Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w70 15/7 blz. 447-448
  • Vragen van lezers

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Vragen van lezers
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1970
  • Vergelijkbare artikelen
  • Gaven van God
    Hulp tot begrip van de bijbel
  • Waarom zijn de wonderbare gaven van de geest opgehouden?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1971
  • Zijn alle wonderbare genezingen van God afkomstig?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2009
  • Gaven van God
    Inzicht in de Schrift, Deel 1
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1970
w70 15/7 blz. 447-448

Vragen van lezers

● Wat betekent 1 Korinthiërs 13:8, waar staat dat ’kennis zal worden weggedaan’? — R. M., V.S.

Een onderzoek van de context onthult dat de apostel Paulus bedoelde dat de bovennatuurlijke kennis, die een wonderbare gift van de heilige geest was, na verloop van tijd zou ophouden.

In het voorgaande hoofdstuk schreef Paulus over „verscheidenheid van gaven” van de geest. Tot deze wonderbare gaven behoorden gezondmaking, profeteren, in verschillende talen spreken en spraak van kennis (1 Kor. 12:4-11). Dit waren geen gewone bekwaamheden, zoals gezondmaking of in verschillende talen spreken als gevolg van een studie in de medicijnen of van verschillende talen. Het waren wonderbare bekwaamheden. Vandaar dat de genoemde „kennis geen gewone kennis was die verkregen kan worden door ervaring, waarneming of bestudering van boeken, zelfs niet van de bijbel. Het was bovennatuurlijke kennis, die door middel van de heilige geest werd verkregen.

Dat Jehovah bovennatuurlijke kennis kon schenken blijkt uit de volgende voorbeelden: Ten tijde van de dood van Lazarus wisten Jezus’ reizende metgezellen niet dat de zieke Lazarus was gestorven, maar Christus wist dit wel (Joh. 11:5-14). Bij een vroegere gelegenheid zag een Samaritaanse vrouw bij een bron in dat Jezus een profeet moest zijn, doordat hij een bovennatuurlijke kennis van haar vroegere en bestaande huwelijksstatus had. — Joh. 4:16-19.

Merk in verband met de apostelen het volgende geval op, dat zich na Pinksteren 33 G.T. voordeed: Toen Ananías in het geheim ’de heilige geest bedroog’, wist de apostel Petrus dit op wonderbare wijze. — Hand. 5:2-4.

Hoewel de bijbel geen gedetailleerde beschrijving geeft van het gebruik van de wonderbare „kennis”, is het aannemelijk dat deze ook nog op een andere wijze werd gebruikt. Toen het christendom nog in zijn kinderschoenen stond, heeft God wellicht bovennatuurlijke kennis geschonken om de gemeenten te versterken. Hoewel de eerste christenen een grote belangstelling voor de Schrift hadden, waren er niet zoals thans overal exemplaren van Gods Woord voorhanden. Ook publiceerden de gemeenten geen boeken die over de bijbel handelden en het inzicht van het „besturende lichaam” van apostelen en oudere mannen in Jeruzalem uiteenzetten. Bovendien waren de communicatiemogelijkheden beperkt. Er zouden maanden overheen kunnen gaan om een antwoord te krijgen op een vraag die men per brief of door middel van een boodschapper aan een apostel of het „besturende lichaam” had gesteld. — Hand. 15:2, 30; 16:4.

Zo zouden de christenen tijdens een gemeentevergadering in een geïsoleerd gebied, midden in een heidense omgeving, bijzonder opgebouwd en aangemoedigd worden door een wonderbare tentoonspreiding van bovennatuurlijke kennis. Er zou een vraag of een probleem kunnen rijzen en God zou de oplossing kunnen verschaffen door middel van iemand die de gave van „spraak van kennis” bad. Zo iemand zou zich met begrip de toepassing te binnen kunnen brengen van een bijbeltekst die hij voordien had gelezen, ook al was de perkament- of papyrusrol niet in de gemeente voorhanden.

Zou deze bovennatuurlijke kennis altijd onder christenen blijven bestaan? Neen. In de eerste eeuw hadden zelfs lang niet alle christenen deze gave (1 Kor. 12:28 tot 30). Bovendien zou het christendom na verloop van tijd krachtig zijn gegrondvest en georganiseerd. De behoefte aan wonderbare gaven, met inbegrip van „kennis”, zou dan voorbijgaan. Paulus schreef derhalve: „Hetzij er gaven van profeteren zijn, ze zullen worden weggedaan; hetzij er talen zijn, ze zullen ophouden; hetzij er kennis is ze zal worden weggedaan.” — 1 Kor. 13:8.

Op het ogenblik is de bijbel over de gehele wereld in honderden talen verkrijgbaar. In tegenstelling tot de vroegste christelijke gemeenten zijn wij nu in het bezit van alle christelijke Griekse Geschriften, waarin zowel profetieën staan die wij nu in vervulling zien gaan, als inlichtingen over de toepassing van profetieën uit de Hebreeuwse Geschriften. Ware aanbidders kunnen zich thans in het bezit stellen van talrijke boeken en tijdschriften met schriftuurlijk materiaal, die door de „getrouwe en beleidvolle slaaf”-klasse van gezalfde christenen zijn verschaft. — Matth. 24:45-47.

Hoewel God thans dus niet de wonderbare gave van kennis verschaft, ontbreekt het ons dus aan niets. Wij hebben veel te studeren als wij de nauwkeurige kennis zoeken die tot het leven leidt (Joh. 17:3). En binnenkort zullen wij meemaken dat „de aarde . . . stellig vervuld [zal] zijn van de kennis van Jehovah zoals de wateren ook de zee bedekken”. — Jes. 11:9.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen