Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w71 1/6 blz. 345-346
  • De onverzoenlijke slaaf

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • De onverzoenlijke slaaf
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1971
  • Vergelijkbare artikelen
  • De slaaf die niet vergevensgezind was
    Naar de Grote Onderwijzer luisteren
  • Waarom we moeten vergeven
    Lessen van de Grote Onderwijzer
  • Vergeeft u anderen zoals u vergeven wilt worden?
    Ontwaakt! 1982
  • De noodzaak om te vergeven
    Jezus: De weg, de waarheid, het leven
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1971
w71 1/6 blz. 345-346

De onverzoenlijke slaaf

Een artikel dat speciaal is bestemd om door ouders met hun kinderen gelezen te worden

HEEFT iemand jou ooit wel eens kwaad gedaan? Misschien bezeerde hij jou of zei hij iets onvriendelijks tegen je. Je vond het heel erg, niet waar?

Wanneer zo iets gebeurt, zou je dan de ander even onvriendelijk behandelen als hij het jou deed? Wat denk je daarvan?

De meeste mensen zullen, als iemand hen krenkt of pijn doet, het de ander direct betaald zetten. Maar Jezus heeft gezegd dat dit niet goed is. Hij leerde dat wij hen die ons kwaad doen, moeten vergeven.

Maar als iemand nu eens vele malen onaardig of onvriendelijk tegen ons is? Hoe vaak zullen wij hem dan moeten vergeven? Op zekere dag wilde ook de apostel Petrus dit wel eens graag weten. Hij vroeg daarom aan de Grote Onderwijzer: ’Moet ik hem zelfs wel zeven maal vergeven?’

Jezus vertelde Petrus niet dat zeven maal meer dan genoeg zou zijn. Hij zei: ’Je zult zevenenzeventig maal moeten vergeven’, als iemand zo vaak tegen je zondigt.

Dat zijn heel wat keren dat wij iemand moeten vergeven! Wij herinneren ons zelfs niet eens zoveel kwade of slechte dingen die ons zijn aangedaan, is het wel? En dit wilde Jezus hier ook mee aantonen. Wij moeten anderen steeds maar weer vergeven. Wij moeten niet proberen ons het aantal malen te herinneren dat anderen ons misschien kwaad hebben gedaan. Als zij om vergiffenis vragen, moeten wij hun vergiffenis schenken.

Jezus wilde zijn discipelen aantonen hoe buitengewoon belangrijk het is vergevensgezind te zijn. Nadat hij Petrus’ vraag had beantwoord, vertelde hij zijn discipelen daarom een geschiedenis. Zou je die graag willen horen?

Er was eens een koning. Het was een goede koning. Hij was erg vriendelijk. Wanneer zijn slaven hulp nodig hadden, leende hij hun zelfs geld.

Maar toen kwam de dag waarop de koning zijn geld terug wilde hebben. Hij riep daarom zijn slaven die hem geld schuldig waren en vroeg hun het terug te geven. Nu, er werd één man binnengebracht die de koning zestig miljoen geldstukken schuldig was! Dat is een heleboel geld, meer dan ik ooit in mijn hele leven heb gehad.

De slaaf had het geld van de koning opgemaakt en bezat niets waarmee hij het hem terug kon betalen. De koning gaf daarom bevel dat deze slaaf verkocht zou worden. De koning zei ook dat de vrouw van de slaaf en zijn kinderen en alles wat deze slaaf bezat verkocht moest worden. Dan zou de koning betaald worden met het geld dat door deze verkoping ontvangen zou worden. Wat denk je: hoe zou die slaaf zich gevoeld hebben?

De slaaf was heel erg verdrietig. Daarom viel hij dadelijk voor de koning neer, met zijn gezicht naar de grond. ’Alstublieft, doet u dat niet’, smeekte hij de koning. ’Geef me meer tijd. Dan zal ik u alles wat ik u schuldig ben terugbetalen.’ Als jij de koning was, wat zou je dan met de slaaf hebben gedaan?

De goede koning had veel medelijden met zijn slaaf. Hij zei daarom tegen de slaaf dat hij het geld helemaal niet hoefde terug te betalen. Hij hoefde zelfs niet één van de zestig miljoen geldstukken terug te betalen! Wat moet die slaaf daar blij om zijn geweest!

Maar wat deed de slaaf toen? Hij ging naar buiten en kwam een andere slaaf tegen die hem maar honderd geldstukken schuldig was. Dat is helemaal niet veel geld als je het vergelijkt met die zestig miljoen geldstukken. De man greep zijn medeslaaf bij de keel tot hij geen adem meer kon krijgen en zei tot hem: ’Betaal die honderd geldstukken terug die je mij schuldig bent.’

Kun je je voorstellen dat iemand zo iets doet? De koning had de slaaf zo veel kwijtgescholden. En nu keerde hij zich tot een medeslaaf en eiste van hem dat hij honderd geldstukken zou terugbetalen. Dat was niet bepaald vriendelijk van hem.

De slaaf nu die slechts honderd geldstukken schuldig was, was arm. Hij kon het geld niet direct terugbetalen. Hij viel daarom neer aan de voeten van zijn medeslaaf en smeekte: ’Geef me alsjeblieft meer tijd, dan zal ik terugbetalen wat ik je schuldig ben.’ Had de man zijn medeslaaf meer tijd moeten geven? Zou jij dat gedaan hebben?

Nu, deze man was niet goed en vriendelijk, zoals de koning was geweest. Op datzelfde moment nog wilde hij zijn geld terug hebben. En omdat zijn medeslaaf hem niet kon betalen, liet hij hem in de gevangenis werpen. Hij was helemaal niet vergevensgezind.

Andere slaven zagen dit alles gebeuren. Zij vonden het heel erg. Zij hadden medelijden met de slaaf die in de gevangenis werd geworpen. Daarom gingen zij het aan de koning vertellen.

De koning was het ook helemaal niet eens met wat er gebeurd was. Hij werd heel boos op de onverzoenlijke slaaf. Daarom riep hij hem en zei: ’Jij slechte slaaf, heb ik jou niet kwijtgescholden wat je me schuldig was? Had je dan niet vergevensgezind moeten zijn tegenover je medeslaaf?’

Hij had van de goede koning een wijze les kunnen leren, maar dat deed hij niet. Nu liet de koning de onverzoenlijke slaaf daarom in de gevangenis werpen totdat hij de zestig miljoen geldstukken zou hebben terugbetaald. En natuurlijk zou hij in de gevangenis nooit het geld kunnen verdienen dat hij moest terugbetalen. Daarom zou hij daar moeten blijven tot hij stierf.

Nadat Jezus zijn volgelingen deze geschiedenis had verteld, zei hij tot hen: ’Op dezelfde manier zal ook mijn hemelse Vader met u handelen indien niet een ieder van u zijn broeder van harte vergeeft.’ — Matth. 18:21-35.

Zie je, wij zijn God allemaal heel veel verschuldigd. Al het goede dat wij hebben, hebben wij van God ontvangen. Ons leven komt van God, maar hij zou het ons af kunnen nemen omdat wij verkeerde dingen doen. In ons hele leven zouden wij nooit genoeg geld kunnen verdienen om God te betalen wat wij hem schuldig zijn.

Vergeleken met wat wij God schuldig zijn, zijn andere mensen ons maar heel weinig schuldig. Wat zij ons schuldig zijn, is als de honderd geldstukken die de ene slaaf de andere schuldig was. Maar wat wij God schuldig zijn, is als de zestig miljoen geldstukken die de slaaf schuldig was aan de koning.

God is erg goed, en hij zal ons vergeven wat wij hem schuldig zijn. Maar hij doet dat alleen wanneer wij in zijn Zoon Jezus geloven en wanneer wij anderen vergeven die ons kwaad doen. Dat is wel iets om over na te denken, vind je niet?

Als iemand dus onaardig is tegen jou, maar daarna zegt dat hij er spijt van heeft, wat zul jij dan doen? Zul je het hem vergeven? En als dat nu eens vele malen gebeurt? Zul je hem dan nog vergeven?

Als wíj het nu eens waren die om vergiffenis vroegen, zouden wij dan niet heel graag willen dat de ander ons vergaf? Andersom moeten wij hetzelfde doen. Wij moeten niet alleen maar zèggen dat wij hem hebben vergeven, maar wij moeten hem werkelijk van harte vergeven. Door dat te doen, laten wij zien dat wij werkelijk volgelingen van de Grote Onderwijzer zijn.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen