Geknoei met de tekst van de bijbel
■ Voorheen schreef De Wachttoren dat er ongeveer vanaf de derde eeuw van de gewone tijdrekening met de tekst van de Griekse Septuaginta-vertaling van de Hebreeuwse Geschriften is geknoeid, met als gevolg dat de goddelijke naam eruit verwijderd is. In de Dode Zeerollen, die tussen 1947 en 1953 zijn ontdekt, zijn er nog meer bewijzen aan het licht gekomen dat men reeds vroeg met de naam heeft geknoeid. Deze rollen voeren ons terug tot vóór de tijd van Christus, en de Jesajarol laat zien dat afschrijvers zelfs in die tijd Jehovah’s naam (JHWH, יהוה in het Hebreeuws) hebben vervangen. Uit de tekst van Jesaja 3:16-20, die op bladzijde 1256 van de New Bible Dictionary van Douglas staat afgebeeld, blijkt bijvoorbeeld dat afschrijvers voor adonái (אדוני) het woord JHWH (יהוה) hebben gebruikt, en voor JHWH het woord adonái. Blijkbaar was er reeds met de tekst geknoeid en wist de afschrijver niet precies of de goddelijke naam op deze plaatsen wel moest worden gebruikt. Voor het overgrote deel getuigen de oude manuscripten echter dat in beide gevallen Jehovah’s naam behoort te staan.