Waarom zij hun kerk hebben verlaten
DUIZENDEN mensen verlaten in deze tijd hun respectieve kerken. Velen doen dit omdat zij hebben bemerkt dat het ware christendom niet in hun kerk wordt onderwezen of beoefend. Uit Engeland en de Verenigde Staten komen twee ervaringen die dit illustreren:
„Meer dan zeventig jaar lang was ik een actieve ondersteuner van het Leger des Heils in zijn strijd tot leniging van de noden van de armen en behoeftigen. Menigmaal heb ik mij op de promenade in Brighton, Engeland, met mijn tamboerijn en vaandel in hun prediking en gezang aangesloten. Hoewel veel leerstellingen van het Leger des Heils mij niet duidelijk waren, las ik mijn bijbel en bleef ik om Gods hulp bidden.
Ongeveer vijf jaar geleden kreeg ik een beroerte, als gevolg waarvan ik ongeveer een jaar lang thuis moest blijven. Tegen het einde van deze periode ontving ik een brief van het Leger des Heils. Ik had sinds mijn beroerte niets van hen gezien of gehoord. Toen ik hun brief opende, zat er tot mijn verbazing een aanmaning in om met terugwerkende kracht het ’patroongeld’ (mijn vaste wekelijkse bijdrage) te betalen, een envelop voor de ’zendingscollecte’ en een envelop voor het ’oogstfeest’. Na zoveel jaren van geregelde ondersteuning en aanwezigheid op de bijeenkomsten, besefte ik dat zij meer belangstelling voor mijn geld hadden dan voor mijn welzijn.
Kort hierna ontmoette ik een van Jehovah’s getuigen. Haar hartelijke glimlach en blijde kijk op de toekomst bewogen mij haar aanbod te aanvaarden bij mij thuis gratis de bijbel te bestuderen. Ik moet zeggen dat ik in heel korte tijd meer over de bijbel leerde dan in al mijn zeventig jaren in het Leger des Heils. Op 25 oktober 1968 werd ik derhalve op tweeëntachtigjarige leeftijd als symbool van mijn opdracht aan de ware God Jehovah in Brighton gedoopt. Nu weet ik wat mij in het Leger des Heils had gehouden. Het was vrees, vrees voor hun valse leerstelling van eeuwige pijniging. Hoe vaak hadden de kapiteins van het Leger des Heils ons eraan herinnerd dat wij, als wij niet in de ’Legerzaal’ aanwezig waren, kans liepen na de dood vurig gepijnigd te worden!
Wat een vreugde om de bijbelse waarheid over zulke aangelegenheden te weten te komen! (Pred. 9:5) Ja, en wat een wonderbare toekomst heeft God weggelegd voor degenen die hem liefhebben en getrouw dienen.
Een man in Californië, V.S., schrijft: „In 1964 sloten wij ons aan bij de True Baptist Church in Paramount. De voorganger scheen er meer belangstelling voor te hebben hoeveel geld wij op de collecteschaal wierpen dan dat hij ons in de bijbel wilde onderwijzen. Een vriend en ik vroegen hem herhaaldelijk een bijbelstudieklas te beginnen, maar hij bleef dit uitstellen. Elke zondag nadat hij had gepreekt, worstelden wij met het probleem wat nu eigenlijk de strekking van zijn preek was.
Toen mijn vrouw ziek werd en in het ziekenhuis opgenomen moest worden, vertelde de voorganger mij dat ik haar wel kon bezoeken, maar dat mijn taak voor de kerk op de eerste plaats kwam. Hij zei dat ik als de monteur van de kerk de bus en de truck van de assistent-voorganger moest repareren en dat dit onmiddellijk moest gebeuren. Hoewel ik niet al te veel van Gods waarheid wist, kon ik duidelijk inzien dat hij geen goed voorbeeld gaf en ook niet Gods Woord onderwees. Ik vertelde mijn vrouw dat ik de kerk zou verlaten.
Op zondagochtend ging ik derhalve vroeg naar de kerk en vertelde de voorganger dat ik het niet langer met mijn geweten in overeenstemming kon brengen naar de kerk te gaan, aangezien ik het niet met zijn onderwijzingen en gedrag eens was. Ik vertelde hem dat ik hem beslist niet nodig had om mij te zeggen wanneer ik mijn vrouw in het ziekenhuis kon bezoeken en deelde hem mee dat ik als lid van zijn kerk geschrapt wenste te worden. Hij probeerde mij dit uit het hoofd te praten. Toen hij zag dat ik niet van gedachten veranderde, wilde hij mij iets uit de bijbel voorlezen, terwijl hij zei dat ik naar de hel zou gaan als ik niet naar zijn kerk zou terugkeren.
Toen ik dit hoorde, zei ik: ’Ik heb u van uw eigen kansel horen zeggen dat de Duivel in zijn eigen belang schriftplaatsen aanhaalt.’ Hierop accepteerde hij mijn ontslag.
Gedurende al deze tijd onderwezen Jehovah’s getuigen mijn vrouw in de bijbel. Later, toen wij naar Romoland, honderd kilometer verder, verhuisden, troffen de Getuigen er liefdevol regelingen voor dat mijn vrouw de bijbel kon blijven bestuderen, en zij nodigden mij uit dit eveneens te doen. Ik nam hun aanbod aan, en wat ik leerde was verbazingwekkend! Ik moest wel onder de indruk komen van de oprechtheid waarmee de Getuigen alleen maar de bijbel wilden onderwijzen en van alle moeite die zij namen om ons erbij te helpen de bijbel te begrijpen. Nu zijn mijn vrouw en ik eveneens Jehovah’s getuigen.”