Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w76 1/2 blz. 84-89
  • „Blijft dit tot een gedachtenis aan mij doen”

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • „Blijft dit tot een gedachtenis aan mij doen”
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1976
  • Vergelijkbare artikelen
  • ’Doe dit tot mijn gedachtenis’
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2013
  • De „andere schapen” en het Avondmaal des Heren
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1985
  • Het Avondmaal des Heren: Waarom belangrijk?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2015
  • Vragen van lezers
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1969
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1976
w76 1/2 blz. 84-89

„Blijft dit tot een gedachtenis aan mij doen”

EENS per jaar, op de bijbelse datum 14 Nisan, tijdens de pascha-avond, komen Jehovah’s opgedragen dienstknechten in alle delen van de aarde bijeen ten einde te voldoen aan Jezus’ gebod: „Blijft dit tot een gedachtenis aan mij doen” (Luk. 22:19; Ex. 12:2-6). Het is voor een ieder passend het Avondmaal des Heren jaarlijks op deze werkelijke pascha-avond, na zonsondergang, in zijn woonplaats te vieren.

Wie worden uitgenodigd om aanwezig te zijn? De weinigen die tot het overblijfsel van Jehovah’s door de geest gezalfde klasse behoren, zullen beslist aanwezig zijn, maar ook allen die deel uitmaken van de groeiende „grote schare”, die een aardse hoop heeft, worden hartelijk uitgenodigd aanwezig te zijn, alsmede allen die met Jehovah’s voorzieningen op de hoogte geraken (Openb. 12:17; 7:4, 9). Is dit een gelegenheid voor ritueel formalisme of rituele mystiek? Zeer beslist niet. Deze jaarlijkse gebeurtenis, waarbij de symbolen zoals het brood en de wijn betrokken zijn, herinnert de aanwezigen er veeleer aan wat Jezus Christus negentienhonderd jaar geleden voor hen heeft gedaan en wat dit allemaal voor hen heeft te betekenen, niet alleen thans, maar ook voor een eindeloze toekomst. — 1 Kor. 11:23-26.

Hoe wordt deze belangrijke datum vastgesteld? In de eerste eeuw aanvaardden Jezus en de vroege christenen de datum 14 Nisan (welke met zonsondergang begon) zoals deze door de priesterschap van de joodse tempel in Jeruzalem werd vastgesteld. Het is opmerkenswaardig dat Jezus het Pascha op 14 Nisan vierde, zoals in de wet van Mozes was voorgeschreven (Ex. 12:6-8; Lev. 23:5; Matth. 26:18-20). Hij nuttigde het paschamaal niet op 15 Nisan, zoals de meeste joden thans doen. Na de vernietiging van de tempel in 70 G.T. moesten christenen de paschadatum 14 Nisan zelf vaststellen.

Toen de Romeinse keizer Constantijn het afvallige christendom tot de staatsreligie maakte (325 G.T.), werd op het Concilie van Nicea bepaald dat de viering van Pasen altijd diende plaats te vinden op de eerste zondag na de volle maan die op of onmiddellijk na de lente-equinox of voorjaarsevening valt. Gewoonlijk is deze equinoxdatum 21 maart. Mocht de veertiende dag van de nieuwe maan, welke dag zij als de dag van de volle maan beschouwden, op een zondag vallen, dan werd de viering van Pasen uitgesteld tot de daaropvolgende zondag. Dit werd gedaan om te voorkomen dat de viering zou samenvallen met die van de joden en een minderheid van christenen — Quartodecimanen genoemd — die de viering nog steeds op de veertiende Nisan hielden. Als gevolg hiervan hebben de kerken van de christenheid hun „Witte Donderdag” altijd op een donderdag, om Jezus’ Laatste Avondmaal te vieren, en hun „Goede Vrijdag” altijd op een vrijdag, om zijn dood te herdenken.

Op zijn minst tegen 1880 waren Jehovah’s gezalfde aanbidders afgestapt van de gewoonte van de christenheid om het Avondmaal des Heren verscheidene malen per jaar te vieren, en onderhielden zij het alleen op 14 Nisan na zonsondergang. Vanaf die tijd tot omstreeks 1919 aanvaardden de gezalfde christenen de datums die volgens de joodse kalender waren vastgesteld, om 14 Nisan te berekenen. Zij beseften dat de joodse kalender het „Pascha” op 15 Nisan, na zonsondergang, stelde. Niettemin troffen deze gezalfde christenen er regelingen voor het Avondmaal des Heren op de avond van 14 Nisan te vieren, evenals Jezus dit had gedaan. Toch gebruikten deze christenen nog altijd de joodse kalender om elk jaar vast te stellen wanneer de maand Nisan begon.

De moderne joodse kalender bepaalt het begin van hun maand Nisan op grond van de astronomische nieuwe maan. Gewoonlijk echter wordt het eerste verlichte deel van de sikkel van de nieuwe maan pas achttien of meer uur later in Jeruzalem zichtbaar. De laatste jaren heeft het besturende lichaam van Jehovah’s getuigen elk jaar vastgesteld wanneer de werkelijke nieuwe maan in Jeruzalem zichtbaar wordt, hetgeen de manier is waarop de eerste Nisan in bijbelse tijden werd vastgesteld. Om deze reden is er vaak een verschil van één of twee dagen tussen de Avondmaalsdatum van Jehovah’s getuigen en de datum 14 Nisan volgens de hedendaagse joodse kalender.a

Volgens onze huidige berekeningsmethode komt de Avondmaalsdatum ongeveer overeen met de eerste volle maan na de lente-equinox. Zo viel de datum van de Gedachtenisviering in 1975 — die was berekend door veertien dagen te tellen vanaf de nieuwe maan (die het dichtste bij de lente-equinox viel) zoals deze in Jeruzalem zichtbaar was — op donderdag, 27 maart, na zonsondergang. Terecht was het op donderdag, 27 maart 1975, ook volle maan. De datum voor de Gedachtenisviering in 1976, zoals die volgens onze huidige methode is berekend, valt op woensdag, 14 april, na zonsondergang. De volle maan doet zich ook op deze zelfde datum voor. Indien in de toekomst enigen van Jehovah’s volk van het contact met het besturende lichaam afgesloten zouden zijn, kunnen zij de datum van de Gedachtenisviering dus tamelijk nauwkeurig berekenen aan de hand van plaatselijke kalenders waarop de eerste volle maan na de lente-equinox staat aangegeven. De viering dient dan plaats te vinden na zonsondergang van de dag waarop het volle maan is.b

Wat moet er gedaan worden als er op de avond van het Avondmaal des Heren een noodtoestand is? Wat te doen als er een zeer zware storm woedt of een andere ernstige stoornis is waardoor het voor de leden van de plaatselijke gemeente onmogelijk is op de vastgestelde tijd bijeen te komen? In een dergelijk geval zal het goed zijn wanneer de broeders en zusters in kleine groepjes, of in gezinsgroepjes indien dit noodzakelijk is, samenkomen. Op deze wijze komen zij bijeen om aan de betekenis van de Avondmaalssymbolen, namelijk het brood en de wijn, herinnerd te worden. In een dergelijk noodgeval zou een van de opgedragen broeders (of een opgedragen zuster, indien er geen broeder aanwezig is) kort de bijbelse verslagen in Matthéüs 26:17-30, Lukas 22:7-23, 28-30 en 1 Korinthiërs 11:20-31 kunnen beschouwen. Indien een gemeente in kleine groepjes moet bijeenkomen, kan het gecombineerde aantal aanwezigen als het bezoekersaantal voor de gehele gemeente naar het Genootschap worden opgezonden.

Wat de symbolen betreft, er dient beslist alle moeite gedaan te worden om erop toe te zien dat de leden van het gezalfde overblijfsel het brood en de wijn aangeboden krijgen, zelfs als iemand van hen thuis ziek ligt of in het ziekenhuis is. Slechts in een heel uitzonderlijk geval, wanneer iemand van het gezalfde overblijfsel niet op 14 Nisan van de symbolen gebruik kan maken, zou hij de wens kunnen koesteren de Gedachtenisviering op de veertiende dag van de volgende maanmaand (de dag van de volgende volle maan) te houden, in harmonie met het beginsel dat in Numeri 9:10, 11 en 2 Kronieken 30:1-3, 15 met betrekking tot verlate Paschavieringen wordt aangetroffen. In het geval van zo’n verlate viering dient dit onmiddellijk daarna gerapporteerd te worden.

Wat te doen als meer dan één gemeente dezelfde Koninkrijkszaal moet gebruiken? Het zou goed zijn om er bij het indelen van de vergadertijden rekening mee te houden dat er voldoende tijd wordt verschaft waarin de ene gemeente de zaal kan verlaten en de volgende gemeente met haar programma kan beginnen. Met dit in gedachten, zijn er in sommige gevallen extra zalen gehuurd voor de Gedachtenisviering. In zulke gevallen kunnen verscheidene gemeenten het raadzaam achten gezamenlijk op één vergadering bijeen te komen. Er zou dan een gecombineerd rapport opgestuurd kunnen worden waarop de namen van de betrokken gemeenten staan vermeld.

Wat was de volgorde van de gebeurtenissen in Jezus’ tijd? Tijdens de eerste viering van het Avondmaal des Heren was Matthéüs persoonlijk aanwezig. Hij vermeldt de werkelijke volgorde van hetgeen er geschiedde. Jezus en zijn twaalf discipelen vierden het Pascha, waarbij zij geroosterd lam en ongezuurd brood gebruikten, hetgeen de deelnemers herinnerde aan wat er gebeurde toen de Israëlieten in 1513 v.G.T. uit Egypte werden bevrijd. Er was geen mystiek verbonden aan het nuttigen van het geroosterde lam en het ongezuurde brood, hetgeen als een herinnering diende (Matth. 26:17-19; Ps. 119:2, 14). Na het paschamaal ontmaskerde Jezus zijn verrader, Judas, die toen werd weggezonden (Matth. 26:20-25; Joh. 13:29, 30). Hierdoor bleef Jezus met de elf getrouwe apostelen achter, met wie hij het nieuwe avondmaal instelde, waarbij het gebruik van het ongezuurde brood en de beker werkelijke rode wijn was betrokken. In beide gevallen sprak Jezus een dankgebed uit, eerst voor het brood en vervolgens voor de wijn (1 Kor. 11:24, 25). Nadat Jezus nog verdere opmerkingen had gemaakt en een gebed had opgezonden, besloten zij hun bijeenkomst door lofliederen te zingen, waarna zij naar de Olijfberg gingen. Dit geeft de algemene procedure aan die tot op onze tijd is gevolgd. — Matth. 26:26-30; Joh. 13:31–18:1.

Waaraan herinneren de symbolen, namelijk het brood en de wijn, ons? Het ongezuurde brood herinnert ons aan Jezus’ vleselijke lichaam, hoe hij „in het vlees heeft geleden” (1 Petr. 4:1), hoe hij zijn vleselijke lichaam „ten behoeve van het leven der wereld” heeft gegeven (Joh. 6:51), hoe hij „het Lam [is], dat geslacht werd” (Openb. 5:12) en hoe het Wetsverbond „uit de weg [werd] geruimd door het aan de martelpaal te nagelen” (Kol. 2:14). De rode wijn herinnert ons eraan hoe Jezus als onze Loskoper heeft gediend doordat wij door het „kostbare bloed” van Jezus zijn bevrijd (1 Petr. 1:19) en hoe zijn levensbloed werd gebruikt om het nieuwe verbond, waarin zijn medeërfgenamen worden gebracht, te bekrachtigen (1 Kor. 11:25). Hoewel de leden van de „grote schare” niet van de symbolen gebruiken, worden zij herinnerd aan de voordelen van Jezus’ daad en van het nieuwe verbond door middel waarvan zij vele voordelen ontvangen (Openb. 7:9, 10, 14). Jehovah heeft door middel van de verzoenende kracht van Christus’ slachtoffer beslist regelingen voor onze bevrijding getroffen, niet alleen voor de gezalfden, maar ook voor allen die hier op aarde eeuwig leven ontvangen. — Lev. 16:11; 1 Joh. 2:2.

Hoe wordt de vergadering geleid? Op de bijeenkomst voor de Gedachtenisviering spreekt een broeder die als voorzitter optreedt, een kort welkomstwoord en opent de vergadering met een lied en een gebed. Dit wordt gevolgd door de Gedachtenislezing, welke wordt uitgesproken door een bekwame spreker (een gezalfde broeder wanneer deze beschikbaar is) die door de aangestelde opzieners is uitgekozen. Het zou niet goed zijn wanneer verscheidene broeders elk een gedeelte van de Gedachtenislezing, zoals in een symposium, zouden houden. Het verdient aanbeveling dat de spreker de twee korte gebeden in verband met de symbolen uitspreekt (Matth. 26:26, 27). Nadat de symbolen zijn uitgereikt en de spreker nog een verdere toelichting heeft gegeven, kunnen de slotopmerkingen door de presiderende opziener worden gedaan, tenzij hij degene is die het Gedachtenisprogramma leidt. De bijeenkomst wordt met een lied en een gebed besloten.

Alleen de leden van het gezalfde overblijfsel gebruiken van de symbolen die aan de aanwezigen worden aangeboden. Na een kort gebed wordt eerst het brood doorgegeven. Vervolgens wordt, na weer een gebed, de wijn aangeboden. Het brood en de wijn worden niet tegelijkertijd aangeboden. Degenen die op een ’waardige’ wijze aan de viering deelnemen, dienen van beide symbolen te gebruiken. — 1 Kor. 11:27, 28.

De bijbel zegt dat Jezus het brood brak, klaarblijkelijk om de apostelen te bedienen die aan beide zijden van de tafel aanlagen (Matth. 26:26). Dit is niet noodzakelijk in de omstandigheid waarin wij ons bevinden, aangezien Jezus geen ritueel precedent schiep. Er is dus geen symbolische betekenis verbonden aan het breken van het ongezuurde brood. Houd in gedachten dat geen van de beenderen van Jezus’ zondeloze fysieke lichaam in de dood werden gebroken (Ex. 12:46; Ps. 34:20; Joh. 19:33, 36). Het aantal bekers en het aantal borden dat wordt gebruikt, hangt af van het aantal broeders dat nodig is om de symbolen rond te laten gaan. Vóór het begin van de vergadering kan er op elk bord dat wordt gebruikt, een stuk van het ongezuurde brood worden gelegd en kan de wijn in de bekers worden ingeschonken.

Wat voor soort van brood en wijn moet er gebruikt worden? Aangezien Jezus ongezuurd brood nam dat normaal voor het Pascha werd gebruikt, gebruiken wij thans ongezuurd brood. Sommige joodse matses worden uitsluitend van tarwemeel en water bereid, en zulke matses kunnen door christenen worden gebruikt voor de Gedachtenisviering. Wij zullen echter geen matses gebruiken die met extra ingrediënten zijn bereid, zoals zout, suiker, mout, eieren, uien, enzovoort.

Sommige Getuigen geven er misschien de voorkeur aan een kleine hoeveelheid ongezuurd brood uit meel (tarwe, rijst of een andere graansoort) en water te bereiden. Dit kan als volgt gedaan worden: Vermeng anderhalve kop meel met één kop water en maak een vochtig deeg. Rol het deeg uit op een platte ondergrond, die goed met meel is bestrooid, tot het zo plat is als een wafel, of zo dun mogelijk. Plaats dit in een bakpan of op een bakplaat, terwijl u er met een vork rijkelijk kleine gaatjes in prikt, en geef het de vorm van een plat brood. Bak het in de oven totdat het droog en knappend is.

De wijn die voor de Gedachtenisviering wordt verschaft, dient werkelijke rode wijn te zijn zoals de joden die bij hun paschavieringen gebruikten. Wij merken op dat Jezus in Matthéüs 26:29 naar „het produkt van de wijnstok” verwijst, hetgeen in die tijd van het jaar alleen gegiste wijn kon zijn. Zuivere rode druivenwijn is de enige passende herinnering aan Jezus’ vergoten bloed. Christus’ bloed was voldoende zonder dat er iets aan werd toegevoegd, en daarom dient de wijn die wordt gebruikt, gewoon ongezoete en onversterkte rode wijn te zijn. Indien er moeilijkheden worden voorzien om de symbolen te verkrijgen, dienen er lang genoeg van tevoren voorbereidingen getroffen te worden om ze in bezit te krijgen. Aangezien de symbolen op zichzelf genomen niet heilig zijn, kunnen het brood en de wijn nadat de viering voorbij is en de vergadering is geëindigd, naar huis worden meegenomen en als gewone voedingsmiddelen beschouwd worden die op een ander tijdstip normaal genuttigd kunnen worden. — 1 Sam. 21:4.

Wie dienen van de symbolen te gebruiken? Alleen degenen die tot de „kleine kudde” behoren, zijn in het nieuwe verbond opgenomen, zodat er alleen van hen wordt verlangd dat zij van de symbolen gebruiken (Luk. 12:32). Als het kleine groepje toekomstige gezalfden vormden de elf getrouwe apostelen de kern van degenen die later, op de pinksterdag van het jaar 33 G.T., in het nieuwe verbond opgenomen zouden worden (Luk. 22:20). De leden van de „grote schare”, die geen ’nieuwe schepselen’ in het nieuwe verbond zijn, maken tijdens deze jaarlijkse viering geen gebruik van het brood en de wijn. — 2 Kor. 5:17.

Elkeen van de gezalfden die de Gedachtenisviering bijwoont, onderzoekt zichzelf van tevoren om te zien of hij waardig is aan de viering deel te nemen en of hij werkelijk het getuigenis van de geest heeft (Rom. 8:16, 24; 1 Kor. 11:27-29). Af en toe komt het voor dat enkele vroegere deelnemers zijn gaan inzien dat hun verhouding tot God niet die van een gezalfde zoon is. Zij dienen er terecht mee op te houden van de symbolen te gebruiken, maar dit zou er geen aanwijzing van vormen dat zij ontrouw zijn geworden. Het is slechts zo dat in verband met hun persoonlijke verhouding tot Jehovah duidelijk is geworden dat zij een aardse hoop bezitten.

Degenen die als deelnemers worden geteld, zijn personen die als getrouwe, gedoopte dienstknechten van God bekend staan. Wij nodigen geen uitgesloten personen uit om aanwezig te zijn. Mocht zo iemand echter aanwezig zijn, dan is er geen reden verontrust te zijn als hij in een rij met anderen zit en van de symbolen gebruikt. Zo iemand wordt in geen geval als een deelnemer geteld.

Het is altijd een vreugde te zien dat zoveel nieuwelingen de Gedachtenisviering bijwonen. Na het programma wordt de gelegenheid benut om van aangename omgang met de nieuwelingen en met elkaar te genieten. Deze vreugdevolle omgang is voor iedereen werkelijk opbouwend en aanmoedigend. Als wij op het programma van deze avond terugzien, brengt het ons er altijd toe met dankbare waardering te overdenken wat Jehovah, uit liefde voor ons, door bemiddeling van onze Loskoper, Jezus Christus onze Heer, voor ons heeft gedaan (Matth. 20:28; 1 Petr. 3:15). Wanneer een gezin van Jehovah’s getuigen na het programma thuiskomt, kunnen zij er tijd aan besteden om de betekenis van deze belangrijke gebeurtenis te bespreken. Dit alles draagt ertoe bij de gezinsleden dichter bijeen te brengen, terwijl zij er in geestelijk opzicht door worden verrijkt.

De ouderlingen maken zorgvuldige plannen voor een passende Avondmaalsviering voor de plaatselijke gemeente. Wanneer wij als Jehovah’s opgedragen dienstknechten — zowel de gezalfden als de leden van de „grote schare” — op deze ene avond in alle delen van de aarde eendrachtig vergaderd zijn, schenken wij uit het diepst van ons hart lof aan onze Soevereine God Jehovah. Ook danken wij Jezus Christus, onze Loskoper, die zijn grote liefde voor ons heeft getoond door afstand te doen van zijn menselijke leven ten einde ons te redden. Jaarlijks scheppen de leden van het gezalfde overblijfsel en de „grote schare” er grote vreugde in hem als de Messiaanse wereldveroveraar te gedenken. — Joh. 16:33.

[Voetnoten]

a Wegens dezelfde redenen achten de hedendaagse joden het soms noodzakelijk hun ingelaste dertiende maand op een andere tijd in te voegen dan Jehovah’s getuigen. In dergelijke gevallen komt hun paschadatum dan ook een maand later dan de Avondmaalsdatum van Jehovah’s getuigen.

b De datums van het Pascha en de Gedachtenisviering worden in de aard der zaak berekend op grond van een negentienjaarcyclus. Zie voor details Aid to Bible Understanding, bladzijde 1677, onder het onderkopje „The Metonic Cycle” (De cycles van Meton). Zie ook de bladzijden 1076-1078 voor inlichtingen over het Avondmaal des Heren.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen