Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w72 15/7 blz. 438-441
  • Verklaring betreffende de Goddelijke Naam

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Verklaring betreffende de Goddelijke Naam
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1972
  • Vergelijkbare artikelen
  • De tijd voor een wachter gelijk Ezechiël
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1981
  • Wiens naam respecteert u meer — uw eigen naam of die van God?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1972
  • De wachter blijft in leven en krijgt het bericht te horen
    „De natiën zullen weten dat ik Jehovah ben” — Hoe?
  • „Wachter, hoe staat het met de nacht?”
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1980
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1972
w72 15/7 blz. 438-441

Verklaring betreffende de Goddelijke Naam

1. Bij welke gelegenheid over de gehele aarde werd de verklaring betreffende de Goddelijke Naam ter aanneming voorgelegd, en door wie?

WIJ, als godvrezende mannen en vrouwen, die bijeengekomen zijn op een algemeen congres genaamd de „Goddelijke Naam”-Districtsvergadering, in , op 1971, voelen ons geroepen de volgende, op de Heilige Schrift gebaseerde verklaring te doen, aan de volken van alle rassen, kleuren, nationaliteiten en talen:

2. Wat zal Degene die de Goddelijke Naam draagt, tot stand brengen, en voor wie is die Naam belangrijk en waarom?

2 DE GODDELIJKE NAAM is de persoonlijke naam van Degene van wie alleen een nieuwe en rechtvaardige ordening kan, moet en zal komen, opgeluisterd door een vreedzaam Paradijs over heel de aarde, rijkelijk bevolkt met volmaakte menselijke schepselen die in liefde en geluk en in de eerbiedige vrees voor de Goddelijke Naam bijeenwonen. De kennis van die naam is van het grootste belang voor de gehele mensheid. Door die naam in geloof en vertrouwen aan te roepen, zullen zij voor eeuwige verdelging gespaard blijven, om te genieten van de eindeloze zegeningen die de Goddelijke hun in zijn beloofde nieuwe ordening doet toestromen.

3. (a) Welk juiste verlangen bezitten talloze duizenden personen met een goed hart?(b) Hoe zijn zij verraden door degenen die in religieus opzicht over hen hebben geheerst?

3 In deze tijd koesteren talloze duizenden personen met een goed hart het oprechte verlangen te weten wat de Goddelijke Naam is en Degene te leren kennen die deze naam draagt, opdat zij in een harmonieuze verhouding tot Hem mogen komen en Hem aldus met verstand mogen aanbidden en dienen en mogen delen in zijn liefdevolle gunst. Die personen met zulke juiste, oprechte verlangens zijn verraden door hun religieuze leiders, die over hen hebben geheerst en hen in geestelijke duisternis hebben gehouden; zij hebben de Goddelijke Naam voor hen verborgen gehouden en hen niet in kennis gesteld van de reddende kracht van die Naam. Deze kerkelijke leiders in het religieuze rijk dat als de christenheid bekend staat, bezitten het geïnspireerde heilige boek dat de Goddelijke Naam openbaart, en dit boek laat het onverbrekelijke verband zien tussen die Naam en het goddelijke voornemen de gehele mensheid te bevrijden van de in slavernij brengende overheersing van menselijke onvolmaaktheid, menselijke dwaling en alle werkingen van de dood.

4. Waarin kunnen de gevolgen van dit plichtverzuim duidelijk worden gezien, en welke handelwijze ten opzichte van de Goddelijke Naam is het kerkvolk of de heidenen niet ten goede gekomen?

4 De gevolgen van dit ernstige plichtverzuim van de zijde van de kerkelijke leiders zijn duidelijk te zien in de erbarmelijke religieuze toestand waarin de christenheid thans verkeert, waarin de honderden religieuze sekten die zich christelijk noemen tevergeefs tot een religieuze eenheid gepaard aan sektarische verscheidenheid trachten te komen. Het is buiten kijf dat het negeren van de Goddelijke Naam door belijdende christenen, het neerhalen ervan, het feit dat de Naam is behandeld alsof hij onbelangrijk is, alsof hij te vervangen zou zijn door louter onpersoonlijke titels — dat dit alles het kerkvolk van de christenheid niet ten goede is gekomen en er evenmin toe heeft geleid dat die heilige Goddelijke Naam onder de „heidense” naties is verheerlijkt.

5. Aan welke belediging heeft de christenheid zich schuldig gemaakt, en welk reddingswerk is ernstig belemmerd en gehinderd?

5 De religieuze geestelijkheid der christenheid heeft de Goddelijke Naam beledigend behandeld. Hierdoor is de redding van de mensen uit de rampzalige koers die de verwarde, woelige, wetteloze wereld neemt, ernstig belemmerd en gehinderd.

6. (a) Tot welke conclusie betreffende de naties zijn nadenkende mensen als gevolg van alle bewijzen sedert 1914 gekomen? (b) Wat roepen de naties niet aan om gespaard te worden, en waaraan is het te wijten dat zij er geen vertrouwen in stellen?

6 Alle bewijzen die zich sedert het wereldschokkende jaar 1914 hebben opgestapeld, brengen nadenkende mensen tot de conclusie dat alle naties zich op een weg begeven hebben die op zelfmoord neerkomt en die voor de hele menselijke familie op verdelging uitloopt. In hun angst en verbijstering roepen de naties niet de Goddelijke Naam aan om gespaard te worden voor de rampzalige gevolgen van hun eigen opzettelijke werken. Zelfs de naties die beweren volgelingen van Jezus Christus, de Zoon van God, te zijn, doen dit niet. De religieuze geestelijken der christenheid hebben de naties geen redelijke basis gegeven om de Goddelijke Naam te vereren en er vertrouwen in te stellen als de aanduiding voor de ene en enige Bron van leven en redding. Door de geestelijkheid zijn de naties in onwetendheid gehouden van het heilzame voornemen dat Hij heeft om een bruikbare regering over heel de aarde te brengen die alle volken zonder discriminatie leven, geluk, welvaart en vrede zal brengen, als een grote menselijke familie, daar zij allen de aardse kinderen van de ene liefdevolle Schepper zijn. Wat is het gevolg geweest?

7. Hoe gedragen de naties zich als gevolg hiervan met betrekking tot die Naam?

7 Alle naties, die der christenheid inbegrepen, negeren in hun daden niet alleen de Goddelijke Naam, maar streven hun eigen zelfzuchtige, niet te verwezenlijken plannen na, waarmee zij de Goddelijke Naam trotseren.

8. Waarvan is voor de naties nu het einde genaderd, en waarvoor is de tijd nabijgekomen?

8 Na ongeveer vierduizend tweehonderd jaar sinds de bouw van de toren van Babel in het land Mesopotamië, is voor alle naties nu het einde genaderd van Gods geduld en zelfbeheersing. De tijd is nabijgekomen dat Degene wiens naam genegeerd en getart wordt, van zich laat horen, om zich bij naam bekend te maken aan de opstandige naties. Hij is dat aan zichzelf verplicht.

9. Aan welke bekendgemaakte voornemen moet Hij zich houden, en waar en hoe vaak is dat voornemen vermeld, en in welke bewoordingen?

9 In dit verband moet hij zich houden aan zijn vaak herhaalde voornemen, een voornemen dat nu reeds drieduizend vierhonderd drieëntachtig jaar staat opgetekend, ja, sedert de tijd dat de door God gezonden profeet Mozes voor de regeerder van Egypte verscheen en eiste dat deze Farao Mozes’ volk zou vrijlaten In de Heilige Schrift, vanaf het tweede boek dat door Mozes is geschreven tot aan het negenentwintigste boek van de Heilige Schrift, de profetie van Joel, komt meer dan zeventig maal de goddelijke verklaring voor dat afzonderlijke personen, volken en naties „zullen weten dat ik Jehovah ben” (Volgens de American Standard Version).

10. Hoe luidt de Goddelijke Naam dus, en wat moet Hij ten aanzien van die Naam doen, wanneer en met welke resultaten?

10 Of de naties, de zogenaamd christelijke naties of de zogenaamd heidense naties dat nu prettig vinden of niet, Jehovah is de Goddelijke Naam. Ter wille van zichzelf en voor de redding van het mensdom moet Jehovah zelf opstaan en zijn naam bekendmaken op een wijze die onvergankelijk de universele geschiedenis zal ingaan. Wanneer hij dit doet, moeten de opstandige naties verslagen en verdelgd worden in de naderende „oorlog van de grote dag van God de Almachtige” in dat stadium van de wereldaangelegenheden dat Har–mágedon wordt genoemd (Openbaring 16:14, 16). De onsterfelijke God de Almachtige zal gerechtvaardigd te voorschijn komen als de rechtmatige Soeverein van de gehele aarde en hemel. Zijn naam Jehovah zal met onsterfelijke heerlijkheid bekroond zijn.

11. Voor het geven van welke waarschuwing verwekte Jehovah Ezechiël, en wat gebeurde er gedurende Jeruzalems belegering en verwoesting met degenen die Zijn naam tarten?

11 In de zevende eeuw voor onze Gewone Tijdrekening verwekte Jehovah de wachter Ezechiël om het oude Jeruzalem te waarschuwen voor het dreigende „zwaard” van goddelijke oorlogvoering tegen haar wegens haar verkeerdheid, haar bloedschuld en haar politieke en religieuze dwalingen. Duizenden die de Goddelijke Naam tartten, stierven een ellendige dood tijdens de belegering en verwoesting van die religieuze hoofdstad Jeruzalem van 609 tot 607 v.G.T.

12. Hoe zou Jehovah onder de huidige omstandigheden niet overeenkomstig goddelijke gedragsregels handelen, maar hoe heeft hij beginselgetrouw gehandeld?

12 Met een nog ernstiger situatie dan die waarvoor het oude Jeruzalem zich geplaatst zag, worden de huidige naties der christenheid maar ook alle niet-christelijke naties thans geconfronteerd. Onder deze soortgelijke maar nog ernstiger omstandigheden zou Jehovah niet overeenkomstig zijn goddelijke gedragsregels handelen als hij de naties niet zou waarschuwen voor wat hun te wachten staat, namelijk het „zwaard” van goddelijke oorlogvoering op een schaal die ongekend is in de menselijke geschiedenis. Beginselgetrouw heeft Jehovah zijn hedendaagse „wachter” verwekt. Sinds 1919, het eerste jaar na het einde van de Eerste Wereldoorlog, heeft Jehovah’s „wachter” naarmate de tijd verstreken is, de waarschuwing tot steeds meer naties laten weerklinken.

13. Wie worden door de twintigste-eeuwse geschiedenis als deze „wachter” geïdentificeerd, en wat getuigt van het feit dat men hem heeft gehoord?

13 De geschiedenis van onze twintigste eeuw identificeert deze „wachter” niet als een afzonderlijke man van een bepaald ras of nationaliteit, maar als een groep van opgedragen, gedoopte, met de geest gezalfde christenen, namelijk het gezalfde overblijfsel van christelijke getuigen van Jehovah. De internationale tegenstand en vervolging die de „wachter”-klasse heeft ondergaan, getuigt van het feit dat men deze „wachter”-klasse overal op aarde de waarschuwing heeft horen geven en dat deze christelijke groep de voorzegde rol heeft gespeeld in de hedendaagse vervulling van bijbelprofetieën.

14. Wie achten zich begunstigd dat zij met deze „wachter” mogen omgaan, en wat beschouwen zij als hun onontkoombare plicht en verplichting, en waarom?

14 Wij, die een „grote schare” van medegetuigen van Jehovah zijn, achten onszelf zeer begunstigd dat wij met deze „wachter”-klasse mogen omgaan en samen met hen op steeds omvangrijker schaal de waarschuwing mogen laten weerklinken voor het „zwaard” van goddelijke oorlogvoering dat als het ware aan een dunne draad boven het hoofd van alle rassen, volken en naties hangt. Aangezien wij ons door onze studie van Jehovah’s profetische Woord en door de loop der wereldgebeurtenissen, bewust zijn geworden van deze dreigende situatie, beseffen wij onze onontkoombare plicht en verplichting om deze dringende waarschuwing in gehoorzaamheid aan het goddelijke gebod te laten weerklinken.

15. Ondanks welk vooruitzicht gehoorzamen wij God als regeerder, en wat dwingt ons tot deze getrouwe handelwijze?

15 Wij weten heel goed dat wij nog meer vijandschap en vervolging zullen meemaken als wij God als regeerder aldus meer gehoorzamen dan mensen. Maar onze liefde voor Jehovah God en zijn Zoon Jezus Christus onze Heer, en liefde voor onze medemensen dwingt ons tot deze getrouwe handelwijze.

16. (a) In welke gemoedsgesteldheid verkeren talloze mensen, en welke honger hebben zij in hun hart? (b) Wat hebben wij dat hun nood zal lenigen, en wat zijn wij geneigd te dien einde te doen, en met welk doel?

16 Zoals ook wijzelf eens waren, zijn nog talloze rechtvaardig gezinde mensen ziek van hart om wat er in deze corrupte, anarchistische, onbetrouwbare wereld en vooral in de religieuze sector ervan, gebeurt. Zij hebben een knagende honger in hun hart; zij willen Degene leren kennen die werkelijk kan bewijzen dat hij hen zal redden en zegenen, en zij willen met Hem in contact komen. Wij, als christelijke getuigen van Jehovah, zijn gelukkig te kunnen belijden dat wij datgene hebben wat hun geestelijke nood zal lenigen dankzij Jehovah’s liefderijke goedheid jegens ons door bemiddeling van Jezus Christus. Wij mogen niet en zijn niet geneigd de levenreddende verlichting van Jehovah voor onszelf te houden; en daarom zullen wij het bijbelse licht betreffende de Goddelijke Naam, Jehovah, en zijn beloofde Koninkrijk in handen van zijn Messías Jezus, blijven uitstralen. Op deze liefdevolle wijze zullen wij al deze naar waarheid hongerende personen helpen zich waardig te betonen gered te worden wanneer het „zwaard” van Jehovah dit goddeloze stelsel slaat, opdat zij Jehovah’s nieuwe ordening mogen binnengaan, waar een paradijsaarde verschaft zal worden als een eeuwig tehuis voor de mens onder Gods koninkrijk in handen van Jezus Christus.

17. Welk besluit hernieuwen wij, en tot wanneer?

17 In overeenstemming daarmee hernieuwen wij bij deze gelegenheid ons besluit om dit goede nieuws van het Koninkrijk te prediken totdat de Almachtige God zijn verklaring in vervulling doet gaan dat „de naties zullen weten dat ik Jehovah ben”. — Ezech. 39:7 AS.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen