Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w72 1/10 blz. 579-580
  • ’Bereidheid te geloven’ getuigt van wijsheid — Wanneer?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • ’Bereidheid te geloven’ getuigt van wijsheid — Wanneer?
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1972
  • Vergelijkbare artikelen
  • Schepping of evolutie? — Deel 1: Waarom kan ik in God geloven?
    Vragen van jongeren
  • De unieke ontdekking van penicilline
    Ontwaakt! 1980
  • Hedendaags ongeloof — Moet de speurtocht worden voortgezet?
    De mens op zoek naar God
  • Waarom men moet geloven dat er een God bestaat
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1957
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1972
w72 1/10 blz. 579-580

’Bereidheid te geloven’ getuigt van wijsheid — Wanneer?

MEN heeft beweerd: „De belangrijkste en meest onopgemerkte eigenschap ter wereld is de wil te geloven. Deze wil speelt een rol telkens als wij een brief in een brievenbus gooien of aan boord van een vliegtuig gaan of de duizend-en-een routinedingen doen waaruit ons moderne leven bestaat. Vanaf het geld dat wij op de bank zetten tot het geld dat wij lenen . . . leven wij in een wereld die gebouwd is op geloof”, op de bereidheid te geloven. — The Will to Believe, door de populaire schrijver, professor M. Bach.

Dit mag dan tot op grote hoogte zo zijn in de materiële wereld, maar hoe waar is het als het op geestelijke zaken aankomt? Agnostici en atheïsten in het bijzonder tonen een onwilligheid om te geloven. Zoals de filosoof William James eens zei, stellen dergelijke sceptici zich op het standpunt dat het belangrijker is dwaling te verwerpen dan de waarheid te aanvaarden. Met welk gevolg? Zij ontzeggen zichzelf de gelegenheid de feiten te weten te komen die bewijzen dat er een God is en daardoor alle zegeningen te verwezenlijken die met zulk een wetenschap gepaard gaan.

De onverstandige handelwijze van deze sceptici komt overeen met de houding die velen in de zeventiende eeuw aannamen tegenover de ontdekking van Harvey dat bloed in het menselijk lichaam circuleert. Harvey had er geen verklaring voor hoe het bloed van de slagaderen naar de aderen ging, omdat de microscoop toen nog niet was uitgevonden; daarom kon hij de haarvaten niet zien. Deze onzichtbaarheid van de haarvaten verschafte een van de bezwaren die tegen zijn theorie werden ingebracht. Zijn ontdekking „kreeg [dus] geen aanhangers onder de gevestigde anatomen van Europa”. In plaats daarvan „schreven plechtstatige beroemdheden zwaarwichtige tegenwerpingen”, zo lezen wij in het boek The Human Body.

Drie eeuwen later was de medische stand van Engeland wederom al te kritisch, ditmaal ten aanzien van Alexander Flemings ontdekking van penicilline. Mettertijd waren echter twee onderzoekers bereid de mogelijkheden van het geneesmiddel onbevooroordeeld te onderzoeken, en zij slaagden erin penicilline te perfectioneren zodat het geen schadelijke, vreemde bestanddelen meer bevatte. Als gevolg hiervan ontvingen de drie onderzoekers Nobelprijzen voor hun werk aan wat „de onbetwist grootste levenredder van de moderne geneeskunde” is genoemd.

Iemand die onbevooroordeeld is, die bereid is de bewijzen met betrekking tot God te onderzoeken, zal geen agnosticus, noch een atheïst zijn. Zo bekende S. Ramón y Cajal, een van de belangrijkste autoriteiten op het gebied van het oog, eens dat de wijsheid die hij hier ten toon gespreid zag, in het bijzonder in het netvlies en de lens, „voor het eerst mijn geloof in Darwins hypothese van natuurlijke selectie verzwakte”. Dit kwam omdat hij niet zijn ogen sloot voor de feiten. Hij stond open voor het bewijs dat er een oppermacht moest zijn.

Ook Robert Millikan, die als de meest vooraanstaande Amerikaanse geleerde van zijn tijd wordt beschouwd, verklaarde eens: „Er is een Godheid die vorm geeft aan ons doel . . . anders zouden wij geen gevoel van eigen verantwoordelijkheid bezitten. EEN ZUIVER MATERIALISTISCHE FILOSOFIE IS VOOR MIJ HET TOPPUNT VAN ONVERSTAND. Verstandige mensen in alle eeuwen hebben altijd voldoende gezien om hen op zijn minst eerbiedig te doen zijn.” De apostel Paulus drukte het negentien eeuwen geleden als volgt uit: „Zijn [Gods] onzichtbare hoedanigheden worden van de schepping der wereld af duidelijk gezien, omdat ze worden waargenomen door middel van de dingen die gemaakt zijn, . . . zodat zij niet te verontschuldigen zijn” door te weigeren in het bestaan van God te geloven. — Rom. 1:20.

Men zou kunnen zeggen dat de wil om in een hogere ongeziene macht te geloven een fundamenteel menselijk instinct is. Zo lezen wij in The World Book Encyclopedia dat er „nooit een volk is geweest dat niet de een of andere vorm van religie had”. En professor Nigg merkte op: „Het verlangen naar God is onuitblusbaar in de mens geworteld, waar hij ook mag zijn en tot welke leeftijd hij ook behoort.” Dit blijkt vooral wanneer mensen tegenover groot gevaar of de dood staan, om welke reden men zegt: „Er zijn geen atheïsten in eenmansgaten”, dat wil zeggen, op het slagveld.

Omdat de bereidheid te geloven niet alleen een fundamenteel instinct maar ook een noodzaak is, heeft het machtige communistische Rusland het op een akkoordje moeten gooien met de georganiseerde religie zoals deze in de christenheid wordt beoefend (hoe schandelijk deze religie ook is). Ruslands jongeren vinden een zuiver materialistische levensbeschouwing onbevredigend. De meer ernstig aangelegden onder hen weeklagen over de zinloosheid van hun leven en schreeuwen om iets waarin zij kunnen geloven. De Amerikaanse jeugd verraadt dezelfde behoefte om te geloven.

De wil om ergens in te geloven, is echter alleen wijsheid als datgene waarin wordt geloofd gebaseerd is op feiten en de rede, zoals trouwens ook in de voorgaande aanhaling van de geleerde Millikan werd opgemerkt. Alleen geloof in het bestaan van een Hogere Macht is niet voldoende. Wil de bereidheid te geloven wijsheid zijn, dan moet men verder gaan en bereid zijn datgene te onderzoeken wat beweert zulke vragen te beantwoorden als: Wat eist het Opperwezen van ons? Waar zijn wij vandaan gekomen? Wat is onze bestemming? Waarom ondergaan wij lijden en sterven wij?

In dit opzicht verdient de bijbel het meer dan enig ander boek door ons onderzocht te worden. Het is het oudste en in de meeste talen vertaalde boek — geheel of gedeeltelijk in 1471 talen — hetgeen wij van een goddelijke openbaring ook kunnen verwachten.

Het heeft bovendien tot een loyaliteit geïnspireerd zoals geen ander boek ooit heeft gedaan. Mensen hebben er hun leven aan gewijd en zelfs voor geofferd om het te vertalen. Het heeft neerslachtigen en treurenden hoop en vreugde gegeven en tallozen geholpen een beter leven te leiden.

Een Amerikaanse president van meer dan een eeuw geleden moet eens tegen een sceptische vriend gezegd hebben: „Lees dit Boek [de bijbel] voor wat je op grond van de rede kunt aanvaarden en aanvaard de rest op grond van geloof, en je zult leven en sterven als een beter mens.” De bedoeling van de publikaties die door de christelijke getuigen van Jehovah worden verspreid, hebben tot doel u een beter begrip en meer profijt van dat boek te geven. Door déze publikatie te lezen, toont u uw bereidheid te geloven — op grond van voldoende redenen en bewijzen.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen