Verovering van Israël door Assyrië
DE BIJBEL vermeldt de verovering van Israël door Assyrië. Koning Pul van Assyrië, doorgaans Tiglath-Pileser geheten, is minstens twee maal tegen Israël opgetrokken voordat Assyrië het ten slotte in 740 v.G.T. geheel veroverde. Over de eerste van deze invasies zegt de bijbel: „Pul [Tiglath-Pileser], de koning van Assyrië, kwam in het land. Dientengevolge gaf Menahem [koning van Israël] Pul duizend talenten zilver . . . Daarop keerde de koning van Assyrië terug, en hij bleef daar niet in het land” (2 Kon. 15:19, 20). Enkele jaren later werd Menahems zoon en opvolger gedood door Pekah, die nu koning van Israël werd. De bijbel vermeldt dan een tweede invasie door deze zelfde Assyrische koning, deze keer in de dagen van koning Pekah: „Tiglath-Pileser, de koning van Assyrië, . . . veroverde voorts [steden en landstreken in Israël] en voerde de bewoners in ballingschap naar Assyrië. Ten slotte vormde Hosea, de zoon van Ela, een samenzwering tegen Pekah, de zoon van Remalia en sloeg hem en bracht hem ter dood; en hij begon in zijn plaats te regeren.” — 2 Kon. 15:29, 30.
Het is van belang dat deze Tiglath-Pileser in zijn geschriften die door archeologen zijn ontdekt, deze zelfde in de bijbel vermelde gebeurtenissen noemt. Zo schrijft hij in één document: „Ik ontving schatting van Koesjtasjpi van Commagene, Rezon van Damascus, Menahem van Samaria . . .”, en in een ander document: „Zij brachten hun koning Pekah ten val en ik stelde Hosea als koning over hen aan.”