Vragen van lezers
● Wat bedoelt Galáten 3:24 wanneer daar wordt gezegd dat de „Wet onze leermeester [is] geworden die tot Christus leidt”? — V.S.
Het Griekse woord dat met leermeester is vertaald (paidagogos) betekent letterlijk ’kind begeleidend’. Het duidde een man aan die een kind naar en van de school bracht. De leermeester of pedagoog droeg het kind over aan de onderwijzer. Het was zijn taak het kind voor fysiek en moreel kwaad te behoeden. De pedagoog had ook de autoriteit het kind te kastijden en op het gebied van gedrag te onderrichten. Soms kon zijn kastijding erg streng zijn.
De Wet die aan Israël werd gegeven, was net als zo’n leermeester. Ze diende om de Israëlieten in hun gedrag te leiden en behoedde hen, als zij zich eraan hielden, voor fysiek en moreel kwaad. Mozes zei dan ook tot het volk: „Indien gij naar de geboden van Jehovah, uw God, die ik u heden gebied, zult luisteren, door Jehovah, uw God, lief te hebben, zijn wegen te bewandelen en zijn geboden en zijn inzettingen en zijn rechterlijke beslissingen te onderhouden, dan zult gij stellig blijven leven en u vermenigvuldigen, en Jehovah, uw God, moet u zegenen in het land waarheen gij gaat om het in bezit te nemen” (Deut. 30:16). Bovendien hield de Wet de Israëlieten ondanks veroveringen en vreemde overheersing als volk bijeen. Ze zorgde ervoor dat de toestanden bleven bestaan die noodzakelijk waren voor het verschijnen van de Messías en dat Gods Woord der waarheid bewaard bleef en ze voorkwam dat de ware aanbidding geheel werd overschaduwd en uit het gezicht verdween.
Maar wegens de onvolmaaktheid van de Israëlieten stelde de Wet hun overtredingen aan de kaak en liet ze goed uitkomen dat zij onder Gods veroordeling stonden. De slachtoffers die zij onder de Wet moesten offeren, herinnerden hen voortdurend aan hun zondigheid (Gal. 3:10, 11, 19; Hebr. 10:1-4). Door aldus op de overtredingen van de Israëlieten te wijzen, kastijdde de Wet hen in werkelijkheid en wees ze hen op de noodzaak om van de dienstbaarheid aan de zonde bevrijd te worden. Degenen die voordeel trokken van deze kastijding of dit strenge onderricht, waren in staat Jezus als de beloofde Messías of Christus te herkennen. Op deze wijze kon er worden gezegd dat de Wet de op juiste wijze streng onderrichte Israëlieten in werkelijkheid aan Jezus Christus, de werkelijke Onderwijzer, ’overdroeg’.
Zoals in Hebreeën 10:1 wordt gezegd, heeft de Wet „een schaduw . . . van de toekomstige goede dingen”. Ze moest derhalve plaats maken voor de werkelijkheid die ’de Christus toebehoort’ (Kol. 2:16, 17). Aangezien de Wet een schaduw had, gaf ze een idee van de algemene vorm of opzet van de werkelijkheid, want Jezus plaatste de dingen die door de Wet werden afgeschaduwd in het rijk van de werkelijke waarheid. Daarom wordt in Johannes 1:17 verklaard: „De Wet werd door bemiddeling van Mozes gegeven, de onverdiende goedheid en de waarheid zijn door bemiddeling van Jezus Christus gekomen.”
Deze feiten tonen derhalve aan dat het zeer ongepast zou zijn wanneer iemand zou volhouden dat christenen onder de Mozaïsche wet staan. Als leermeester heeft ze haar doel goed gediend. „Maar nu het geloof [dat wil zeggen, geloof ten opzichte van Jezus Christus] is gekomen, staan wij niet meer onder een leermeester” (Gal. 3:25). De door God aangestelde Onderwijzer, Jezus Christus, heeft de verantwoordelijkheid overgenomen.