Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w75 1/7 blz. 414-416
  • Vragen van lezers

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Vragen van lezers
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1975
  • Vergelijkbare artikelen
  • Is abortus het antwoord?
    Ontwaakt! 1975
  • Abortus — Geen makkelijke oplossing
    Ontwaakt! 2009
  • Abortus — Tegen welke prijs?
    Ontwaakt! 1987
  • Zou u een abortus laten verrichten?
    Ontwaakt! 1982
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1975
w75 1/7 blz. 414-416

Vragen van lezers

● Is men bij een wezenlijk gevaar voor de gezondheid gerechtigd een abortus te laten verrichten?

Hoewel dit een probleem is waarbij zeer diepe menselijke gevoelens en belangen zijn betrokken, toont de volmaakte raad van God aan dat een mogelijk risico voor moeder en kind iemand niet het recht geeft een abortusingreep te laten verrichten.

De menselijke zienswijzen met betrekking tot deze kwestie zijn uiteenlopend en vaak tegenstrijdig. Maar aan de bijbelse zienswijze ligt leven en respect voor het leven ten grondslag. Het menselijke leven heeft zowel een goddelijke oorsprong als een goddelijk doel (Gen. 1:27; Job 33:4; Ps. 100:3-5). In de gehele bijbel zien wij Gods grote respect voor leven weerspiegeld. Hij heeft mensen er op liefdevolle wijze toe aangespoord hun leven op prijs te stellen en het leven van anderen als heilig te respecteren. Iemand die, zonder met de goddelijke wet rekening te houden, het leven van een ander mens nam, zelfs van een baby in de baarmoeder, was schuldig en werd ter verantwoording geroepen. — Gen. 9:5, 6; Ex. 21:14, 22-25.

Er kan niet ontkend worden dat een zwangere vrouw soms een groot gevaar onder de ogen moet zien. Een gezondheidsprobleem, zoals diabetes, te hoge bloeddruk of andere cardiovasculaire ziekten kunnen bezorgde doktoren er oprecht toe leiden de conclusie te trekken dat haar leven in gevaar verkeert. Er wordt haar misschien gezegd: ’Als u geen abortus laat verrichten, zult u sterven.’ Ook kan abortus worden geadviseerd wanneer de kans bestaat dat het kind blind of misvormd zal worden geboren zoals wanneer de moeder gedurende de zwangerschap rubella (rode hond) oploopt. Sommigen redeneren in zulke gevallen misschien wel dat men door zich te laten aborteren, in werkelijkheid respect voor het leven toont. Hoewel het in geen geval juist zou zijn de ernst van zulke problemen te bagatelliseren of de oprechtheid van degenen die de abortus aanraden, in twijfel te trekken, dient men in gedachten te houden dat het leven van zowel de moeder als het kind in aanmerking genomen dient te worden.

Er bestaat thans niet zo iets als een volmaakte zwangerschap, want alle mensen zijn onvolmaakt (Rom. 5:12). Elke zwangere vrouw ziet dus een bepaald risico onder de ogen; het droeve feit doet zich voor dat sommige vrouwen, zelfs gezonde vrouwen, gedurende de zwangerschap en de bevalling sterven (Gen. 35:16-19). Moet elke zwangerschap worden afgebroken enkel omdat er een risico bestaat voor het leven of de gezondheid van de moeder? Klaarblijkelijk niet. Het is waar dat het gevaar in sommige gevallen als gevolg van de leeftijd of gezondheid van de vrouw, groter is dan normaal. Maar is het niet zo dat de meeste vrouwen, met inbegrip van velen die extra grote risico’s onder de ogen moeten zien, de bevalling toch overleven? Ook moet worden toegegeven dat, hoe goed bedoeld een medische diagnose ook is, deze verkeerd kan zijn. Hoe zou iemand die Gods zienswijze met betrekking tot de heiligheid van leven aanvaardt, dan de conclusie kunnen trekken dat men wegens een potentieel gevaar gerechtigd is een abortus te laten verrichten? Moet het leven van het zich ontwikkelende kind enkel en alleen worden afgesneden wegens hetgeen er zou kunnen gebeuren?a

Zo bestaat er ook bij elke zwangerschap de mogelijkheid dat het kind met een afwijking of misvorming geboren zal worden. „Ongeveer één op de 14 baby’s wordt met een genetische stoornis geboren; de getroffenen variëren van de diabeticus . . . tot de hopeloos gebrekkige, die misschien maar een paar dagen te leven heeft” (New York Times Magazine, 8 sept. 1974, blz. 100). Dient op grond van dit mogelijke risico de conclusie getrokken te worden dat aan alle zwangerschappen door middel van een abortus een eind moet worden gemaakt? In het geheel niet.

Ook in dit opzicht kan het risico dat het kind een afwijking heeft, in sommige gevallen extra groot zijn. Dit schijnt bijvoorbeeld het geval te zijn wanneer de vrouw ouder is dan veertig jaar of in gevallen waarin zij in het beginstadium van de zwangerschap bepaalde sterke medicijnen heeft genomen of een ziekte heeft opgelopen die gevaarlijk kan zijn voor de ongeboren vrucht. Ongeveer 10 tot 15 percent van de kinderen die aan moeders worden geboren die gedurende de eerste twaalf weken van de zwangerschap rode hond hadden opgelopen, hebben bepaalde schadelijke gevolgen van de ziekte, die in het eerste levensjaar op de voorgrond treden. (Dit betekent vanzelfsprekend ook dat 85 tot 90 percent van zulke kinderen niet aldus zijn getroffen.) Maar hoe kan iemand die een groot respect voor het leven heeft zeggen dat louter een potentieel gevaar van schade aan het kind het juist maakt het zich ontwikkelende leven van het kind te beëindigen?

Dat zulke gevaren nog altijd als slechts mogelijkheden beschouwd moeten worden, wordt geïllustreerd door het geval van een vrouw in Zuid-Afrika. Voordat zij zich van haar zwangerschap bewust was, ontving zij een injectie voor een nierkwaal. Later zei haar dokter dat haar kind als gevolg hiervan of een imbeciel of verschrikkelijk misvormd zou zijn; hij drong er bij haar op aan zich te laten aborteren. Toen zij van Jehovah’s getuigen leerde wat de bijbel over respect voor het leven zegt, zag zij van de abortus af. Zij besefte dat, zelfs indien haar kind gehandicapt zou zijn, Jehovah de schade in de komende Nieuwe Ordening ongedaan kon maken. (Vergelijk Jesaja 35:5, 6; Openbaring 21:4.) Wat was het resultaat? Zij bracht een gezonde baby, een meisje, ter wereld. Maar zelfs al zou haar dochtertje gehandicapt zijn en extra zorg en behandeling nodig hebben, zou dat dan verandering hebben gebracht in de juistheid van de beslissing het meisje te laten leven, met het vooruitzicht op eeuwig leven?

Een vrouw bij wie erop is aangedrongen een therapeutische abortus te laten verrichten omdat er een gevaar bestaat voor haar eigen gezondheid of leven, of voor dat van haar kind, moet dus de bijbelse zienswijze in haar geest prenten. Een mogelijk of potentieel gevaar, al is het heel ernstig, geeft iemand nog niet het recht de zaak in eigen handen te nemen en moedwillig het leven van het kind in de baarmoeder af te snijden. Voor het nemen van een beslissing die in overeenstemming is met het schriftuurlijke standpunt, is werkelijk geloof en moed nodig, maar het zal beslist de juiste beslissing zijn, een beslissing die eeuwig Jehovah’s goedkeuring zal hebben.

● In Psalm 5:4 wordt over Jehovah gezegd: „Niemand die slecht is, mag ook maar voor enige tijd bij u verblijven.” Waarom heeft Jehovah Satan dan toegestaan millennia achtereen in de hemel te blijven en af en toe zelfs in Zijn tegenwoordigheid te verschijnen?

Het verband waarin deze tekst staat, onthult dat Satan niet in de door de psalmist David genoemde betekenis bij Jehovah God ’verbleef’. In de vijfde psalm bracht David zijn vertrouwen tot uitdrukking in Jehovah’s bereidheid naar zijn gebed te luisteren. Wanneer David vervolgens zijn reden hiervoor vermeldt, wijst hij op Gods rechtvaardigheid door te zeggen: „Want gij zijt geen God die behagen schept in goddeloosheid; niemand die slecht is, mag ook maar voor enige tijd bij u verblijven” (Ps. 5:3, 4). Aldus bij God te „verblijven”, betekent een goedgekeurde gast in zijn huis of heilige tempel te zijn. (Vergelijk Psalm 15:1-5.) Dit blijkt duidelijk uit Davids latere woorden. Wanneer hij zijn eigen situatie vergelijkt met de beoefenaars van wat slecht is, die niet bij Jehovah mogen „verblijven”, zegt hij: „Wat mij aangaat, in de overvloed van uw liefderijke goedheid zal ik uw huis binnengaan, ik zal mij neerbuigen in de richting van uw heilige tempel in vreze voor u.” — Ps. 5:7.

Het werd Satan toegestaan millennia achtereen in de hemel te blijven en bij bepaalde gelegenheden (klaarblijkelijk voor de een of andere specifieke reden) op een vergadering van Gods zonen aanwezig te zijn (Job 1:6, 7; 2:1). Maar Satans tegenwoordigheid in de hemel werd alleen geduld omdat er een morele kwestie bestond die opgelost moest worden. Zoals uit het boek Job blijkt, beweerde Satan dat alle met verstand begiftigde schepselen in de grond der zaak zelfzuchtig waren en ontrouw en deloyaal jegens God zouden blijken te zijn als gehoorzaamheid aan Hem niet langer een handelwijze leek te zijn die stoffelijk of persoonlijk gewin opleverde (Job 2:4, 5). Opdat deze universeel belangrijke kwestie opgelost kon worden, stond Jehovah God Satan derhalve toe te proberen zijn bewering waar te maken. Op grond hiervan werd het Satan toegestaan zijn invloed te gebruiken ten einde te trachten andere engelenzonen ertoe over te halen hun onafhankelijkheid te laten gelden, waardoor zij aan een beproeving met betrekking tot hun loyaliteit jegens God werden onderworpen.

Veel engelen werden inderdaad deloyaal. Maar al deze ontrouwen, die weliswaar nog steeds toegang tot de hemel hadden, verloren hun positie van vertrouwen en verantwoordelijkheid. Zij werden vernederd, in hun activiteiten beknot en beroofd van verdere goddelijke verlichting. Deze situatie wordt in symbolische taal in Judas 6 besproken: „De engelen die hun oorspronkelijke positie niet hebben behouden maar hun eigen juiste woonplaats hebben verlaten, heeft hij met eeuwige banden onder dikke duisternis bewaard voor het oordeel van de grote dag.”

Deze ontrouwe engelen werden dus uit Gods gezin van loyale geestelijke schepselen gestoten. Zij en ook hun heerser, Satan, bleven niet bij Jehovah God wonen op de wijze waarop zij zich als zijn gehoorzame zonen in dit voorrecht hadden verheugd. Hoewel zij toegang hadden tot het hemelse rijk, waren zij nu uitgestotenen.

[Voetnoten]

a Soms veroorzaakt de behandeling van een ziekelijke toestand, zoals kanker van de baarmoederhals, de dood van het zich ontwikkelende embryo. Dit kan echter een onvermijdelijke bijwerking van de behandeling zijn; abortus vormt noch de behandeling zelf noch het doel ervan. Evenzo kan een bevrucht eitje zich in sommige gevallen in de eileider innestelen en beginnen te groeien. Zo’n buitenbaarmoederlijke zwangerschap kan zich in deze dunne eileider niet volledig ontwikkelen; na verloop van tijd zal er een einde aan komen doordat de eileider barst en het embryo sterft. Indien deze toestand tijdig wordt ontdekt, is de behandeling van de doktoren er meestal op gericht de aangedane eileider te verwijderen voordat deze barst. Een christelijke vrouw met een buitenbaarmoederlijke zwangerschap kan beslissen of zij deze operatie zal laten verrichten. Onder normale omstandigheden zou zij ongetwijfeld bereid zijn alle eventuele risico’s van de zwangerschap te dragen om haar kind een kans te geven te leven. Maar met een buitenbaarmoederlijke zwangerschap loopt zij een ernstig risico terwijl er geen mogelijkheid bestaat dat het embryo kan blijven leven en er een kind geboren zal worden.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen