Waarom zo weinig geluk in het gezinsleven?
DIE VRAAG wordt thans vaak gesteld. Ja, veel vaker dan vroeger. Maar hoe komt het dat er thans zo weinig geluk is in het gezinsleven?
Welnu, wat is ervoor nodig om gelukkig te zijn? Wil iemand gelukkig zijn, dan moet er in zijn fysieke, emotionele en geestelijke behoeften worden voorzien. Maar hoe komt dit tot stand? Gebeurt dit wanneer men altijd maar materiële dingen najaagt? Als dat waar was, zou men verwachten dat landen met een hoge levensstandaard gekenmerkt zouden worden door een gelukkig gezinsleven. Wat tonen de feiten echter aan?
In voorspoedige landen, zoals Denemarken, valt een achteruitgang in het geluk van het gezinsleven waar te nemen. De Deense onderwijzer E. Nielsen zei in dit verband: „Veel huizen zijn gewoon kleine pensions geworden waar elk gezinslid zo goed mogelijk voor zichzelf zorgt.”
En in veel landen waar de mensen de „goede dingen” des levens genieten, met inbegrip van een gezellig thuis, bestaat vaak een hoog zelfmoordcijfer onder gezinsleden. In een Kopenhaagse krant werd onlangs gezegd: „De toestand in Denemarken is thans van dien aard dat zelfmoord als doodsoorzaak voor personen tussen de 15 en 45 jaar wederom naar de derde plaats is opgeklommen.” Met betrekking tot de betekenis hiervan verklaart een schrijver in het Kopenhaagse nieuwsblad Berlingske Tidende: „Eén belangrijk ding moeten wij in dit schijnbaar zo zorgeloze welvaartsland niet vergeten, en dat is dat wij het op één na hoogste zelfmoordcijfer van de wereld hebben. Dit vormt voor mij een verdrietig bewijs van het feit dat stoffelijke voorspoed niet hetzelfde is als geluk.”
Ondanks stoffelijke gerieven heerst er onder gezinsleden toch veel verdriet als gevolg van alcoholisme. In Denemarken worden 25.000 personen per jaar voor alcoholisme behandeld. „Het verbaast mij niets”, verklaart maatschappelijk raadgeefster Birgitte Winkel, „dat heel wat echtgenoten onder de druk — een natuurlijk gevolg van de voortdurend toenemende eisen van hun werk om steeds meer te produceren en van hun vrouw om steeds meer te verdienen — bezwijken. Ook verbaast het mij niet dat de huisvrouw een zenuwpatiënte wordt als gevolg van de eentonige en saaie huishoudelijke bezigheden, waardoor zij niet voldoende in contact komt met andere mensen, en dat zij vaak een toevlucht zoekt in de duisternis van alcoholisme en pillen.”
En wat valt er vervolgens over het gebrek aan geluk onder jeugdige gezinsleden te zeggen, zoals bijvoorbeeld blijkt uit het veelvuldige illegale gebruik van drugs? De Deense minister van justitie verklaarde dat het aantal personen in Kopenhagen dat bij drugmisbruik was betrokken, van 1963 tot 1968 met meer dan 1400 percent was toegenomen! De grootste toename deed zich onder jongeren voor.
Men heeft het toenemende drugmisbruik door jongeren onder andere toegeschreven aan het woningprobleem. Maar het hoofd van de afdeling Narcotica van de Kopenhaagse politie zei: „Het is meestal niet zo dat deze druggebruikers uit kleine en slechte kazernewoningen afkomstig zijn. De meesten zijn afkomstig uit grotere en betere woningen, waar zij hun eigen kamer hebben, voorzien van bandrecorder, grammofooninstallatie en alles wat zij nog meer wensen. Druggebruikers komen niet altijd uit wat wij onder een slecht huisgezin verstaan. . . . hun verhouding tot hun ouders is onzeker. . . . Het feit doet zich voor dat ouders zich er niet om bekommeren waar hun kinderen zich bevinden.”
Wat blijkt dus het geval te zijn? Dat het gebrek aan geluk onder jeugdige gezinsleden vaak verband houdt met gebrek aan ouderlijk toezicht en vooral met het feit dat het hun aan een waardig doel in het leven ontbreekt. De overdreven nadruk die in veel landen op stoffelijke dingen wordt gelegd, heeft tot een onevenwichtig gezinsleven geleid.
Veel gezinnen hebben zich van de bijbel afgewend. Als gevolg hiervan zijn morele waarden uiteengevallen, waardoor veel gezinnen praktisch geen morele leiding hebben.
Sommige autoriteiten geloven dan ook dat de werkelijke oorzaak van het gebrek aan geluk in het gezinsleven gezocht moet worden in het feit dat de mensen de kerk hebben verlaten. In Denemarken staat ongeveer 97 percent van de bevolking als kerklidmaat ingeschreven, maar naar men aanneemt bezoekt nog geen 3 percent de kerk, en dan nog niet eens geregeld.
Vormt deze apathie in het kerkbezoek echter de reden? Is de kerk een bolwerk tegen immoraliteit? Staat ze werkelijk hoge bijbelse beginselen voor, zoals de raad: „Ontvliedt de hoererij”? (1 Kor. 6:18). Of draagt de kerk tot het morele verval bij?
Welnu, wat voor morele hulp ontvangt het gezin, en vooral de jeugd, van de kerk? De meeste geestelijken in Denemarken zeggen, zoals de deken van de Holmens-kerk in Kopenhagen: „Iedereen moet zijn eigen morele maatstaven scheppen. . . . Als men in het Nieuwe Testament morele wetten hoopt te vinden, zoekt men tevergeefs.” Als de bijbel zo verkeerd door de kerk wordt voorgesteld, hoe kan het gezin dan worden geholpen?
Wat voor nut zou het bijvoorbeeld hebben raad in verband met het gezinsleven te zoeken bij een kerk waarvan de voorganger in het parochieblad verklaart: „Er wordt niets mee gewonnen wanneer men alle sex tot het huwelijk beperkt. . . . Het kan zowel vanuit ethisch als vanuit christelijk standpunt juist zijn wanneer jonge mensen vóór het huwelijk seksuele betrekkingen hebben, en voor gehuwde personen kan het even juist zijn . . . seksuele betrekkingen buiten het huwelijk te hebben. Ik zeg niet dat het altijd juist is, maar het kan juist, ja, noodzakelijk zijn”? — Vedbœk-Gl. Holte Kirkehilsen, Juli-Augustus 1964.
Geen wonder dat een andere geestelijke zei: „Jonge mensen in Denemarken verwachten vrijwel geen hulp van de Kerk.” En een andere geestelijke schreef in een kranteartikel onder de titel „De kerk heeft geen moraal”: „In deze tijd van morele verwarring heeft de Kerk slechts één ding te zeggen: „Uw zonden zijn u vergeven.” — Rødovre Avis, 12 maart 1964.
Met het oog hierop kan men vragen: Hebben de kerken van de christenheid er werkelijk toe bijgedragen een gelukkig gezinsleven te scheppen? Hebben zij gezinnen geholpen in te zien dat er niet zoveel nadruk op stoffelijke dingen gelegd moet worden dat het onderricht in Gods Woord erdoor wordt veronachtzaamd? Hebben zij in de geestelijke behoeften van de mensen voorzien? Neen!
Hoewel gezinnen het gevoel kunnen hebben dat zij door de kerken in de steek zijn gelaten, zijn zij niet door God of door het ware christendom in de steek gelaten. Gods Woord heeft honderdduizenden gezinnen geholpen waarachtig geluk te vinden, zoals u in het volgende artikel kunt vernemen.