Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w71 15/3 blz. 191
  • Vragen van lezers

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Vragen van lezers
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1971
  • Vergelijkbare artikelen
  • Hofra
    Hulp tot begrip van de bijbel
  • Egypte, Egyptenaar
    Hulp tot begrip van de bijbel
  • Egypte, Egyptenaar
    Inzicht in de Schrift, Deel 1
  • Hofra
    Inzicht in de Schrift, Deel 1
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1971
w71 15/3 blz. 191

Vragen van lezers

● In Ezechiël 29:1-16 wordt te kennen gegeven dat Egypte veertig jaar woest zou liggen. Is dat werkelijk gebeurd? — V.S.

Deze verwoesting van Egypte kan zijn gekomen nadat Nebukadnezar Egypte veroverde. Egyptes val was reeds door Jehovah’s profeet Jeremia voorzegd (Jer. 25:17-19). Vroeg in het jaar 625 v.G.T. begon deze val met Egyptes beslissende nederlaag door de Babyloniërs onder Nebukadnezar bij Karkemisj aan de rivier de Eufraat. Deze gebeurtenis wordt zowel in Jeremia 46:2-10 als in de Babylonische kronieken beschreven.

Nebukadnezar veroverde vervolgens Syrië en Palestina, waarna Juda een vazalstaat van Babylon werd (2 Kon. 24:1). Egypte deed één laatste poging om in Azië aan de macht te blijven. De destijds regerende Farao (men neemt aan dat dit Hofra was) kwam naar Kanaän als antwoord op het verzoek van de Judese koning Zedekía om militaire ondersteuning in zijn opstand tegen Babylon in 609-607 v.G.T. Na slechts een tijdelijke opheffing van de Babylonische belegering tot stand gebracht te hebben, moesten Egyptes troepen zich noodgedwongen terugtrekken en werd Jeruzalem aan zijn verwoesting overgelaten. — Jer. 37:5-7; Ezech. 17:15-18.

Ondanks krachtige waarschuwingen van de zijde van Jeremia (Jer. 42:7-22) vluchtte het overblijfsel van Juda’s bevolking later naar Egypte om asyl te zoeken (Jer. 24:1, 8-10). Maar de vervulling van Jehovah’s profetieën achterhaalde de Israëlitische vluchtelingen toen Nebukadnezar tegen Egypte optrok en het land veroverde.

Jehovah’s profetische woorden vermelden hierover: „En hij [Nebukadnezar] moet binnentrekken en het land Egypte slaan. Wie bestemd is voor de dodelijke plaag, zal voor de dodelijke plaag zijn, en wie bestemd is voor gevangenschap, zal voor gevangenschap zijn, en wie bestemd is voor het zwaard, zal voor het zwaard zijn. En ik wil een vuur ontsteken in de huizen van de goden van Egypte; en hij zal ze stellig verbranden en ze gevankelijk wegvoeren.” „Maak u slechts bagage voor de ballingschap, o inwoonster, de dochter van Egypte. Want Nof zelf zal tot niets dan een voorwerp van ontzetting worden en zal werkelijk in brand gestoken worden, zodat het zonder inwoner is. . . . Want niets minder dan de dag van hun ongeluk is over hen gekomen.” — Jer. 43:11, 12; 46:19, 21.

De stellige verwoesting van Egypte door de strijdkrachten van Babylon onder Nebukadnezar was dus door Jehovah voorzegd. Ook ontving Nebukadnezar Egyptes rijkdom als ’betaling’ voor zijn militaire diensten bij de tenuitvoerlegging van Jehovah’s oordeel tegen Tyrus, de tegenstander van Gods volk. — Ezech. 29:18-20; 30:10-12.

Hoewel sommige commentaren vermelden dat de regering van Amasis (Ahmozes II), de opvolger van Hofra, voorspoedig was, doen zij dit op grond van het getuigenis van Heródotus, die Egypte ruim honderd jaar later bezocht. Maar de Encyclopædia Britannica (1959, Deel 8, blz. 62) merkt over Heródotus’ geschiedenis van deze periode op: „Zijn verklaringen blijken niet helemaal betrouwbaar te zijn wanneer ze aan de hand van de schaarse bewijzen die ter plaatse gevonden zijn gecontroleerd worden.”

Ook in het bijbelcommentaar van de hand van F. C. Cook wordt opgemerkt dat Heródotus „voor zijn inlichtingen over de vroegere geschiedenis was aangewezen op het getuigenis van de Egyptische priesters wier verhalen hij in blind vertrouwen accepteerde. . . . Het gehele verhaal [door Heródotus] over Apriës [Hofra] en Amasis is vermengd met zoveel van wat inconsequent en legendarisch is, dat wij er maar het beste aan doen het niet zo maar als authentieke geschiedenis te aanvaarden. Het is heel wel mogelijk dat de priesters de nationale schande onder een vreemd juk onderworpen te zijn geweest trachtten te verdoezelen”.

Hoewel de wereldlijke geschiedenis dus geen positief bewijs voor de vervulling van de profetie verschaft kunnen wij ons met vertrouwen op de nauwkeurigheid van het bijbelse verslag verlaten. Er is inderdaad een veertigjarige periode van verwoesting geweest, zoals Jehovah duidelijk had voorzegd. Deze kan zijn begonnen toen Nebukadnezar Egypte na zijn verwoesting van Juda en Jeruzalem veroverde.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen