Wat het betekent vriendelijk te zijn
WAT betekent het vriendelijk te zijn? Vriendelijk zijn betekent werkelijk behulpzaam zijn. Vriendelijkheid is liefde in actie, want ware liefde is praktisch. Vriendelijk zijn, kan betekenen medegevoelend en behulpzaam van aard zijn, een oprechte belangstelling voor het welzijn van anderen hebben. Het woord chrestos, dat in de christelijke Griekse Geschriften met „vriendelijk” is vertaald, is zelfs nog krachtiger, want het betekent „jegens anderen behulpzaam zijn”.
Ja, vriendelijk zijn betekent niet alleen maar sentimenteel zijn. Ook betekent het niet mensen in hun zwakheden ter wille zijn. Het betekent werkelijke hulp bieden aan degenen die hier behoefte aan hebben. Empathie zal ons helpen inzien hoe wij zowel in kleine als in grote dingen behulpzaam kunnen zijn.
In mei 1969 was er in de stad Guayaquil, Ecuador, bijvoorbeeld verschrikkelijk veel regen gevallen. De straten waren modderig en glad. Een al wat oudere zendeling, die zich voortspoedde, gleed uit en viel, waarbij hij met zijn heup op de trottoirband terechtkwam. Toen hij probeerde op te staan, had hij zo’n pijn dat hij zich niet kon verroeren. Hij keek om zich heen voor hulp, maar het duurde twintig tot dertig minuten voordat iemand zo vriendelijk was te informeren of hij hulp kon bieden. Deze persoon lichtte vervolgens de vrienden van de zendeling over zijn toestand in.
Toen zij op het toneel verschenen, tilden zij hem voorzichtig in een stationcar en brachten hem naar een kliniek, waar röntgenfoto’s uitwezen dat hij een gecompliceerde beenbreuk had, een van de ergste die de doktoren in de kliniek ooit hadden gezien. Wat was hij dankbaar dat iemand hem vriendelijkheid had betoond! En wat waren ook zijn vrouw en vrienden hier dankbaar voor! En ongetwijfeld was ook degene die vriendelijkheid had betoond, blij dat hij de helpende hand had geboden.
Waarom geven zo weinig mensen in deze tijd blijk van vriendelijkheid? Eén reden is ongetwijfeld zelfzucht. De mensen spreiden steeds minder naastenliefde ten toon. Dat de mensen in de grote steden zo dicht op elkaar wonen, draagt er beslist niet toe bij belangstelling voor de behoeften van anderen te hebben. En hetzelfde kan van het jachtige tempo van het moderne leven gezegd worden. De mensen hebben altijd haast, en er is tijd voor nodig om behulpzaam te zijn. Anderen zijn bang ergens bij betrokken te raken.
Toch verplicht het feit dat wij zoveel vriendelijkheid van onze Schepper, Jehovah God, ontvangen, ons ertoe jegens anderen vriendelijkheid ten toon te spreiden. Wat heeft Jehovah in dit opzicht een schitterend voorbeeld gegeven! Toen hij zag in welk een betreurenswaardige toestand de mensheid zich bevond, toonde hij „goedheid en de liefde jegens de mens” door „zijn eniggeboren Zoon” te geven, opdat degenen die geloof in hem zouden oefenen, eeuwig leven zouden verkrijgen. — Tit. 3:4; Joh. 3:16.
Van degenen die zo’n geloof oefenen, wordt gezegd dat zij hebben „gesmaakt dat de Heer [Jezus] goed is” (1 Petr. 2:3). Jezus’ leven werd stellig gekenmerkt door het ten toon spreiden van goedheid en vriendelijkheid, terwijl hij zeer behulpzaam was jegens anderen. Hij toonde vriendelijkheid door de hongerige menigten te voeden en hun ziekten te genezen. Wat was het vriendelijk van hem de enige zoon van een weduwe in het stadje Naïn uit de doden op te wekken! (Luk. 7:11-17). Wat was het vriendelijk van hem zijn vriend Lazarus het leven te hergeven en met zijn rouw bedrijvende zusters te herenigen! (Joh. 11:1-44) Hij spreidde ook vriendelijkheid ten toon door in de geestelijke behoeften van de mensen te voorzien en hen ’vele dingen te leren’. En de grootst mogelijke vriendelijkheid heeft hij wel getoond door zijn menselijk leven voor ons af te leggen. — Mark. 6:34; Matth. 20:28.
Vriendelijkheid dient in de gezinskring te beginnen. En het betekent daar heel veel. Voor de man betekent het bijvoorbeeld dat hij „overeenkomstig kennis” bij zijn vrouw woont en haar wisselvalligheden in aanmerking neemt (1 Petr. 3:7). Vrouwen kunnen vriendelijkheid tonen door niet kritisch ten opzichte van hun man te zijn en hem niet lastig te vallen met onbelangrijke irritaties. Vaders kunnen vriendelijkheid ten toon spreiden door zowel voor het geven van onderricht als voor ontspanning tijd met hun kinderen door te brengen en hen niet nodeloos te irriteren (Ef. 6:4). Kinderen kunnen vriendelijkheid ten toon spreiden door waardering tot uitdrukking te brengen voor alles wat hun ouders voor hen doen. Zij kunnen dit behalve door middel van woorden ook doen door thuis behulpzaam te zijn, en wel door hun eigen kamer netjes te houden, door moeder met de vaat te helpen en meer van dergelijke karweitjes.
De attente christen spreidt ook op allerlei manieren vriendelijkheid ten toon in de vergaderzaal van zijn gemeente. Hij stelt zich aan vreemdelingen voor en laat hen zich thuis voelen. Hij heeft een aanmoedigend woord voor oudere personen, die zich misschien eenzaam voelen, en toont belangstelling voor jongelui, die misschien vinden dat er niet genoeg aandacht aan hen wordt besteed. Hij ziet er waakzaam op toe iedereen te helpen die hulp nodig heeft om de vergaderingen in de plaatselijke Koninkrijkszaal te bezoeken.
Op het ogenblik zijn er veel oprechte mensen in de wereld die bitter hard geestelijke hulp nodig hebben. Heel veel mensen „zuchten en kermen over al de verfoeilijkheden die . . . gedaan worden”. De christelijke getuigen van Jehovah handelen werkelijk vriendelijk door deze mensen de helpende hand te bieden, door hun troost te schenken en in hun geestelijke behoeften te voorzien. — Ezech. 9:4; Matth. 5:3, 6.
Christelijke bedienaren van het evangelie doen dit door met het goede nieuws van Gods koninkrijk van huis tot huis te gaan, door nabezoeken te brengen en door bijbelstudies te leiden in de huizen van de mensen die hun bijbel willen leren begrijpen. Zij bieden op straathoeken vriendelijk bijbelse tijdschriften aan en geven terloops getuigenis wanneer de gelegenheid zich voordoet. En terwijl zij dit doen, verzuimen zij niet op andere manieren vriendelijkheid ten toon te spreiden, hetgeen hun bediening vaak ten goede komt.
Vriendelijk zijn betekent werkelijk behulpzaam zijn waar dit echt nodig is en vooral in wat opbouwend is voor elkaar. Zulk een vriendelijkheid maakt niet alleen anderen gelukkig, maar vooral degene die vriendelijkheid betoont. — Hand. 20:35.