Voor internationale congressen zijn veel gewillige werkers nodig
JEHOVAH’S christelijke getuigen staan terecht bekend om hun ijver en hun bereidwilligheid om samen te werken ten einde dingen tot stand te brengen. Typerend is wat er gebeurde toen zij in de buurt van Pittsburgh, in de Amerikaanse staat Pennsylvania, een congreshal bouwden. In een geïllustreerd kranteartikel werd bericht dat „ongeveer 200 mannen, met helmen op en werkkleding aan, op een bouwterrein beton stortten en stenen metselden zonder dat één van hen hiervoor werd betaald”. Ook werd een opmerking van een van de leidinggevende Getuigen geciteerd, die zei: „Soms . . . hebben wij hier meer mensen dan wij nodig hebben.” Enkele dagen later stond in dezelfde krant de klacht van een geestelijke die in tegenstelling hiermee treurig opmerkte dat er bijna niemand kwam opdagen om hulp te bieden bij een project dat door een „groot aantal protestantse kerken” werd gefinancierd.
IJver heeft Jehovah’s ware dienstknechten altijd gekenmerkt. De bouw en aankleding van de tabernakel in de wildernis vereisten beslist veel hard werk. Was Mozes genoodzaakt zijn volk te dwingen hulp te bieden of moest hij hen voor het noodzakelijke werk betalen? Beslist niet! De Israëlieten die destijds aan de tabernakel werkten, waren met waardering vervulde vrijwilligers, zoals wij ook lezen: „Mozes [riep] . . . iedere man die wijs van hart was, in wiens hart Jehovah wijsheid had gelegd, een ieder wiens hart hem ertoe drong het werk aan te pakken ten einde het te doen” (Ex. 36:2). Het verslag vervolgt met te vermelden wat al die bereidwillige personen tot stand wisten te brengen.
De apostel Paulus zei over zichzelf dat hij zijn bediening bereidwillig verrichtte (1 Kor. 9:17). En hij gaf christenen de raad behoeftige medegelovigen bereidwillig materiële hulp te geven, niet onder dwang, „want God heeft een blijmoedige gever lief” (2 Kor. 9:7). En de apostel Petrus vermaande oudere mannen — ouderlingen — hun taken „niet onder dwang, maar gewillig” te verrichten. — 1 Petr. 5:2.
Jaarlijks bieden onze districtsvergaderingen bereidwillige zielen schitterende gelegenheden hun broeders ijverig en onzelfzuchtig te dienen. En op de komende internationale congressen zal dit nog meer het geval zijn.
Als Jehovah’s loyale opgedragen dienstknechten hebben wij er allen belangstelling voor om Gods Woord waarachtig te laten zijn, evenals Jezus dit deed door alles wat betreffende hem was voorzegd, ten uitvoer te brengen (Rom. 3:4; Luk. 24:26, 27, 44-46). Bezitten wij dezelfde loyale geest ten aanzien van Gods profetische Woord? Dan zullen wij ons op deze congressen bereidwillig en blijmoedig aanbieden, want Jehovah God heeft in zijn Woord laten optekenen: „Uw volk zal zich gewillig aanbieden op de dag van uw strijdkracht . . . gij [hebt] uw gezelschap van jonge mannen net als dauwdruppels” (Ps. 110:3). Leven wij sinds 1914 niet in de dag van Jezus Christus’ strijdkracht? Inderdaad. Hij brengt Jehovah’s voorzegde wil met betrekking tot hem nog steeds ten uitvoer. Moeten ook wij niet ten uitvoer brengen wat Jehovah betreffende ons heeft voorzegd?
De komende internationale congressen beloven feestelijke gelegenheden te worden waar wij ons aan een rijke geestelijke maaltijd zullen vergasten. Het Besturende Lichaam werkt er samen met andere broeders op het hoofdbureau hard aan om voor alle dienstknechten van Jehovah die aanwezig kunnen zijn, een heerlijk geestelijk feestmaal te bereiden. Hetzelfde kan gezegd worden van de broeders op de bijkantoren in de landen waar deze congressen gehouden zullen worden. Het is echter niet voldoende dit geestelijke voedsel alleen maar gereed te maken. Er moeten ook goede voorzieningen getroffen worden om dit voedzame geestelijke brood aan allen die deze congressen bezoeken, uit te delen, nog afgezien van alle regelingen die getroffen moeten worden om in hun andere behoeften te voorzien. Hiervoor zijn vrijwilligers nodig die op zulke congressen hulp kunnen bieden. Er is beslist voor allen werk te verrichten. Er is vooral behoefte aan ’wijze personen’ met vakervaring of -bekwaamheid om bij de leiding van de verschillende afdelingen het opzicht op zich te nemen. Alle anderen kunnen zich vrijwillig aanbieden om overal te helpen waar ’de behoefte groot is’, als dienstverleners of bij de afdelingen Reiniging, Cafetaria en Verfrissingen, om er slechts enkele te noemen.
Ja, er zullen veel bereidwillige werkers nodig zijn om het de broeders die de internationale congressen die dit jaar gehouden zullen worden, naar de zin te maken en hen in staat te stellen de programma’s die door de „getrouwe en beleidvolle slaaf” worden verschaft, te horen en ervan te genieten. De broeders die op het podium dienst verrichten, hebben het voorrecht het geestelijke voedsel uit te delen. De verzorging van de materiële behoeften en gemakken is ook belangrijk. Alleen wanneer er zowel voor de geestelijke als de stoffelijke behoeften op juiste wijze zorg wordt gedragen, zullen allen die deze congressen bezoeken, geestelijk worden opgebouwd. Zij zullen dan met dezelfde geesteshouding naar huis kunnen terugkeren die de Israëlieten uit de oudheid bezaten toen zij van de inwijding van Jehovah’s tempel in Jeruzalem terugkeerden — ’verheugd en vrolijk van hart om het goede dat Jehovah jegens zijn volk had verricht’. — 2 Kron. 7:10.