De juiste religie gevonden
EEN student aan de Koninkrijksbedieningsschool op het hoofdbureau van het Wachttorengenootschap, deed het volgende verslag over zijn onderzoek naar de juiste religie:
„Toen ik dertien jaar was, besloot ik predikant te worden. Ik vatte het plan op om een beurs aan te vragen voor een studie aan de universiteit. Toen ik echter nog op de middelbare school was, kreeg mijn moeder een beroerte en werd zij in het ziekenhuis opgenomen. De linkerkant van haar lichaam was volkomen verlamd. Het gezin viel uiteen en mijn broers en zusters werden hier en daar over pleeggezinnen verdeeld. Ik was er echter nog steeds op uit naar de universiteit te gaan en predikant te worden.
Op mijn zestiende jaar dacht ik nog altijd veel aan het beroep dat ik had gekozen, maar soms dacht ik bij mijzelf: Waarom zou ik methodistenpredikant worden? Waarom geen katholiek priester, of een rabbijn, of een geestelijke van het hindoeïsme of mohammedanisme? Het voornaamste was de arme, geslagen mensen te helpen, hen te vertroosten en te onderwijzen. Toen begon ik mijzelf af te vragen wie de beste predikant van de hele wereld was die ooit had geleefd. Welnu, Jezus Christus natuurlijk! Dan is de religie die zijn voorbeeld navolgt, de religie waar ik als predikant wilde dienen.
Ik begon dus in de bijbel het leven van Jezus te bestuderen. Ik merkte op dat hij van de mensen hield en hen zó goed uit Gods Woord onderwees dat zij, op hun beurt, in staat waren anderen te onderwijzen. Dat trok mij. Ik moest dus naar dit kenmerk in de juiste religie zoeken. Ik ging derhalve na, hoeveel studie van de bijbel de leden van mijn eigen kerk maakten en bemerkte dat men zo goed als geen werkelijk inzicht had. De meeste mensen schenen te denken dat religie alleen iets voor ’s zondags was.
Ik vroeg aan mijn dominee waarom hij eigenlijk de bediening ter hand had genomen en of hij dacht dat hij er een succes van had gemaakt. Hij vertelde mij dat hij, toen hij pas was begonnen dacht dat hij de wereld in vuur en vlam zou zetten doch ten slotte besefte dat ’s mensen kunnen beperkt is. Ik vroeg hem aan de hand van de bijbel het geliefkoosde thema van zijn preken, de Drieëenheid, ofte wel de leer van drie personen in één God, uit te leggen. Hij zei dat ik als ik naar de theologische hogeschool zou gaan, er daar in zou worden onderwezen en dat hij het mij onmogelijk aan de hand van de bijbel kon uitleggen.
Toen vroeg ik hem of een predikant het juiste zedelijke voorbeeld voor de rest van de kerkleden diende te stellen, gezien het feit dat Jezus tot zijn kudde zei: ’Volg mij.’ Hij antwoordde: ’Ik ben maar een mens en niet Jezus; doe dus naar mijn woorden, niet naar mijn daden.’
Na dit gesprek wist ik dat de juiste religie zich ergens anders moest bevinden. Ik begon dus een speurtocht van kerk tot kerk, las over verschillende religies en gebruikte altijd Jezus’ bediening als voorbeeld. Na dit ongeveer twee jaar zonder succes te hebben gedaan ging ik mij afvragen hoe God van mensen kon verwachten hem te aanbidden als hij geen religie had welke Jezus navolgde, die de mensen toch het juiste voorbeeld had gegeven.
Op zekere dag vroeg een van mijn vrienden mij of ik wat vuile kleren van een van zijn stomerijklanten wilde ophalen. Dit deed ik en de klant gaf mij een Wachttoren en vroeg mij, het tijdschrift te lezen en haar later te laten weten wat ik ervan dacht. Toen ik de schone kleren terugbracht vertelde ik haar dat ik nog nooit een tijdschrift had gelezen met zoveel vragen en aanhalingen uit de bijbel. Zij nodigde mij uit om naar een lezing in de Koninkrijkszaal van Jehovah’s getuigen te komen. Ik nam de uitnodiging aan en dacht bij mijzelf: Waarom niet naar een Koninkrijkszaal nu ik al naar zoveel andere kerken ben geweest?
De zaal bevond zich op de bovenste verdieping en ik herinner mij dat ik toen ik de trap opliep met een glimlach dacht: Deze kerk brengt mij dichter bij de hemel dan alle andere die ik heb geprobeerd. Toen ik echter de zaal binnenstapte was ik verbaasd — geen kruizen, geen platen van bloedende harten, noch een afbeelding van Jezus met een lam in de armen, geen altaar, maar alleen mensen van verschillende rassen die rustig naast elkaar zaten. En tijdens de lezing hoorde ik meer bijbelteksten aanhalen en uitleggen dan ik ooit van alle andere geestelijken had gehoord naar wie ik in het verleden had geluisterd.
Na de lezing vroeg ik een Getuige die naast mij zat naar de Drieëenheid. In slechts enkele ogenblikken gaf hij mij aan de hand van de bijbel overvloedige bewijzen om aan te tonen dat dit geen bijbelse leerstelling was. Toen vroeg ik meer over de betekenis van het jaar 1914, dat die dag door de spreker was genoemd. Hij verklaarde aan de hand van de bijbelse chronologie de betekenis van die uiterst belangrijke datum en ondersteunde zijn schriftuurlijke betoog met een grafische voorstelling van jaartallen die hij zo uit de hand voor mij tekende.
Aan mijn lange zoeken naar de juiste religie kwam die dag een einde. Dit was precies waarnaar ik had gezocht, de religie die het voorbeeld van Jezus’ bediening volgde en aan alle christenen het voorrecht schonk opgeleid te worden voor de bediening. Het was een gelukkig ogenblik in mijn leven. Ik dankte God dat hij mij tot zijn volk had getrokken.”