Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w73 15/8 blz. 508-510
  • Wat zal ik Jehovah vergelden?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Wat zal ik Jehovah vergelden?
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1973
  • Vergelijkbare artikelen
  • Altijd voor alle dingen dankzeggen
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1969
  • Hoe zullen wij Jehovah terugbetalen?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1988
  • Edelmoedig de hand openen voor degenen die in nood verkeren
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1976
  • Hoe geeft u blijk van uw dankbaarheid?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1968
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1973
w73 15/8 blz. 508-510

Wat zal ik Jehovah vergelden?

ALLEEN door de bijbel onderwezen mensen met een zachtmoedige aard zullen zich vermoedelijk ooit afvragen hoe zij Jehovah kunnen vergelden voor alle weldaden jegens zijn menselijke schepselen. De meeste mensen denken meer aan hun leed, hun redenen om te klagen en hun vooroordelen — en zij geven hier ook uiting aan — dan aan dingen waarvoor zij terecht dankbaar zouden kunnen zijn. Oprechte dankbaarheid is zeldzaam. Velen zijn zo verblind door eigenbelang dat zij de talloze redenen voor dankzegging niet eens kunnen zien. Deze situatie werd door een geïnspireerde schrijver uit de eerste eeuw G.T. duidelijk voorzegd met de woorden: „De mensen zullen zichzelf liefhebben, het geld liefhebben, zullen . . . ondankbaar, deloyaal, . . . zonder liefde voor het goede [zijn].” — 2 Tim. 3:2, 3.

Die geest van ondankbaarheid is besmettelijk. Hij kan zich verbreiden en anderen als een kwaadaardige ziekte aantasten. Zelfs de geest van degenen die zich tot de aanbidding van de enige ware God, Jehovah, hebben gekeerd, kan erdoor worden vergiftigd als zij ook maar enigszins verzuimen hun geloof en vertrouwen in Degene die zij aanbidden sterk te houden. Hoe belangrijk is het daarom veelvuldig over alle zegeningen te mediteren die Jehovah over ons heeft uitgestort — ja, zelfs nog voordat wij ons bewust waren van zijn weldadige heerschappij over het gehele universum! En er zijn speciale redenen om dankbaar te zijn dat wij in deze bijzondere periode van de menselijke geschiedenis leven en dat wij inzicht hebben in Gods wonderbare voornemen voor de mensheid en deze aardse planeet die tot een blijvend en prachtig tehuis voor de mensheid werd geschapen. — Jer. 9:24.

Bedenk dat wij allen in een stervend geslacht werden geboren. Vanaf de dag waarop wij werden geboren, zijn wij door overerving van onze zondige ouders onderhevig geweest aan vrees voor de dood. Wij zijn overgeleverd geweest aan de genade van zelfzuchtige, tirannieke heersers en van mensen die, evenals wilde beesten, begerig naar prooi waren. Wij zijn benadeeld, beroofd en uitgemergeld, niet alleen wat materiële dingen betreft maar, wat nog erger is, op het gebied van geestelijke dingen. Wij hebben in een duistere en onbarmhartige wereld rondgetast, ogenschijnlijk zonder iemand die zich om ons welzijn bekommerde (Ezech. 34:2-6). Wij hebben misschien zelfs wel om hulp gebeden zonder dat wij wisten tot wie wij baden.

Velen van ons hadden zelfs een kritiek punt in hun leven bereikt; zij waren misschien op een dood spoor, in een onmogelijke situatie, geraakt, zonder uitweg — of zo leek het althans. Net als vogels die in een klapnet zijn gevangen en zijn overgeleverd aan de genade van de vogelvanger, stonden zij machteloos tegenover een bijna zekere dood of op zijn minst volkomen frustratie en het verlies van het verlangen om te leven. Zij waren persoonlijk van mening dat niemand of niets hen kon helpen. Anderen hebben zich, volkomen ontzet over de realiteit van het leven in een goddeloze wereld, in de een of andere vorm van losbandigheid gestort, in een poging de stekende pijn van teleurstelling in de mogelijkheden van het leven voor hen te vergeten. Ook dit bleek zinloos te zijn.

Maar toen verscheen, op het juiste moment, Jehovah in ons leven. Dit kwam misschien doordat een van zijn Getuigen met het goede nieuws van het Koninkrijk bij ons aan de deur kwam, of doordat wij een van de vele bijbelse studiehulpmiddelen lazen die door Jehovah’s getuigen worden uitgegeven. De gevolgen waren verbazingwekkend! Onze ogen en oren werden geopend voor dingen die wij nog nooit hadden gezien en waarvan wij nog nooit hadden gehoord, wonderbaarlijke geestelijke dingen! De betekenis van Gods Woord, de bijbel, begon zich geleidelijk te ontvouwen. Op basis van de gloedvolle beloften van een nieuwe ordening opende zich een heel nieuw levensperspectief en een nuttig leven.

Toen kwamen wij te weten dat er vele anderen waren die dezelfde teleurstellende en frustrerende ondervindingen in het leven hadden opgedaan en die nu, net als wij, opgetogen waren over de dingen die in het verschiet lagen, het vooruitzicht op leven in een nieuw samenstel van dingen waarin rechtvaardigheid zou heersen (2 Petr. 3:13). En wij bemerkten dat zij geregeld in een Koninkrijkszaal bijeenkwamen, waar elke vergadering verband hield met het vergroten van onze kennis omtrent God en zijn voorziening voor redding. Hoe volkomen verschilde deze omgang van alles wat wij daarvoor in maatschappelijke en religieuze kringen in de wereld hadden meegemaakt! Wij hadden beslist vele redenen om eraan te denken de edelmoedige Gever van al deze goede dingen te vergelden!

In deze nieuwe en verfrissende omgang met andere dankbare personen, kregen wij het voorrecht ons edelmoedig beschikbaar te stellen voor de doelstellingen en activiteiten van de groep. Naarmate wij de gerieven van de Koninkrijkszaal genoten, werden wij ons ervan bewust dat het iets moest kosten om zulke zalen te onderhouden. Niemand behoefde met een collecteschaal onder onze neus te rammelen of ons gedrukte contributie-enveloppen te geven, zoals in veel kerken van de christenheid de gewoonte is. Wij kwamen te weten dat niemand om geld behoeft te vragen ten einde het werk van de grote Eigenaar van het universum te verrichten. Ja, wij gingen beseffen dat het voor ware christenen weerzinwekkend is mensen te smeken, er door vleien toe te brengen en ertoe te pressen bijdragen te geven. Wij merkten op dat de verantwoordelijke mannen in de gemeente zich er volkomen van bewust waren dat een dergelijk aandringen niet in overeenstemming is met de geest en beginselen van het christendom.

Men verloor natuurlijk niet de praktische kant van de kwestie uit het oog. Het kost werkelijk iets om de Koninkrijkszalen te onderhouden, te verwarmen, te verlichten en van andere gemakken te voorzien die ze geschikt maken voor het leiden van een veldtocht op het gebied van bijbelonderricht. Van tijd tot tijd lichtten oudere mannen in de gemeente de aanwezigen op de vergadering in over de kosten die het meebrengt en over de gelegenheid die allen die dit wilden, hadden om de kosten te helpen bestrijden, niet op een hoofdelijke basis en ook niet door de een of andere willekeurige beslissing, doch geheel op basis van het vermogen en de bereidheid van de gevers. In iedere Koninkrijkszaal staat een bijdragenbus — nooit opvallend — waarin iedereen zijn bijdrage kan doen. De hele regeling is volkomen tegengesteld aan de gedachte van om geld bedelen. Alleen vrijwillig gegeven bijdragen worden door Jehovah en zijn christelijke dienstknechten op prijs gesteld. — 2 Kor. 9:7.

Mettertijd kwamen wij de omvang van het werk van Jehovah’s getuigen te weten dat in zo’n 208 landen rond de aarde wordt verricht; wij kwamen te weten wat een geweldige onderneming het is in die landen met de Koninkrijksboodschap door te dringen, zendelingen op te leiden en uit te zenden en de mensen daar te helpen hetzelfde voortreffelijke werk ter hand te nemen en onder hun landgenoten te bevorderen. Wij wisten dat dit alles iets kost en dit bracht een ieder van ons ertoe zich af te vragen: Hoe kan ik op een positievere wijze aan deze wonderbare, wereldomspannende activiteit deelnemen, ook al laten mijn omstandigheden het niet toe van huis weg te gaan?

Welnu, wij vonden al gauw het antwoord. Hoe blij waren wij te horen dat het juist was onze persoonlijke bijdragen in het grootse levengevende werk naar het bijkantoor van het Genootschap te zenden dat de activiteiten in ons eigen land leidt! Wij kwamen te weten dat het juiste adres voor dit doel hier in Nederland Watch Tower Bible & Tract Society, Voorburgstraat 250, Amsterdam 1017 (girorekening 183765) was.

Na verloop van tijd kwamen wij achter nog andere manieren om er op onze eigen kleine wijze naar te streven Jehovah voor al zijn zegeningen te vergelden. Wij hoorden dat het mogelijk was persoonlijk aan het grootse predikings- en onderwijzingswerk deel te nemen waardoor Gods gezworen voornemen wordt volbracht om in deze dringende dagen, voordat dit oude samenstel van dingen in een tijd van grote verdrukking zijn einde bereikt, een groot aantal verdwaalde met schapen te vergelijken mannen en vrouwen te zoeken en voor hen te zorgen (Ezech. 34:11). Door geregeld op de vergaderingen in de Koninkrijkszaal te zijn, wordt men opgeleid om hieraan deel te nemen en ontvangt men ook veel aanmoediging door omgang met andere dankbare personen. En wat een vreugde is het te leren doen wat Christus Jezus en zijn discipelen ongeveer negentienhonderd jaar geleden deden! Opwindend is ook de wetenschap dat er op dit late tijdstip nog altijd zulke gelegenheden bestaan voor mensen die in de voetstappen van de Heer Jezus trachten te treden!

Als wij terugblikken op de hele weg waarop Jehovah onze God ons heeft geleid en op de weldaden die hij zo overvloedig jegens ons heeft betoond, kunnen wij dan de dankbaarheid die in ons hart opwelt, onderdrukken? Kunnen wij het ons veroorloven al zijn liefderijke goedheid te vergeten en weer op onze onbeduidende moeilijkheden en klachten gaan hameren? Neen, maar met de geïnspireerde psalmist kunnen wij vreugdevol verklaren: „Onze ziel is als een vogel die ontsnapt is uit het klapnet van vogelaars. Het klapnet is gebroken, en wij zijn ontsnapt. Onze hulp is in de naam van Jehovah, de Maker van hemel en aarde” (Ps. 124:7, 8). De ’barmhartige en goedgunstige God’ heeft ons bevrijd uit de nutteloosheid van een leven zonder God, uit de frustraties van een egocentrische leefwijze, ja, uit ’de koorden van de dood die ons omgaven’, want heeft hij ons geen hoop op leven door bemiddeling van Jezus Christus gegeven?

Het is duidelijk dat wij thans dankbaarheid tonen door aan allen die wij ontmoeten de lof van onze God te bezingen en hun te vertellen over de zegeningen die wij hebben ontvangen, onze volkomen nieuwe kijk op de toekomst. Laten wij de goedheid van Jehovah met hen delen. Wij hebben vrijelijk ontvangen; laten wij vrijelijk aan andere behoeftigen geven. En als wij van onszelf en onze middelen geven, laten wij dan het vertrouwen hebben dat Jehovah behagen schept in onze nederige pogingen gunstig te reageren op de vraag: „Wat zal ik Jehovah vergelden voor al zijn weldaden jegens mij?” — Ps. 116:12.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen