Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w73 15/10 blz. 639-640
  • Vragen van lezers

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Vragen van lezers
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1973
  • Vergelijkbare artikelen
  • Onan
    Hulp tot begrip van de bijbel
  • Onan
    Inzicht in de Schrift, Deel 2
  • Zwagerhuwelijk
    Inzicht in de Schrift, Deel 2
  • Zwagerhuwelijk
    Hulp tot begrip van de bijbel
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1973
w73 15/10 blz. 639-640

Vragen van lezers

● Waarom mogen vrouwen op de vergaderingen van Jehovah’s christelijke getuigen spreken, terwijl 1 Korinthiërs 14:34 zegt: „Het is hun niet toegestaan te spreken”? — V.S.

De toepassing van Paulus’ geïnspireerde gebod dient in het licht van de context te worden begrepen. Toen Paulus schreef, heerste er op de vergaderingen van de gemeente te Korinthe, met inbegrip van die vergaderingen waarop ongelovigen aanwezig waren, geen orde. Meer dan één persoon tegelijk placht te profeteren of in een taal te spreken (1 Kor. 14:22-32). Sommige vrouwen daar waren blijkbaar gewoon uitdagende vragen te stellen en met mannen die waren aangesteld om de gemeente te onderwijzen, te redetwisten. Op deze wijze matigden die vrouwen zich in werkelijkheid de positie van leraar aan en negeerden zij het feit dat de man als hoofd was aangesteld. — 1 Kor. 11:3.

De situatie rechtzettend, vestigde Paulus er de aandacht op dat ’God geen God van wanorde is, maar van vrede’ (1 Kor. 14:33). Met betrekking tot vrouwen schreef hij: „De vrouwen [moeten] zwijgen in de gemeenten, want het is hun niet toegestaan te spreken, maar zij moeten in onderworpenheid zijn, zoals ook de Wet zegt. Indien zij dan iets willen leren, moeten zij thuis hun eigen man ernaar vragen, want het strekt een vrouw tot schande in een gemeente te spreken” (1 Kor. 14:34, 35). Deze vermaning is in overeenstemming met Paulus’ latere woorden in zijn eerste brief aan Timótheüs: „Een vrouw lere in stilheid, met volledige onderdanigheid. Ik sta een vrouw niet toe te onderwijzen of autoriteit te oefenen over een man, maar zij moet in stilheid zijn.” — 1 Tim. 2:11, 12.

Het gebod voor vrouwen om niet te spreken, was derhalve alleen van toepassing wanneer dit spreken de ongezonde uitwerking had de autoriteit van de mannen in de gemeente te ondermijnen. Dat hiermee niet alle spreken van de zijde van vrouwen werd uitgesloten, blijkt duidelijk uit 1 Korinthiërs 11:5: „Iedere vrouw die met ongedekt hoofd bidt of profeteert, maakt degene die haar hoofd is, te schande.” Het zou vrouwen echter tot schande hebben gestrekt uitdagende vragen te stellen of zich boven de mannen op de vergadering te verheffen en hen te gaan onderwijzen. Als zij zulke dingen deden, zouden zij bovendien smaad op hun man hebben gebracht.

In overeenstemming met het apostolische voorbeeld, onderwijzen vrouwen in de gemeenten van Jehovah’s christelijke getuigen de gemeente niet op openbare vergaderingen. Zij oefenen geen autoriteit uit over mannen. Wanneer zij spreken, geschiedt dit steeds onder leiding van mannen die met het opzicht over de vergadering zijn belast. Hun spreken is derhalve nooit in tegenspraak met de autoriteit die mannen in de gemeente uitoefenen.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen