Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w79 15/3 blz. 31
  • Vragen van lezers

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Vragen van lezers
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1979
  • Vergelijkbare artikelen
  • Welke invloed heeft uw status bij God op uw kinderen?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1972
  • Ouders, helpen jullie je kind om naar de doop toe te groeien?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk (studie-uitgave) 2018
  • Vertrouw op God, niet op uw eigen verstand
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1972
  • Dient uw kind te worden gedoopt?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1963
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1979
w79 15/3 blz. 31

Vragen van lezers

● In Eén Korinthiërs 7:14 staat dat kinderen van een gelovige ouder „heilig” zijn. Is bij de ’heiligheid’ die zo’n kind in Gods ogen heeft, de doop betrokken? Hoe staat het ermee wanneer het kind geestelijk gehandicapt is?

De apostel Paulus bespreekt hier problemen in een verdeeld huisgezin. Hij moedigde de gelovige partner ertoe aan de ongelovige niet te verlaten, en als een krachtige reden voor het in stand houden van het huwelijk, zei hij het volgende: „Want de ongelovige man is geheiligd met betrekking tot zijn vrouw, en de ongelovige vrouw is geheiligd met betrekking tot de broeder; anders zouden uw kinderen werkelijk onrein zij, maar nu zijn zij heilig” (1 Kor. 7:14). Hieruit blijkt dat God zulke kinderen volgens het beginsel van gezinsverdienste ziet. Met gezinsverdienste wordt de heiligheid bedoeld die God gehoorzame, minderjarige kinderen toekent in de mate dat zij nog niet zelf aansprakelijk gesteld kunnen worden. Dit wordt mogelijk gemaakt door het waardevolle bericht van heiligheid en goede daden die „ouders in eendracht met de Heer” in Gods ogen hebben opgebouwd (Ef. 6:1). Deze gezinsverdienste bestaat zelfs wanneer slechts een van de ouders een gelovige is, zoals Paulus te kennen geeft.

Hoe staat het derhalve met de doop? Een jong kind dat getrouw in Gods Woord is onderwezen, zal ongetwijfeld in kennis en inzicht toenemen en na verloop van tijd het punt bereiken dat Gods geest hem ertoe aanzet zich uit eigen beweging aan Jehovah op te dragen, en zich voor de doop aan te bieden (1 Petr. 3:21). Om gedoopt te kunnen worden, moet hij beseffen dat hij berouw moet hebben, zich moet bekeren en in een juiste verhouding tot God moet komen (Hand. 3:19; 8:34-36). Na de doop staat hij niet langer onder gezinsverdienste maar wordt hij beschouwd als iemand die op grond van zijn eigen handelwijze „heilig” is, aangezien hij voor het aangezicht van God verantwoordelijk is overeenkomstig zijn opdracht te leven. — 1 Petr. 1:14-16; Kol. 1:21-23.

Moeten ouders van geestelijk gehandicapte kinderen de mening zijn toegedaan dat de doop in alle gevallen een vereiste is willen kinderen door God bezien worden als personen die in een tijd van oordeel, zoals in de voorzegde „grote verdrukking”, voor zijn bescherming in aanmerking komen? Het is duidelijk dat de mate waarin zo’n kind geestelijk gehandicapt is een bepalende factor vormt, aangezien sommige van zulke kinderen zelfs op volwassen leeftijd het geestelijke peil van een vier- of vijfjarige behouden. Het kind zal misschien bepaalde fundamentele leringen van Gods Woord kunnen begrijpen en deze op verzoek kunnen herhalen. Hij (of zij) kan gehoorzaam zijn aan de ouders en nalaten bepaalde dingen te doen waarvan men hem heeft verteld dat dit verkeerd is en in strijd is met Gods wil. Maar is het kind in staat persoonlijke beslissingen te nemen en kan hij vanuit zijn eigen geest en hart (niet die van de ouders) bepalen welke handelwijze hij in het leven wil volgen? Kan hij begrijpen wat het wil zeggen in een persoonlijke verhouding tot God te staan, een verhouding die niet afhankelijk is van zijn ouders, en kan hij ernaar verlangen zo’n verhouding op te bouwen? Is hij in staat zich voor een rechterlijk comité te verantwoorden voor een overtreding die hij zou kunnen begaan? Zo niet, dan verkeert zo’n kind duidelijk niet in de positie om gedoopt te worden maar blijft hij in Gods ogen onder de gezinsverdienste staan en wordt in dat opzicht door God als „heilig” beschouwd.

De kwestie moet daarom niet emotioneel worden bezien maar op basis van schriftuurlijke leringen. Indien de geestelijke handicap niet groot is en het kind inderdaad een discipel van Gods Zoon kan worden en God met geheel zijn ’hart, ziel, verstand en kracht’ kan dienen, kan hij erbij geholpen worden het punt van de doop te bereiken (Mark. 12:30). Hij zal dan op het gebied van geestelijke verantwoordelijkheden „zijn eigen vracht” moeten kunnen dragen (Gal. 6:5). De ouders zouden de raad van de ouderlingen kunnen inwinnen als zij in twijfel verkeren.

Wat is het geloofversterkend en vertroostend te weten dat jonge kinderen, alsook geestelijk gehandicapte oudere personen, door de gezinsverdienste als „heilig” beschouwd kunnen worden!

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen