Zelfbeheersing leidde tot een onverwachte zegen
ZELFBEHEERSING is een vrucht van Gods geest (Gal. 5:22, 23). Wanneer men onder zeer onaangename omstandigheden zijn zelfbeheersing bewaart, kan dit op waarnemers een gunstige indruk maken en hen er zelfs toe bewegen de Bron van deze prijzenswaardige eigenschap te willen leren kennen. Dit ondervond een van Jehovah’s christelijke getuigen in Californië. Hij vertelt:
„Ik werd die bewuste morgen vroeg wakker. Daar ik die dag vrij had en dus niet hoefde te werken, besloot ik een blokje om te gaan. Toen ik bij het huis van mijn nieuwe buurman de hoek om ging, zag ik hem in zijn tuin staan. Daar we al kennis met elkaar gemaakt hadden, stak ik mijn hand op en zei: ’Goede morgen, Don, hoe gaat het ermee?’
Voordat hij maar kon antwoorden, schoot er, door de tuin en over de heg heen, iets donkers op me af en werd ik krachtig in mijn benen gebeten. Instinctief hief ik mijn armen op om mijn gezicht te beschermen. Onmiddellijk was Don bij me. Het donkere gevaarte bleek zijn vrouwtjeshond, een Doberman Pinscher, te zijn. Ze had mijn gebaar van begroeting abusievelijk opgevat als een aanvalspoging op Don. Voordat hij haar kon kalmeren en bij me weg kon krijgen, had ik behoorlijk wat beten te pakken en had ze onderhand mijn broekspijpen aan flarden gescheurd.
Natuurlijk was ik nogal van streek over deze onaangename ervaring, en Don niet minder. Maar op dit moment begon de eigenschap zelfbeheersing een rol te spelen. In plaats van me over het voorval op te winden, bemerkte ik dat ik bezig was Don te troosten en hem uitlegde dat de hond slechts handelde om zijn baas tegen ogenschijnlijk kwaad te beschermen. Na vastgesteld te hebben dat de hond volledig tegen hondsdolheid was ingeënt, keerde ik met pijn en moeite naar huis terug, waar ik onmiddellijk contact opnam met een dokter, die mijn wonden verbond en mij een injectie tegen tetanus gaf.
Kort daarna werd er op mijn deur geklopt. Toen ik opendeed, stond Don in de deuropening. Ik nodigde hem binnen en hij vroeg me hoe ik me nu voelde na het bezoek van de dokter, enzovoorts. Na over het een en ander gesproken te hebben, zei hij: ’Ik denk dat je wilt dat ik mijn hond laat afmaken of misschien neem je je geweer wel en schiet je haar zelf dood.’ Nogmaals overtuigde ik hem ervan dat ik geen wrok koesterde jegens hem of zijn hond. Hij was diep onder de indruk. Hij kon niet geloven dat ik zoveel zelfbeheersing bezat en geen kwaad met kwaad zou vergelden. Ik legde hem rustig uit dat ik als een van Jehovah’s getuigen de hoedanigheden van Gods geest aankweekte en dat ik slechts vanwege mijn studie en door het geleerde in praktijk te brengen, in staat was bij dit voorval zelfbeheersing aan de dag te leggen.
Enkele dagen later bezocht mijn vrouw deze buurman en liet bij Dons vrouw, Mary, een exemplaar van De Wachttoren en Ontwaakt! achter. Kort daarna werd er met het gezin een bijbelstudie begonnen. Don merkte steeds opnieuw op dat een man die onder zulke ongunstige omstandigheden zijn zelfbeheersing kon bewaren, iets moest bezitten wat hem hielp.”
Waartoe heeft dit alles geleid? Don en Mary, die inmiddels gedoopte getuigen van Jehovah zijn, beseffen nu eveneens dat het voor een christen van essentieel belang is de eigenschap zelfbeheersing aan de dag te leggen.