Houd bij het lopen van de wedloop het oog gericht op Jezus
Oplettend het oog op iemand gericht te houden, betekent de geest of aandacht op die persoon geconcentreerd te houden; het betekent helemaal in beslag genomen te worden door wat die persoon zegt en doet. Het betekent dat men zijn waarnemingsvermogen met de grootste opmerkzaamheid in die richting aanwendt. Waarom dienen christenen het oog oplettend gericht te houden op Jezus in plaats van op iemand anders? Hier volgen enkele redenen:
Omdat de bijbel, Gods Woord, ons zegt dit te doen. In Hebreeën 12:1, 2 lezen wij: „Daarom dan, omdat wij zulk een grote wolk van getuigen rondom ons hebben, laten ook wij elk gewicht en de zonde die ons gemakkelijk verstrikt, afleggen en met volharding de ons voorgestelde wedloop lopen, terwijl wij oplettend het oog gericht houden op de Voornaamste Bewerker en Volmaker van ons geloof, Jezus.”
Wij dienen het oog ook oplettend op Jezus en op niemand anders gericht te houden omdat hij de grootste onderwijzer was die ooit op aarde heeft rondgewandeld. Hij werd door God uitgezonden en wat hij onderwees, vond zijn oorsprong bij God. Zo gebood hij zijn volgelingen onder andere eerst Gods koninkrijk en zijn rechtvaardigheid te zoeken, het goede nieuws van het Koninkrijk te prediken en discipelen van mensen uit alle natiën te maken.
Door oplettend het oog op Jezus gericht te houden, zullen wij voorts beslist geholpen worden de wedloop op een succesvolle wijze te lopen. Jezus heeft te allen tijde zijn hemelse Vader behaagd. Door oplettend het oog op hem gericht te houden en hem na te volgen, kunnen ook wij God behagen. Wij dienen ons daarom altijd af te vragen: Wat zou Jezus onder deze omstandigheden doen? Laten wij ons er vervolgens van vergewissen dat wij die vraag aan de hand van de bijbel en niet op grond van onze persoonlijke mening beantwoorden. Wat zouden wij bijvoorbeeld doen als onze eigen familie zou trachten ons van het dienen van God af te houden? Wanneer wij naar Jezus opzien, bemerken wij dat toen hij op aarde was, zijn broers geen geloof in hem stelden. Maar hield dat hem van Gods dienst af? Niet in het minst! (Joh. 7:5) Door het oog oplettend op hem gericht te houden, zal zo iets ontmoedigends ook ons er niet toe brengen het in de wedloop langzamer aan te gaan doen.
Het oog op Jezus gericht te houden, zal ons eveneens nederig houden. Toen Jezus door iemand met „Goede Leraar” werd aangesproken, berispte Jezus hem met te zeggen: „Waarom noemt gij mij goed? Niemand is goed, behalve één, God.” En ook al was hij de Leraar en Meester of Heer van zijn discipelen, toch legde hij er de nadruk op dat hij niet was gekomen om gediend te worden maar om te dienen en zijn leven voor hen te geven.
Soms zou een christen die zijn bedieningsopdracht ten uitvoer brengt, geneigd kunnen zijn op menselijke redenatie of wereldse kennis te steunen wanneer hij dwaling weerlegt en waarheid onderwijst. Ook in dit opzicht zal hij, door het oog op Jezus gericht te houden, een verstandige handelwijze, de juiste handelwijze, kunnen volgen, want Jezus verwees zijn luisteraars en zijn tegenstanders altijd naar de Schrift met de woorden: „Er staat geschreven.” Hoeveel beter, hoeveel doeltreffender en hoeveel eervoller voor God is het niet, ook in dit opzicht Jezus’ voorbeeld te volgen!