Volgelingen van Jezus, het schitterende model
1. Wat schreef de apostel Petrus aan christenen, en welke vraag wordt hierdoor opgeworpen die wij onszelf dienen te stellen?
TERUGBLIKKEND op zo’n dertig jaar van het aardse leven en de bediening van Jezus Christus, schreef de apostel Petrus omstreeks 62-64 G.T. aan medechristenen: „Gij werdt trouwens tot deze loopbaan geroepen, want ook Christus heeft voor u geleden, u een model nalatend opdat gij nauwkeurig in zijn voetstappen zoudt treden.” Ook wij kunnen, na het voorgaande artikel in dit tijdschrift te hebben gelezen, nadenken over het schitterende bericht dat Jezus heeft opgebouwd. En laten wij ons daarbij ieder voor zich afvragen: „Beweer ik een christen te zijn en volg ik deze Modelaanbidder van Jehovah?” Het volgen van zo’n schitterend model houdt beslist heel veel in, niet waar? — 1 Petr. 2:21.
2. Onder wiens toezicht en leiding geschiedt de predikingsactiviteit die Jehovah’s getuigen thans verrichten?
2 In de voetstappen van Jezus treden, zou bijvoorbeeld inhouden dat men deelneemt aan hetzelfde werk waarmee hij een begin heeft gemaakt en dat thans onder zijn toezicht geschiedt, namelijk het prediken van het Koninkrijk en het maken van discipelen. Ja, dat is zo. De verheerlijkte Heer Jezus Christus leidt thans het getuigeniswerk waaraan Jehovah’s christelijke getuigen deelnemen. Roep u te binnen wat Jezus na zijn overwinning op de dood en vóór zijn hemelvaart zei: „Gaat daarom en maakt discipelen van mensen uit alle natiën . . . En ziet! ik ben met u alle dagen tot het besluit van het samenstel van dingen.” Alle bewijzen duiden er niet alleen op dat wij in het besluit van dit samenstel van dingen leven, maar ook dat het hedendaagse werk dat bestaat in het maken van discipelen onder hemels toezicht geschiedt. — Matth. 28:19, 20.
3, 4. Welke toepasselijke vragen dienen wij onszelf in dit opzicht te stellen?
3 Hoe nauwkeurig treedt u echter in Jezus’ voetstappen? Zou men Christus navolgen als men zo nu en dan aan het predikingswerk deelneemt of enkel wanneer het geen persoonlijk ongerief met zich brengt? Als u geen vervoer hebt, zult u dan naar het gebied lopen, al zouden het vele kilometers zijn, om het goede nieuws naar geïsoleerd wonende mensen te brengen of om met uw broeders en zusters op een gemeentevergadering te zijn? Jezus heeft heel veel gelopen.
4 Trotseert u de hitte of de kou om heen en weer te gaan naar een wereldse betrekking, maar bemerkt u vervolgens dat u lichamelijk gemak boven de Koninkrijksdienst stelt wanneer het weer niet zo gunstig is? Is dat het model dat Jezus ons heeft nagelaten? Of was hij niet veeleer een harde werker die niet aan persoonlijk gemak dacht wanneer er zich een gelegenheid voordeed om te prediken? Toen hij zich op een keer bij de bron van Sichar bevond en men er bij hem op aandrong tijd te nemen om te eten, antwoordde hij: „Mijn voedsel is, dat ik de wil doe van hem die mij heeft gezonden en zijn werk voleindig.” — Joh. 4:34; vergelijk Markus 6:30-34.
5, 6. Welk model heeft Jezus nagelaten dat wij kunnen volgen wanneer wij te maken hebben met degenen die nog steeds een deel van Babylon de Grote zijn?
5 Jezus stond bekend om zijn tact wanneer hij met tegenstanders te maken had, en toch heeft hij herhaaldelijk de schriftgeleerden en Farizeeën veroordeeld om hun huichelachtigheid en omdat zij Jehovah’s geboden door hun overleveringen van nul en gener waarde maakten. Bij één gelegenheid, toen hij zich te midden van een schare in de tempel bevond, zei hij tot de religieuze leiders: „Slangen, adderengebroed, hoe zult gij het oordeel van Gehenna ontvlieden?” En aangaande hun ontrouwe citadel van aanbidding voegde hij eraan toe: „Jeruzalem, Jeruzalem, dat de profeten doodt en de tot u uitgezondenen stenigt . . . Ziet! Uw huis wordt u verlaten achtergelaten.” — Matth. 23:33-38; 15:3-9.
6 Hebt u net zo’n geprononceerde mening omtrent de goddeloze christenheid en haar ontrouwe religieuze stelsels, de tegenhanger van het ontrouwe Jeruzalem? Dit dient zo te zijn. De toestanden zijn thans even slecht, zo niet slechter, dan destijds. Over u dient net als over Christus te worden gezegd dat een verterende ijver voor Jehovah’s aanbidding u heeft verslonden. Als dit zo is, zult u de mensen met aandrang waarschuwen dat zij Babylon de Grote, het wereldrijk van valse religie, moeten verlaten indien zij geen deel van haar plagen wensen te ontvangen. — Joh. 2:17; Openb. 18:4.
7. In welke andere opzichten heeft Jezus ons een model nagelaten dat wij nauwgezet dienen te volgen?
7 Wat een schitterend model van goedheid, lankmoedigheid, zelfbeheersing en vriendelijkheid was deze zachtaardige Vredevorst! Volgt u hem nauwgezet na door deze godvruchtige hoedanigheden ten toon te spreiden? En hoe staat het met nederigheid? Wij dienen stellig dezelfde geestesgesteldheid te hebben die Christus Jezus in dit opzicht had, door nooit trots, arrogantie of egotisme aan de dag te leggen, maar veeleer nederig en ootmoedig van geest te zijn. Wij moeten niet alleen tegenover vreemden in het veld, maar nog veelmeer tegenover onze broeders en zusters in de gemeente van zulke christelijke hoedanigheden in onze persoonlijkheid blijk geven. Hierdoor groeit het hele lichaam van medegelovigen op in eenheid met elkaar en met hun hoofd Christus. — Gal. 5:22-26; Ef. 4:15, 16; Fil. 2:3-5.
8. Welk specifieke gebod heeft Jezus behalve een model nog meer aan christenen gegeven?
8 En hoe staat het met uw liefde voor Jehovah God, voor uw naaste en voor uw christelijke broeders en zusters? Christus heeft ons in dit opzicht stellig een volmaakt voorbeeld gegeven. De enige manier waarop wij kunnen bewijzen zijn discipelen te zijn, is trouwens door elkaar lief te hebben, zoals hij heeft geboden: „Ik geef u een nieuw gebod, dat gij elkaar liefhebt; net zoals ik u heb liefgehad, dat ook gij elkaar liefhebt. Hieraan zullen allen weten dat gij mijn discipelen zijt, indien gij liefde onder elkaar hebt.” — Joh. 13:34, 35.
9. Wiens voorbeeld volgen christenen in deze tijd met betrekking tot volharding, geduld en naarstigheid?
9 Wij moeten in nog iets anders Jezus’ voorbeeld volgen om als ware discipelen van hem te worden goedgekeurd. Doe het nooit kalmer aan of houd er nooit mee op louter omdat een toewijzing enkele nogal onaangename aspecten omvat, of omdat wij dat zelfde nu al een hele tijd doen. Indien wij Christus’ voorbeeld nauwgezet volgen, zullen wij veeleer eveneens in deze Koninkrijksprediking en dit onderwijzingswerk volharden totdat Jehovah zegt dat het geëindigd is, terwijl wij zo nodig, net als het Model Jezus, ’zelfs tot de dood getrouw zijn’ (Openb. 2:10). De apostel Paulus moedigt ons ertoe aan tot het einde toe dezelfde naarstigheid aan de dag te leggen en niet traag te worden, maar navolgers te zijn van het geloof en geduld dat door Christus werd getoond. Ja, ’houd oplettend het oog gericht op de Voornaamste Bewerker en Volmaker van ons geloof’, Jezus, als een model van iemand die door dik en dun aan zijn predikingstoewijzing vasthield. Doe dit, zo zegt de apostel, „opdat gij niet moe wordt en bezwijkt in uw ziel”. — Hebr. 6:11, 12; 12:2, 3.
10. Aan wie schonk Jezus exclusieve toewijding, en welk model heeft hij ons in dit opzicht nagelaten?
10 Er zijn honderdduizenden mensen over de gehele aarde die nauwgezet het schitterende model volgen dat Jezus heeft nagelaten met betrekking tot het prediken van het Koninkrijk en het maken van discipelen. Hoewel de natiën hun toewijding aan andere goden schenken, volgen Jehovah’s christelijke getuigen het voorbeeld van Jezus door alleen Jehovah te aanbidden, en daarom maken zij vreugdevol Jehovah’s naam en wil bekend. Hun vaste besluit wordt tot uitdrukking gebracht in Micha 4:5, waar staat: „Maar wij, van onze kant, zullen wandelen in de naam van Jehovah, onze God, tot onbepaalde tijd, ja voor eeuwig.” Met dit vaste besluit hebben zij gedurende het dienstjaar 1972 een schitterend werk tot stand gebracht.