Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w72 15/8 blz. 507-508
  • Een bibliotheek in Ninevé

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Een bibliotheek in Ninevé
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1972
  • Vergelijkbare artikelen
  • Asnappar
    Hulp tot begrip van de bijbel
  • Bibliotheken — Toegangspoorten naar kennis
    Ontwaakt! 2005
  • Asnappar
    Inzicht in de Schrift, Deel 1
  • Hoe u een theocratische bibliotheek kunt samenstellen
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1994
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1972
w72 15/8 blz. 507-508

Een bibliotheek in Ninevé

SOMMIGEN van de Ouden waren veel wijzer en hadden een veel grotere intelligentie dan veel mensen in deze tijd geneigd zijn te denken. Een opmerkelijk voorbeeld hiervan is de bibliotheek die door de Assyrische monarch Assurbanipal in Ninevé werd gesticht. Hoewel deze bibliotheek meer dan twee en een half millennia geleden bestond, had ze kenmerken die veel geleken op die welke in de hedendaagse bibliotheken worden aangetroffen.

Sinds 1845 G.T. hebben opgravingen ongeveer 22.000 kleitabletten en teksten uit de bibliotheek van Assurbanipal aan het licht gebracht. Sommige van deze tabletten zijn slechts twee en een halve vierkante centimeter groot. Andere hebben een afmeting van achtendertig bij tweeëntwintig centimeter. Vele tabletten vormden een genummerde serie die bovenaan met hetzelfde symbool waren gekenmerkt om ze met elkaar te verbinden. Klaarblijkelijk om bibliotheekruimte uit te sparen, bevatten de tabletten soms heel klein schrift dat blijkbaar met een vergrotende lens van kristal werd gelezen. Dit herinnert ons aan de microfilm die in hedendaagse bibliotheken wordt aangetroffen.

Er stond de lezer een grote verscheidenheid van onderwerpen ter beschikking. Thans wordt materiaal uit de bibliotheek van Assurbanipal als de belangrijkste inlichtingenbron voor de geschiedenis van het Assyrische Rijk en zijn koningen beschouwd. Behalve toverformules, gebeden en gezangen bevatten de duizenden spijkerschrifttabletten verhandelingen over geschiedenis, aardrijkskunde, astronomie en geneeskunde. Ook waren er rekentafels, grammaticaboeken en Sumerische en Assyrische woordenboeken beschikbaar, alsmede interlineaire vertalingen in het Assyrisch of Sumerisch.

Een gedeelte van Assurbanipals bibliotheek bevatte brieven. Hiertoe behoorden zowel persoonlijke correspondentie als brieven die aan de koning en hoge regeringsfunctionarissen waren geadresseerd.

Veel tabletten die in de bibliotheek werden aangetroffen, waren zakelijke documenten betreffende contracten, verkopingen en leningen. Deze tonen aan dat er voorzorgsmaatregelen werden getroffen om fraude te vermijden. De tabletten werden in kleienveloppen gestoken, waarna de zegels van de personen die het contract hadden gesloten en hun getuigen ook op de buitenkant werden afgedrukt. Iedereen die met het binnenste tablet wilde knoeien, moest de buitenste envelop vernielen. Zelfs als iemand de buitenste zegels kon namaken, zou een nieuwe buitenste envelop bij het drogen krimpen. Ten slotte zou het reeds droge, harde binnenste tablet de nieuwe envelop doen scheuren en breken. Dit zou aan het licht brengen dat iemand met het tablet had geknoeid.

De tabletten in Assurbanipals bibliotheek waren genummerd en gecatalogiseerd, waardoor het vinden van een tablet of een serie tabletten werd vergemakkelijkt. De inscripties op de grotere werken suggereren dat de bibliotheek open was voor iedereen die kon lezen.

Koning Assurbanipal genoot klaarblijkelijk van de literaire werken die hem ter beschikking stonden. Een van zijn inscripties luidt gedeeltelijk: „Ik las de schitterende kleitabletten uit Sumer en het onbekende Akkadische schrift, dat moeilijk te leren is. Ik las met vreugde de inscripties op steen uit de tijd vóór de vloed.” — Light from the Ancient Past (1946), J. Finegan, blz. 181.

De inscripties „uit de tijd vóór de vloed” kunnen geschreven zijn vóór een plaatselijke grote overstroming of zouden verslagen kunnen zijn die naar werd beweerd gebeurtenissen verhaalden die vóór de wereldomvattende Vloed waren geschied. Er is geen bewijs dat de Assyriërs in het bezit waren van enige authentieke verslagen uit de tijd vóór de Vloed. De enige geschriften betreffende een vloed die werkelijk in Assurbanipals bibliotheek zijn aangetroffen, waren die welke het Babylonische vloedverslag bevatten.

Er zijn een aantal overeenkomsten tussen dit Babylonische verslag en het verslag dat in het eerste boek van de bijbel, Genesis, wordt aangetroffen. Deze overeenkomsten omvatten het bouwen van een vaartuig voor de overleving en bewaring van zowel menselijk als dierlijk leven. Het Babylonische verslag staat echter vol met mythologische en polytheïstische elementen. Over de uitwerking die de vloed op de goden had, wordt bijvoorbeeld gezegd: „De goden waren bang geworden door de vloed en stegen uit vrees naar de hemel van Anu op. De goden krompen als honden tegen de buitenste muur ineen. . . .De goden, die alle werden vernederd, zitten neer en wenen.”

Professor M. F. Unger merkt over de overeenkomsten tussen het Babylonische en het bijbelse verslag op:

„De meest algemeen aanvaarde uitleg is dat de Hebreeën hun materiaal aan het Babylonische verslag hebben ontleend. Voor de conservatieve onderzoeker is dit ongeloofwaardig. De superlatieve verhevenheid van het monotheïstische verslag in het licht van de volslagen primitiviteit van de Babylonische overlevering maakt deze zienswijze niet alleen uiterst onwaarschijnlijk maar vrijwel onmogelijk, te meer daar de theorie niet bewezen kan worden. . . .De waarschijnlijke uitleg is dat zowel het Hebreeuwse als het Babylonische verslag naar een gemeenschappelijke feitenbron teruggaan, welke haar oorsprong heeft gevonden in een werkelijke gebeurtenis. . . .De herinnering aan deze grote gebeurtenis bleef voortbestaan in de overlevering. De Babyloniërs ontvingen het verslag in een volkomen bedorven en verdraaide vorm. Genesis beschrijft de gebeurtenis zoals deze zich werkelijk heeft voorgedaan.” — Unger’s Bible Dictionary, blz. 373.

Zelfs het aspect dat de goden angstig waren, zou een verdraaiing van de feiten kunnen zijn. Het Genesisverslag onthult dat de engelenzonen van God, in strijd met de goddelijke wil voor hen, voor de Vloed naar de aarde kwamen en als gehuwde mannen begonnen te leven. De nakomelingen van de echtverbintenis die zij aangingen, stonden bekend als „Nefilim” of „Vellers” (Gen. 6:1-13). Toen de Vloed de ongehoorzame engelen ertoe dwong de aarde te verlaten, kwamen hun machtige nakomelingen, de „Nefilim”, om in de wateren van de Vloed. Het Babylonische vloedverslag zou dus kunnen zinspelen op de uitwerking die de Vloed op de ongehoorzame engelen en hun nakomelingen had.

Hoewel Assurbanipal en anderen vreugde putten uit de bibliotheek te Ninevé, is veel van het materiaal voor mensen in deze tijd, met uitzondering van Assyriologen, niet zo belangwekkend en waardevol. Een andere oude bibliotheek, die slechts uit zesenzestig boeken bestaat, heeft echter tot gevolg gehad dat personen zelfs in deze twintigste eeuw hun leven ten goede hebben veranderd. Deze verzameling boeken is de bijbel. De bijbel verdient veel meer dan oppervlakkige belangstelling. Het is waar dat de verslagen die op steen werd en gegrift en op kleitabletten, prisma’s en cilinders voorkomen, veel ouder kunnen zijn dan het oudste voorhanden zijnde bijbelse handschrift (geschreven op vergankelijk materiaal), maar alleen de Heilige Schrift bevat een levende boodschap.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen