Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w73 15/6 blz. 381-382
  • Tegenstand omdat wij trachtten God te dienen

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Tegenstand omdat wij trachtten God te dienen
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1973
  • Vergelijkbare artikelen
  • Een wanhopige speurtocht naar het doel van het leven
    Ontwaakt! 1975
  • Christelijke bruiloften dienen redelijkheid te weerspiegelen
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1969
  • Hippies die het antwoord hebben gevonden
    Ontwaakt! 1970
  • Vergroot de vreugde en de waardigheid van je trouwdag
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2006
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1973
w73 15/6 blz. 381-382

Tegenstand omdat wij trachtten God te dienen

MIJN meisje en ik begonnen omstreeks november 1967 de bijbel met Jehovah’s getuigen te bestuderen. Wij hadden hen enkele malen in Miami, in de Amerikaanse staat Florida ontmoet. Tot op dat moment behoorden wij tot de „nieuwe generatie”. Wat mij betrof, ik was opstandig genoeg om een „goeroe” te zijn, hetgeen voor de hippies betekent dat men een expert is in psychedelische ervaringen. Zo werd ik door mijn vrienden in de streek waar ik woonde, bekeken. Na twee jaar lang onafgebroken „high” te hebben geleefd, verscheidene malen in de gevangenis te hebben gezeten en eenmaal voor de rechtbank te zijn geweest, en na enkele psychedelische „trips” te hebben meegemaakt gedurende welke ik voelde zelf een „goeroe” nodig te hebben om mij erdoorheen te helpen, besloot ik dat het tijd was deze lege manier van leven de rug toe te keren.

Toen wij de bijbel bestudeerden, begonnen wij geleidelijk de belangrijkheid van dit boek in te zien en de schoonheid van zijn waarheden te beseffen. Onze belangstelling groeide, en al gauw gingen wij de vergaderingen van Jehovah’s getuigen bezoeken. Dit hielp ons onze belangstelling nog verder te vergroten en het duurde niet lang of wij begonnen veranderingen in ons uiterlijk (haar, kleding) en in onze persoonlijkheid aan te brengen.

Dat de waarheid van Jehovah God ons ernst werd en dat wij van dit nieuwe leven gingen houden dat hij in zijn goedheid te zamen met de wonderbare dingen die wij leerden, voor ons opende, bleef niet onopgemerkt. Wij kregen felle aanvallen van de familie van mijn meisje te verduren. Zij zijn joods, en ondanks het feit dat zij niet erg godsdienstig zijn of sterk in hun geloof staan, konden zij de gedachte niet verdragen dat hun dochter een christin, laat staan een christelijke getuige van Jehovah, werd.

Haar ouders, broers, grootmoeder en andere familieleden hadden geen waardering voor de voortreffelijke veranderingen die de waarheid van God in ons leven teweegbracht. In plaats daarvan werd ik overstelpt met beledigingen omdat zij dachten dat zij door mijn invloed in deze religieuze situatie was terechtgekomen en dat ik haar daarin hield. Zij vergisten zich hierin echter volkomen, want niet ik maar haar eigen vurige verlangen en waardering dreven haar aan. Hierdoor mislukten al hun pogingen om ons tegen te houden.

Als ik bij haar thuis kwam, spraken haar familieleden nauwelijks tegen mij behalve als zij om ons heen kwamen staan, een heleboel vragen stelden en onwaarheden debiteerden om te trachten ons geloof te verzwakken. Er werd dan verschrikkelijk geschreeuwd. Op een avond stelden zij ons tijdens een van deze tirades voor een andere Getuige mee te nemen en dan zouden zij hun rabbijn erbij halen zodat hij ons kon aantonen hoe verkeerd en fanatiek wij waren. Hoe volkomen anders bleek het uit te vallen, want de rabbijn vertelde ons dat wat wij deden, prachtig was en dat wij wat hem betreft onze gang konden gaan!

Helaas hield hun tegenstand hiermee niet op; deze kwam nu in het stadium van een koude oorlog. Zij zeiden enkel „hallo” en „dag” tegen me en verder niets. In mei 1968 werden wij als symbool van onze opdracht aan Jehovah God gedoopt. Enkele maanden later besloten we te gaan trouwen. Zij zeiden dat zij daar niets mee te maken wilden hebben en dat het niet hun instemming had. Zij trachtten mijn verloofde met reisjes naar Europa te verleiden, maar ook dit hielp niet. Zij kondigden aan dat zij niet op onze trouwdag zouden komen en dat wij geen hulp van hen moesten verwachten.

Hoewel hun tegenstand ons verdriet deed, werden wij er niet door verzwakt. Hoe gelukkig zijn wij dat Jehovah God ons door deze beproeving heen de kracht gaf om onze rechtschapenheid te bewaren! Wij gingen met behulp van onze mede-Getuigen met onze trouwplannen verder. Weet u wat er gebeurde? Zij kwamen op ons huwelijk; bijna de hele familie was er. En raad eens wie de bruid weggaf? Mijn schoonvader!

Doordat wij tot op deze dag ons voortreffelijke gedrag hebben bewaard, is mijn schoonfamilie volkomen veranderd. Het zou bladzijden kosten om u te vertellen hoe zij nu zijn. Toen ik bijvoorbeeld in de volle-tijd-predikingsdienst ging, boden zij mij een part-time baan in hun constructiebedrijf aan om mij in mijn bediening te helpen. Nu werk ik hoogstens slechts drie dagen per week voor een goed salaris. Hierdoor is het mogelijk geworden dat mijn vrouw mij binnenkort in het volle-tijd-predikingswerk vergezelt, alles door Jehovah’s onverdiende goedheid en liefde. Hoe blij zijn wij dat wij het „hippie”-leven de rug hebben toegekeerd en de tegenstand hebben verduurd die wij ondervonden omdat wij de enige weg gingen bewandelen die tot eeuwig leven leidt: de aanbidding van Jehovah God. — Ingezonden.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen