Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w76 15/8 blz. 511-512
  • Vragen van lezers

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Vragen van lezers
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1976
  • Vergelijkbare artikelen
  • Nieren
    Hulp tot begrip van de bijbel
  • Onze geestelijke gezondheid en „de nieren”
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1978
  • Nieren
    Inzicht in de Schrift, Deel 2
  • Vlees
    Hulp tot begrip van de bijbel
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1976
w76 15/8 blz. 511-512

Vragen van lezers

● Werd Jezus lichamelijk als een mens van vlees en bloed opgewekt?

Volgens de geïnspireerde Schrift werd Jezus niet in het vlees tot leven opgewekt. In 1 Petrus 3:18 lezen wij dat hij „ter dood [werd] gebracht in het vlees, maar levend gemaakt in de geest” (Nieuwe-Wereldvertaling; Voorhoeve). Andere schriftplaatsen bevestigen dat Jezus eenvoudig niet als een mens van vlees en bloed opgewekt kan zijn.

Het was Gods voornemen dat zijn Zoon weer hemels leven zou hebben en niet als een mens op aarde zou blijven voortleven. Dit maakte het nodig dat Jezus als een geestelijk persoon werd opgewekt, aangezien mensen van vlees en bloed niet in de hemel kunnen leven. De apostel Paulus schreef: „Vlees en bloed [kunnen] Gods koninkrijk niet . . . beërven en de verderfelijkheid beërft de onverderfelijkheid niet.” — 1 Kor. 15:50.

In het geval van de mens Jezus Christus vormde zijn vlees een barrière die hem verhinderde het hemelse rijk binnen te gaan. In Hebreeën 10:20 werd derhalve in verband met Jezus’ „vlees” gezegd dat het werd afgebeeld door het „gordijn” in de tabernakel dat het Heilige van het Allerheiligste scheidde. Voordat Jezus de hemel, het werkelijke „Allerheiligste”, kon binnengaan, moest hij zijn vleselijke bestaan opgeven en de geestelijke natuur ontvangen. Zijn lichaam van vlees zou hem hebben belet als een geestelijk persoon voorbij het „gordijn” te gaan.

Nog een factor die niet over het hoofd gezien dient te worden is, dat de bok en de stier die op de verzoendag werden geofferd, het slachtoffer van Jezus Christus afbeeldden. De Wet, waarin deze slachtoffers werden voorgeschreven, diende als „een schaduw . . . van de toekomstige goede dingen” (Kol. 2:17; Hebr. 10:1). Zoals wij weten, verschaft een schaduw de algemene vorm van de werkelijkheid die de schaduw heeft geworpen. Wilde de schaduw dus in de werkelijkheid in vervulling gaan, dan kon Jezus zijn geofferde lichaam van vlees en bloed niet terugnemen, aangezien de lichamen van die geofferde slachtoffers grondig werden verwijderd doordat ze werden verbrand (Hebr. 13:11, 12). Hieruit volgt dus logischerwijs dat Jehovah God zich van het geofferde lichaam van zijn Zoon ontdeed. Indien Jezus zijn lichaam van vlees had teruggenomen, zou zijn slachtoffer bovendien tijdelijk zijn geweest, zonder een blijvende verzoenende waarde.

Dat Jezus niet in het vlees werd opgewekt, verklaart waarom twee van zijn discipelen en Maria Magdalena hem niet herkenden toen hij na zijn opstanding lichamelijk verscheen. Zij onderscheidden alleen wie hij was door wat hij zei of deed. — Luk. 24:13-31; Joh. 20:14, 15.

Het is waar dat Jezus, ten behoeve van de twijfelende Thomas, met het zichtbare bewijs van spijkerafdrukken in zijn handen en een speerwond in zijn zijde verscheen (Joh. 20:24-29). Maar zelfs in verband met die manifestatie is er het bewijs dat Jezus zich ogenblikkelijk in een fysiek lichaam van vlees gematerialiseerd moet hebben. Een ooggetuige, de apostel Johannes berichtte: „Ofschoon de deuren op slot waren kwam Jezus, en hij stond in hun midden” (Joh. 20:26). Het is duidelijk dat de apostel Johannes dit niet speciaal vermeld zou hebben als Jezus eenvoudig de deur had opengedaan en vervolgens zichtbaar de kamer was binnengekomen. Jezus is klaarblijkelijk plotseling in het midden van de discipelen verschenen, de gesloten deur verhinderde hem niet binnen te komen. Dit was iets wat een mens van vlees niet had kunnen doen. Geestelijke personen zijn hier echter wel toe in staat als zij zich materialiseren. Zo verscheen de engel Gabriël bijvoorbeeld lichamelijk aan de priester Zacharia in het heilige van de tempel (Luk. 1:11). En de engel die aan Simsons ouders verscheen, kwam in een vuurvlam naar beneden. — Recht. 13:19, 20.

Het geval waarbij de engel is betrokken die tot Simsons ouders sprak, werpt ook licht op Jezus’ hemelvaart. Die engel bleef voor de ouders van Simson zichtbaar toen hij in een vuurvlam opsteeg, waarna hij zich klaarblijkelijk dematerialiseerde en uit het gezicht verdween. Toen Jezus naar de hemel opsteeg, bleef hij op overeenkomstige wijze zichtbaar totdat hij in een wolk terechtkwam, waardoor de discipelen hem niet langer met hun letterlijke ogen konden zien. Hij moet zich toen van het vleselijke lichaam waarin hij werd gezien, hebben ontdaan, evenals gematerialiseerde engelen dit bij andere gelegenheden hadden gedaan. — Hand. 1:9-11.

Dat Jezus eenvoudig een lichaam aannam om door zijn discipelen gezien te worden, zoals engelen dit in het verleden hadden gedaan, blijkt ook uit het feit dat hij geheel gekleed verscheen. Toen Jezus in het graf werd gelegd, was hij niet gekleed, maar eenvoudig in fijne linnen doeken gewikkeld. Na zijn opstanding bleven deze doeken in het graf liggen. Dus evenals Jezus kleding moest materialiseren moest hij ook vlees aannemen om zich voor zijn discipelen zichtbaar te maken. — Luk. 23:53; Joh. 19:40; 20:6, 7.

Gezien tegen deze achtergrond, kunnen wij beseffen dat de betiteling van Jezus als de „Zoon des mensen”, zelfs nadat hij naar de hemel was gegaan, geen betrekking kon hebben op het feit dat hij in de hemel een menselijk lichaam zou hebben (Hand. 7:56). In een Messiaanse profetie waarin wordt gezegd dat hij van zijn Vader koninklijke macht ontvangt, wordt naar hem verwezen als „iemand gelijk een mensenzoon” (Dan. 7:13, 14). Dus ook al heeft Jezus Christus het vereiste slachtoffer gebracht door zijn menselijke natuur op te geven, blijft hij de Messiaanse aanduiding „Zoon des mensen” behouden. Op overeenkomstige wijze draagt Jezus Christus de titel „het Lam”, aangezien hij zijn leven als een slachtoffer heeft afgelegd (Openb. 21:22). Die titel geeft duidelijk geen beschrijving van zijn verschijning of natuur in de hemel.

De Schrift in zijn totaliteit getuigt er dus van dat Jezus niet als een mens van vlees en bloed, maar als een glorierijke geestelijke persoon is opgewekt.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen