De leer van het genot
● Toen de apostel Paulus de toestanden voorzei die in „de laatste dagen” zouden heersen, zei hij dat de mensen „meer liefde voor genoegens dan liefde voor God” zouden hebben.
De rubriekschrijver L. Cassels bespreekt in zijn boek What’s the Difference, het „hedonisme”, dat hij beschrijft als „het geloof in het genot”. Hij schrijft: „Veel atheïsten vinden hun zienswijze in verscheidene opzichten bevestigt in de levenshouding die hedonisme genoemd wordt. De naam komt van het Griekse woord voor genot, en de intellectuele betekenis ervan vindt zijn oorsprong bij de Griekse filosofen, in het bijzonder bij Epicurus. De hedonist gelooft dat vreugde het hoofddoel van het menselijk bestaan is.” Volgens deze schrijver volgt de hedonist de moderne geloofsleer dat men ’alles uit het leven moet halen wat eruit te halen valt, want de tijd dat men dood is duurt lang’.
De heer Cassels legt uit dat hedonisme een vorm van godsdienst is en merkt op: „Hedonisten hebben het nooit nodig gevonden een kerk te vormen of hun geloof op een andere wijze tot een officiële instelling te maken. In feite vinden velen het passend aan een andere geloofsrichting lippendienst te schenken en in naam verbonden te blijven met een kerk die bij de gemeenschap in hoog aanzien is. Dit maakt het moeilijk te schatten hoeveel aanhangers deze religie op het ogenblik in Amerika heeft. Maar hun aantal in ontegenzeglijk zeer groot. En zij nemen zeer snel in aantal toe.”
Wat dient de christelijke gedragslijn ten aanzien van dit ’geloof in genot’ te zijn? Wanneer Paulus over de mensen gesproken heeft die „meer liefde voor genoegens” hebben en over hen die „een vorm van godvruchtige toewijding hebben, maar de kracht ervan niet blijken te bezitten”, onderricht hij christenen zich ’van dezen af te keren’. — 2 Tim. 3:1-5.