Oprechte liefde identificeert Christus’ discipelen
EEN jongen op de Filippijnen vertelde hoe hij op grond van wat hij kon waarnemen, ervan overtuigd raakte dat Jehovah’s christelijke getuigen zich door onderlinge liefde als Christus’ discipelen identificeren (Joh. 13:35). Zijn moeder werd een van Jehovah’s Getuigen, maar hij had geen bijzondere belangstelling voor de bijbel. Hij merkt op: „Mijn moeder nam mij mee naar de Koninkrijkszaal, hoewel ik niet echt geïnteresseerd was. In de Koninkrijkszaal zag ik hoe de jonge Getuigen zich gedroegen. Zij waren vriendelijk en niet op een afstand maar vriendschappelijk. Er was geen huichelarij in hen. Zij probeerden te leven als ware christenen. Ik begon met hen om te gaan en dit bracht mij ertoe grote veranderingen in mijn leven aan te brengen. Ik ontbond de vandalistische jeugdbende die ik had georganiseerd en ik stopte met roken. Al gauw hoefde mijn moeder mij niet meer te vragen om met haar mee te gaan naar de Koninkrijkszaal. Ik deed het uit mijzelf.”
Met betrekking tot wat hij sindsdien heeft ondervonden, zegt hij: „Ik heb ontdekt dat het leven betekenisvoller is. Er is zoveel om nu en in de toekomst voor te leven. Vroeger merkte ik in mijn leven alleen maar zaken op die mij frustreerden. Het was allemaal niets waard.”
Als u nog nooit een Koninkrijkszaal hebt bezocht, waarom beschouwt u dit dan niet als uw uitnodiging om eens te komen? Bezie voor uzelf of onder Jehovah’s christelijke getuigen oprechte liefde zichtbaar is.