varen, goedgunstig aan u geschonken.” — Hand. 27:24.
Hoewel wij niet in gevaar verkeren om in een woeste zee schipbreuk te lijden, leven wij thans in een wereld die vol beroering en moeilijkheden is. Veel mensen zijn ontmoedigd en terneergeslagen, en zij voelen zich met het oog op de toenemende problemen hulpeloos. Kunnen wij in een tijd als deze ’goede moed houden’?
De apostel Paulus hield in een schijnbaar hopeloze situatie goede moed wegens Gods belofte. Hieruit kan logischerwijs worden afgeleid dat wij slechts dan goede moed kunnen houden wanneer wij weten wat de Schepper voor ons in gedachten heeft. Dat de aarde op overvloedige wijze in al ’s mensen behoeften kan voorzien, bewijst dat Jehovah wil dat wij opgewekt en vol goede moed zijn. Zelfs tot afgoden aanbiddende mensen in Lystra (Klein-Azië) werd gezegd: „[God] heeft [niet] nagelaten getuigenis van zichzelf te geven door goed te doen, door u regens vanuit de hemel en vruchtbare tijden te geven, door uw hart overvloedig met voedsel en vrolijkheid te vervullen.” — Hand. 14:17.
Ja, ondanks de onaangename aspecten van het leven is er veel dat ons genoegen kan schenken. Hiertoe behoren zulke gewone dingen als een heerlijk maal, een schitterende zonsondergang, een wandeling door een prachtig park en een trektocht door een uitgestrekt bos. En terwijl onze huidige omstandigheden misschien niet ideaal zijn, hebben wij Gods verzekering dat hij een eind zal maken aan goddeloosheid en dat hij alle verdriet, angst, ziekte en zelfs de dood zal uitbannen. — Openb. 21:4.
Wanneer wij niet toelaten dat de problemen van het heden ons verblinden voor de vele goede dingen om ons heen en de wonderbaarlijke toekomst die God voor zijn dienstknechten in petto heeft, kunnen wij opgewekt zijn en goede moed houden. Zoals Spreuken 15:15 zegt, kunnen wij „voortdurend een feestmaal” hebben. Negatieve aspecten van het leven raken op de achtergrond wanneer persoonlijke zegeningen en de door God geschonken hoop onze gedachten vervullen.
Door een opgewekte houding zullen wij bovendien worden geholpen aan moeilijkheden het hoofd te bieden. Aangezien wij niet over moeilijkheden tobben, schijnen ze gemakkelijker te dragen te zijn. Opgewektheid weerhoudt ons ervan de fouten van anderen op te blazen en brengt ons ertoe verdraagzamer te zijn ten aanzien van hun tekortkomingen. Omdat wij niet overdreven negatief zijn, zullen wij minder geneigd zijn te roddelen en te mopperen. Dit kan onze gezondheid ten goede beïnvloeden, aangezien zulke schadelijke emoties als haat, toorn, jaloezie, wraak en kwaadwilligheid erdoor in bedwang worden gehouden. In zijn boek Cancer zet Dr. J. E. Hett uiteen dat liefde, opgewektheid en vriendelijkheid iemands welzijn bevorderen. Dit stemt volledig overeen met de bijbelse spreuk: „Een hart dat blij is, doet goed als geneesmiddel” (Spr. 17:22). Bovendien kan een gelukkig en tevreden persoon anderen opbeuren en moed inspreken.
Het getuigt van wijsheid wanneer men zijn gedachten op positieve dingen richt. De bijbel geeft de aanmoediging: „Al wat van ernstig belang is, al wat rechtvaardig is, al wat eerbaar is, al wat liefelijk is, alles waarover gunstig wordt gesproken, welke deugd er ook is en al wat lof verdient, blijft deze dingen bedenken” (Fil. 4:8). Wanneer zulke dingen het belangrijkste onderwerp van onze gesprekken worden, zullen luisteraars opgebouwd, ja, opgebeurd worden.
Het is beslist de moeite waard een opgewekte geesteshouding te ontwikkelen en te behouden, aangezien dit tot ons eigen welzijn en dat van anderen bijdraagt. De raad van de apostel Paulus gedurende een gevaarlijke storm op zee, vormt in deze moeilijke tijden goede raad voor ons. Houdt derhalve „goede moed”.