Voortreffelijk gedrag trekt aan
HET predikings- en onderwijzingswerk van Jehovah’s christelijke getuigen ontsnapt niet aan de algemene aandacht. En het voortreffelijke gedrag dat zij in het dagelijks leven aan de dag leggen, verleent werkelijk kracht aan hun woorden. Mensen worden er daardoor vaak toe gebracht naar hen te luisteren. Dit wordt goed geïllustreerd door wat Jehovah’s getuigen in verschillende landen hebben ondervonden.
In een goudwinningstad in Ghana, waar de misdaad en heftige arbeidsgeschillen de politie druk bezighouden, kwam een geestelijke bij een van Jehovah’s getuigen en vroeg om een bijbelstudie. De reden voor zijn verzoek uitleggend, zei hij: „Ik werd onlangs op het politiebureau geroepen om mij borg te stellen voor twee leden van mijn kerk die met elkaar hadden gevochten en waren gearresteerd. Ik vroeg de politieagent de zaak te schrappen, opdat ik deze in de kerk kon oplossen. Hij vroeg mij: ’Kent u die mensen die van huis tot huis gaan om de bijbel te prediken — Jehovah’s getuigen?’ Ik zei: ’Jazeker’, en hij vertelde mij: ’U zult hen nooit zien vechten of iets zien doen waardoor de politie hen naar het bureau moet brengen. Waarom vraagt u uw kerkleden niet de bijbel met hen te bestuderen en net als zij Gods Woord na te volgen?’”
Deze geestelijke maakt goede vorderingen in zijn studie van de Schrift met Jehovah’s getuigen en bezoekt hun vergaderingen. Hij heeft ook de raad van de politieagent opgevolgd en de leden van zijn kerk aangemoedigd met de Getuigen te studeren. Enkelen van hen tonen werkelijk belangstelling.
● Een van Jehovah’s getuigen op Martinique die op een scheepswerf werkt, vertelt zijn ervaring: ’Arbeiders zijn gewoon om onder etenstijd allerlei moppen te vertellen. Vaak zijn ze schunnig. Als dit gebeurt, ga ik weg. Een van mijn werkmaats merkte dit op en vroeg: „Jij bent geen katholiek, wel?” Ik vertelde hem dat ik een van Jehovah’s getuigen was en legde uit waarom ik niet aan dergelijke gesprekken deelneem. Toen sprak ik met hem over Gods nieuwe ordening, waarin geen goddeloosheid, verdorvenheid en al dat soort van dingen meer zullen zijn. Ik legde ook uit dat degenen die een goed christelijk gedrag bewaren, vrede en geluk op aarde zullen genieten. Dit maakte indruk op mijn werkmaat. Hij wilde weten hoe ik aan die kennis kwam en sprak het verlangen uit een huisbijbelstudie te hebben. Thans zijn zowel hij als zijn vrouw Jehovah’s getuigen.’
● Op een school in Swaziland vond een elfjarige Getuige een portemonnaie met twee gulden erin. Zij bracht hem naar de onderwijzers opdat zij de eigenaar of eigenares konden opsporen. Dit verbaasde de onderwijzers zeer. Zij vonden de eigenares en gaven haar de portemonnaie terug. Medescholieren bespotten de jonge Getuige omdat zij dit had gedaan, doch haar eerlijkheid had goede resultaten. De ouders van het meisje dat de portemonnaie had verloren, waren Jehovah’s getuigen niet gunstig gezind. Zij wilden echter de religieuze achtergrond weten van het meisje dat zo’n eerlijkheid aan de dag had gelegd. Toen hun werd verteld dat zij een van Jehovah’s getuigen was, zeiden zij tegen hun dochtertje: ’Met dat soort van kinderen moet je omgaan.’ Zij verzochten de jonge Getuige een bijbelstudie met hun dochtertje te leiden. Sindsdien is de vader van de elfjarige Getuige ook een bijbelstudie met de ouders begonnen.
● Een jonge Getuige in Turkije, die een avondschool bezocht, moest een aanvraagformulier voor een studenten-legitimatiekaart invullen ten einde voordeel te trekken van gereduceerde vervoerskosten. Eén vraag op het formulier had betrekking op het werk dat buiten schooltijd werd verricht. Hoewel bijna alle leerlingen het een of andere werk deden ten einde die school te bezoeken, kregen zij de raad „neen” in te vullen. De Getuige vulde echter „ja” in. Dit veroorzaakte nogal wat opschudding onder de andere leerlingen. Zij wisten dat hij een Getuige was en zij waren bang als leugenaars aan de kaak gesteld te worden. Zij zetten hem daarom onder druk om zijn antwoord te veranderen. De Getuige werd zelfs bij de directeur van de school ontboden, die hem eveneens verzocht zijn antwoord te veranderen, zodat dit niet van dat van andere leerlingen zou afwijken. De Getuige weigerde standvastig en legde uit dat liegen in strijd was met zijn geloofsovertuiging. Zijn antwoord werd ten slotte aanvaard. Het gevolg was dat hij geen legitimatiekaart kreeg. Een medeleerling, die onder de indruk was van zijn eerlijkheid, stemde er echter in toe de bijbel met hem te bestuderen. Deze leerling is sindsdien een gedoopte Getuige geworden.
● In de Verenigde Arabische Republiek kwam een groep meisjes naar twee vleselijke zusjes op school toe. Een van hen zei: ’Wij willen jullie alleen maar prijzen voor jullie goede gedrag. In de twee jaar dat wij jullie nu kennen, hebben wij nog nooit gemerkt dat jullie problemen hadden en wij hebben jullie nog nooit anders dan vriendelijk en hartelijk gezien.’ Een ander meisje merkte op: ’En wat nog ongewoner is, is dat jullie twee zusjes zijn en toch schijnen jullie echt liefde voor elkaar te hebben. Wij hebben jullie nog nooit zien kibbelen.’ De zusjes antwoordden: ’Waar jullie ons voor prijzen, komt in feite doordat wij de bijbel bestuderen. Wij proberen de beginselen die wij door onze studie leren kennen, in ons dagelijks leven toe te passen. De bijbel bevat veel raad over vriendelijkheid, liefde en een goed gedrag.’ Toen haalde een van de zusjes haar bijbel te voorschijn, die zij altijd bij zich heeft, en las de meisjes over de vrucht van de geest voor (Gal. 5:22, 23). Eén meisje dat de zusjes niet zo gunstig gezind was, zei: ’Weten jullie dat deze twee meisjes die jullie zo prijzen niet eens naar de kerk gaan?’ Hierop antwoordde een van de zusjes vlug: ’Jij gaat wel naar de kerk, niet waar? Waarom word jíj dan niet geprezen voor goed gedrag?’ Toen het gesprek afgelopen was, hadden de zusjes met een aantal meisjes afgesproken een bijbelstudie met hen te houden. Nu hebben tien van hen bijbelstudie.
● De leden van een vooraanstaande familie in Seoul, Korea, waren steunpilaren van een van de voornaamste protestantse kerken in de stad. De familie hing erg aan elkaar. Hoewel de familieleden in verschillende stadsdelen woonden, bleven zij contact met elkaar onderhouden. Jarenlang hadden allen Jehovah’s getuigen weggestuurd als zij bij hen aan de deur kwamen. Hun dominees hadden hen gewaarschuwd nooit naar de „ketterijen” van de Getuigen te luisteren. Toen verhuurde een van de zusters een kamer aan een Getuige. Het prijzenswaardige christelijke gedrag van de Getuige bleef niet onopgemerkt. Hierdoor werden de ogen van deze vrouw geopend en werd zij ertoe bewogen tot de slotsom te komen dat Jehovah’s getuigen geen ketters waren, maar mensen die werkelijk het christendom beoefenen.
Ten slotte stemde zij toe in een bijbelstudie. Zij begon onmiddellijk met haar andere familieleden te spreken en vroeg of Getuigen hen wilden bezoeken. Volgens de meest recente berichten zijn vijf familieleden thans gedoopt. Negen van hen nemen met Jehovah’s getuigen aan hun prediking deel. Enkelen van hen bestuderen de bijbel met weer andere familieleden. Dit alles werd bewerkstelligd door het stilzwijgende getuigenis van het prijzenswaardige gedrag van één persoon.
Overal ter wereld trachten Jehovah’s getuigen in overeenstemming met bijbelse beginselen te leven — niet om indruk op anderen te maken, maar omdat zij beseffen dat dit het enige juiste is. Het is een uiting van hun liefde voor Jehovah God. De apostel Johannes schreef: „Dit betekent de liefde tot God, dat wij zijn geboden onderhouden.” — 1 Joh. 5:3.