Vragen van lezers
● Hoe kunnen Matthéüs 10:9, 10 en Markus 6:8, 9 met elkaar in overeenstemming worden gebracht?
Deze verzen bevatten een gedeelte van Jezus’ instructies toen hij de twaalf apostelen op een predikingstocht uitzond. Matthéüs 10:9, 10 luidt: „Verschaft u geen . . . voedselzak voor de reis, noch twee onderklederen of sandalen of een staf; want de werker is zijn voedsel waard.” En Markus 6:8, 9 luidt: „Ook gebood hij hun niets anders voor de reis mee te nemen dan alleen een staf, geen brood, geen voedselzak, geen kopergeld in hun gordelbeurzen, maar sandalen onder te binden, en geen twee onderklederen te dragen.” — Vergelijk Lukas 9:3.
Het is duidelijk dat Jezus niet van de apostelen verwachtte dat zij hongerig, naakt of barrevoets op reis gingen. Zij behoefden er echter geen speciale voorbereidingen voor te treffen door bijvoorbeeld „twee onderklederen” te kopen of te dragen. De kleding en sandalen die zij droegen, waren voldoende. Evenzo konden zij, als zij reeds een staf hadden, deze gebruiken maar zij moesten niet een extra staf kopen of een reservestaf voor de reis aanschaffen.
Jezus’ raad kwam in de grond van de zaak hierop neer: ’Gaat zoals jullie zijn, met de kleding, sandalen en staven die jullie hebben. Tref niet zelf voorzieningen voor jullie levensonderhoud; degenen die naar jullie boodschap luisteren en er gunstig op reageren, zullen jullie binnennodigen en jullie helpen, want een werker is zijn voedsel waard.’ Dit stemde overeen met Jezus’ raad in de Bergrede (Matth. 6:25-34). In plaats van zich met overdadige materiële dingen te belasten, konden de apostelen zich op hun toewijzing concentreren, zich daarbij verlatend op Jezus’ verzekering dat er voor hen gezorgd zou worden.