„Als een winterstroom”
Toen Job in de tijd dat hij in nood verkeerde door zijn broeders in de steek werd gelaten, vergeleek hij hun bemoeienissen met een „winterstroom” (Job 6:15). Een dergelijke stroom kan aanzienlijke afmetingen hebben wanneer hij door smeltend ijs en sneeuw gezwollen is. Maar in de zomer, wanneer er werkelijk behoefte aan water bestaat, droogt hij wellicht op, zodat hij mens en dier geen verkwikking schenkt.