Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w74 1/12 blz. 735-736
  • Vragen van lezers

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Vragen van lezers
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1974
  • Vergelijkbare artikelen
  • Elkaar verlaten en echtscheiding ter wille van de vrede
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1961
  • Vragen van lezers
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk (studie-uitgave) 2022
  • Huwelijksverplichtingen en echtscheiding
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1956
  • Vragen van lezers
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1975
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1974
w74 1/12 blz. 735-736

Vragen van lezers

● Als iemand, na een wettelijke echtscheiding verkregen te hebben, te weten zou komen dat zijn of haar vroegere huwelijkspartner zich vóór de scheiding schuldig gemaakt had aan overspel of andere grove seksuele immoraliteit zou dit de wettelijke scheiding dan schriftuurlijk geldig maken? En zou, indien voor één enkele daad van overspel vergeving geschonken was, het verkrijgen van een echtscheiding op schriftuurlijke gronden uitgesloten zijn indien later aan het licht kwam dat er vele immorele daden waren bedreven? — Zweden.

In bepaalde gevallen kan de wetenschap dat een gescheiden huwelijkspartner vóór de scheiding overspel of andere grove seksuele immoraliteit bedreven heeft, een reeds verkregen scheiding geldigheid verlenen. Ook betekent het feit dat voor één geval van overspel vergeving geschonken is niet noodzakelijkerwijs dat eerdere, niet aan het licht gekomen verontreinigingen van het huwelijksbed eveneens vergeven zijn.

Volgens de Schrift wordt de huwelijksband door overspel of andere grove seksuele immoraliteit niet automatisch verbroken, maar het geeft de onschuldige huwelijkspartner wel een geldige reden die band te verbreken. (Matth. 5:32; 19:9). Aan de andere kant geeft een zonder schriftuurlijke reden verkregen echtscheiding geen van beide huwelijkspartners in de ogen van God de vrijheid te hertrouwen. Zulk een echtscheiding is uit schriftuurlijk oogpunt bezien hetzelfde als een scheiding van tafel en bed.

De apostel Paulus geeft gehuwde personen de raad: „Een vrouw [dient] niet van haar man . . . weg te gaan; doch indien zij werkelijk zou weggaan, dan moet zij ongehuwd blijven of zich anders weer met haar man verzoenen; en een man dient zijn vrouw niet te verlaten.” — 1 Kor. 7:10, 11.

Niettemin kan het — hoewel sporadisch — onder ware christenen voorkomen dat zij uiteengaan en hun huwelijk op andere gronden dan „hoererij” wettelijk laten ontbinden. Het kan zijn dat een christen die zich in deze situatie bevindt, er later achter komt dat zijn of haar gescheiden huwelijkspartner vóór de scheiding overspel gepleegd heeft. Zo iemand staat nu tegenover de beslissing of hij of zij dit als grond zal gebruiken ten einde de gemeente te bewijzen dat hij of zij de schriftuurlijke vrijheid bezit om te hertrouwen. Indien zo iemand, na tegenover het rechterlijke comité van de gemeente bewezen te hebben dat hij of zij schriftuurlijk vrij is van de huwelijkspartner, besluit te hertrouwen, zou deze persoon geen overspel ten laste gelegd worden.

Het kan echter zijn dat de onschuldige huwelijkspartner besluit dit niet als grond te gebruiken om zich schriftuurlijk vrij te maken om te hertrouwen. Misschien is het vele jaren geleden gebeurd dat de huwelijkspartner zich met overspel of grove seksuele immoraliteit ophield. De onschuldige heeft na de immorele daad (hoewel destijds onbekend) en vóór de scheiding van tafel en bed, misschien wel vele jaren met de desbetreffende huwelijkspartner in de huwelijksregeling geleefd. Het kan zijn dat de onschuldige partij, hoewel nu gescheiden de in het verleden begane fout wil vergeven in de mening verkerend dat hij of zij dit ook gedaan zou hebben als de zaak toen aan het licht gekomen was (Ef. 4:32). De onschuldige partij koestert misschien wel de hoop zich weer met de vroegere huwelijkspartner te verzoenen en weer een wettig huwelijk met die persoon aan te gaan.

Maar hoe staat het met de andere situatie, in het geval van iemand die nog steeds gehuwd is en die, na één daad van overspel vergeven te hebben, er later achter komt dat de schuldige huwelijkspartner voordat hem of haar deze vergeving geschonken was, andere daden van seksuele immoraliteit of perversiteit gepleegd heeft? Dit zou de onschuldige huwelijkspartner de gelegenheid geven de zaak opnieuw te beschouwen. Uit de bijbel blijkt dat zelfs Jehovah God het beoefenen van zonde als veel ernstiger beschouwt dan één enkele daad van zonde (1 Joh. 1:8–2:1; 3:4-6). Hoewel een man of vrouw wellicht bereid is één daad van overspel te vergeven, denkt hij of zij misschien wel anders over het vergeven van seksuele overtredingen die gedurende een langdurige periode zijn begaan, zodat er sprake is van het beoefenen van deze zonden. In zo’n geval zouden sommige personen het verkiezen de schuldige huwelijkspartner opnieuw te vergeven, maar anderen zouden dit nieuwe bewijs misschien willen gebruiken om een echtscheiding te verkrijgen en de gemeente de bewijzen te overleggen dat zij schriftuurlijk vrij zijn om te hertrouwen. Dit zou zowel van toepassing zijn op personen die uiteengegaan zijn of van tafel en bed gescheiden zijn als op degenen die nog als man en vrouw samenleven.

Daden van huwelijksontrouw die in het verleden niet vergeven waren, kunnen derhalve een grond vormen om het schriftuurlijke recht te verwerven de huwelijksband in de ogen van God te verbreken. De persoon die dit verkiest te doen, moet vanzelfsprekend bereid zijn die verantwoordelijkheid voor het aangezicht van zijn Schepper op zich te nemen. Hoewel de ouderlingen van de gemeente misschien persoonlijk van mening zijn dat vergeving gepaster geweest zou zijn, geven zij de zaak in de handen van Jehovah als de uiteindelijke Rechter. Alleen hij kent het hart en de beweegredenen van de persoon die zich schriftuurlijk vrij wil maken om te hertrouwen (1 Kor. 4:5). Ten aanzien van welke daad van huwelijksontrouw maar ook die in het verleden definitief vergeven is, geldt dat deze later niet als een schriftuurlijke grond gebruikt kan worden om een echtscheiding te verkrijgen of het recht te verwerven te hertrouwen.

Er zij opgemerkt dat de christelijke gemeente zich in deze aangelegenheden laat leiden door de Schrift en niet door wettelijke bepalingen waaraan men zich in bepaalde plaatsen houdt waar men niet met nieuw bewijsmateriaal mag komen nadat een zaak eenmaal behandeld en beslist is.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen