Vragen van lezers
● Indien sommige gezalfde christenen in de Nieuwe Ordening nog op aarde zullen leven, zullen zij dan oud worden en sterven, of hoe zal hun aardse leven eindigen?
Eerlijk gezegd, vermeldt de bijbel dit niet. Het aardse leven van deze door de geest gezalfde christenen zal hoe dan ook moeten eindigen opdat zij hun beloning van hemels leven kunnen ontvangen. — 1 Kor. 15:35-38.
Jezus’ illustratie van de tarwe en het onkruid toont aan dat sommige „zonen van het koninkrijk” ten tijde van het „besluit van het samenstel van dingen” op aarde zullen leven (Matth. 13:24-30, 37-43). Ook kan uit bepaalde bijbelse voorbeelden worden opgemaakt dat sommigen van deze gezalfden de verwoestende „grote verdrukking” zullen overleven (Matth. 24:21). Beschouw eens enkele van deze voorbeelden.
In Ezechiël hoofdstuk 9 (herziene Engelse uitgave van 1971) wordt beschreven hoe een „man” met de inkthoorn van een secretaris personen moest ’kentekenen’ die Jeruzalems verwoesting in 607 v.G.T. zouden overleven. Naar wordt aangenomen, beeldt dit in onze tijd het kentekeningswerk af waarin het gezamenlijke lichaam van gezalfde „zonen van het koninkrijk” de leiding neemt. Ezechiëls verslag geeft te kennen dat de „man” die het kentekeningswerk voltooide, hiervan aan Jehovah verslag uitbracht nadat het terechtstellingswerk in Jeruzalem was geëindigd. Op grond hiervan kan worden aangenomen dat sommigen van de gezalfde klasse het terechtstellingswerk dat ten aanzien van dit geslacht zal worden verricht, op aarde zullen overleven (Ezech. 9:4, 8, 11). Ook schijnt dit te kennen gegeven te worden door het feit dat de profeet Ezechiël zelf in Babylonië in leven bleef nadat het oude Jeruzalem was vernietigd.
Bovendien overleefde Noachs vrouw (die de klasse van gezalfden afbeeldt die aan de Grotere Noach, Jezus, uitgehuwelijkt zijn) de vloed (Matth. 24:37-42; Ef. 5:25-30). En beschouw tevens Elisa, die in leven bleef toen Jehu zijn vernietigingswerk ten uitvoer bracht, zoals ook het overblijfsel van de gezalfden in deze tijd het vernietigingswerk van de Grotere Jehu, Jezus Christus, hoopt te overleven. (Zie „Nieuwe hemelen en een nieuwe aarde”, blz. 94, 317, 318, en „Uw naam worde geheiligd”, blz. 347-362.) Het is derhalve heel goed mogelijk dat het overblijfsel van gezalfde christenen na het einde van dit goddeloze samenstel van dingen op aarde zal blijven leven ten einde hun predikings- en onderwijzingswerk ten aanzien van de aardse generatie te voltooien, waarbij misschien zelfs enkelen van degenen die uit de opstanding terugkomen, inbegrepen zullen zijn. — Ps. 71:18; 91:16.
Als dit inzicht juist is, zullen de gezalfde christenen die in de Nieuwe Ordening op aarde zijn, hun aardse leven moeten eindigen ten einde hun plaats in het „hemelse koninkrijk” in te nemen. — 2 Tim. 4:18.
Veel christenen achten het onwaarschijnlijk dat zulke gezalfden in de Nieuwe Ordening ouder zullen worden en ten slotte zullen sterven, zoals dit thans met veel mensen het geval is. Degenen die zo redeneren, vinden het niet passend wanneer dit met Christus’ geestelijke broeders zou gebeuren in een tijd waarin de mensheid die de „grote verdrukking” heeft overleefd, voortgaat tot lichamelijke volmaaktheid. Zij hebben zich derhalve afgevraagd of God het aardse leven van de gezalfden misschien op wonderbare wijze zou kunnen afbreken, zoals hij dit klaarblijkelijk in het geval van Henoch heeft gedaan, zodat Henoch niet de smarten van de dood heeft ervaren (Gen. 5:24; Hebr. 11:5). God zou dit vanzelfsprekend kunnen doen. Maar er is eenvoudig geen duidelijke schriftuurlijke verklaring waaruit blijkt dat dit zo zal gebeuren. Ook wordt er in de bijbel geen ander antwoord op de vraag aan de hand gedaan.
Wij moeten derhalve op God vertrouwen. Het heeft geen zin over details te speculeren. Indien Jehovah zulke inlichtingen noodzakelijk had geacht, zou hij ze beslist in zijn Woord hebben kunnen laten opnemen. Toch heeft hij dit niet gedaan. Wanneer de gezalfden op welke wijze maar ook hun aardse leven eindigen, zullen zij onmiddellijk met een onsterfelijk geestelijk lichaam worden opgewekt. Dat zal een overwinning op de dood vormen (1 Kor. 15:51-57). Zij zullen zich aldus bij de overige leden van de „bruid” van Christus kunnen aansluiten ten einde in zijn duizendjarige heerschappij met hem te regeren. — Openb. 20:6.