Vragen van lezers
● Waarom is Matthéüs 17:21 uit de Nieuwe-Wereldvertaling van de Christelijke Griekse Geschriften weggelaten? — L.F., V.S.
Deze en enkele andere teksten, of gedeelten ervan, in de christelijke Griekse Geschriften zijn niet in de Nieuwe-Wereldvertaling opgenomen omdat ze niet in de Griekse tekst staan die door de geleerden B. F. Westcott en F. J. A. Hort van de universiteit van Cambridge, werd vervaardigd. Dit is de basistekst die hoofdzakelijk door de „New World Bible Translation Committee” is gebruikt bij het vertalen van de Griekse Geschriften in het Engels in de uitgaven van 1950 en 1961 van de New World Translation, aan de hand waarvan de Nieuwe-Wereldvertaling van de Christelijke Griekse Geschriften is vervaardigd.
Een beschouwing van Matthéüs 17:21 zal verhelderend blijken te zijn. Hoewel deze tekst niet in de Nieuwe-Wereldvertaling is opgenomen, staat er wel een voetnoot in de uitgave van 1950 van de New World Translation of the Christian Greek Scriptures, waardoor wij geholpen worden. Daar vindt men een vertaling van de versie van deze tekst volgens de Codex Efraemi Rescriptus van de vijfde eeuw G.T. en het Cambridge-handschrift (Cantabrigiensis) van de zesde eeuw G.T. Deze luidt als volgt: „Deze soort gaat echter niet uit dan door gebed en vasten.” Dit wordt als een gedeelte van Jezus’ antwoord aan zijn discipelen gegeven toen zij vroegen waarom zij een demon in een bepaald geval niet hadden kunnen uitbannen. Het is evenwel opmerkenswaardig dat verscheidene belangrijke handschriften deze woorden weglaten. Hiertoe behoren het Sinaïtische handschrift en het Vaticaanse handschrift No. 1209, beide uit de vierde eeuw G.T., en dus ouder dan de zojuist aangehaalde bronnen. Daarom ontbreekt er voor vers 21 van Matthéüs, hoofdstuk 17, voldoende ondersteuning van oude teksten.
Terloops zij echter opgemerkt dat sommige autoriteiten deze tekst als een interpolatie van Markus 9:29 hebben beschouwd. Dit hoofdstuk van Markus bevat een overeenkomstig verslag van dezelfde gebeurtenis en hierbij is het detail inbegrepen dat door Matthéüs werd weggelaten.
De Nieuwe-Wereldvertaling is niet de enige vertaling die Matthéüs 17:21 weglaat of in een verklarende voetnoot de twijfelachtigheid van deze woorden aantoont. Tot vertalingen die dit eveneens doen, behoren onder andere de Vertaling van Obbink en Brouwer, de Sint-Willibrordvertaling, de Leidse Vertaling en de American Standard Version.
Klaarblijkelijk hebben afschrijvers soms dus iets aan de Griekse tekst toegevoegd, waartoe zij eerder geneigd waren dan tot het weglaten van materiaal. Een zorgvuldig onderzoek van de bijbel heeft evenwel tot gevolg gehad dat zulke toevoegingen door afschrijvers aan het licht zijn gekomen.
Wij dienen hierdoor niet het denkbeeld te krijgen dat de tekst van de christelijke Griekse Geschriften ten gevolge van overschrijving aanzienlijk heeft geleden. „Het totale aantal handschriften van het Nieuwe Testament is zeer indrukwekkend. . . . Er bestaat geen enkel ander Grieks boek dat ook maar in de verte zo’n hoeveelheid bewijzen ter bekrachtiging van de tekst heeft. Weliswaar zijn er talrijke tekstuele afwijkingen in deze verschillende handschriften van het Nieuwe Testament, doch deze zijn voor het merendeel betrekkelijk onbelangrijk. In feite hebben nauwkeurige geleerden geschat dat er in nauwelijks een duizendste gedeelte van de gehele tekst wezenlijke afwijkingen zijn.” — Light from the Ancient Past, blz. 352.
In alle gevallen waar in de Nieuwe Vertaling van het Nederlandsch Bijbelgenootschap een geheel vers staat dat niet in de Nieuwe-Wereldvertaling is opgenomen, vertoont de uitgave van 1961 van de New World Translation [en ook de Nieuwe-Wereldvertaling van de Christelijke Griekse Geschriften] het versnummer, gevolgd door een lange streep. Details met betrekking tot welke oude handschriften het vers wel en welke het niet bevatten, zijn in de voetnoten van de van kanttekeningen en voetnoten voorziene uitgave van de New World Translation te vinden. — Zie ook The Watchtower van 1 februari 1962, blz. 88-92.
● Ik verwacht het antwoord op mijn brief in „Vragen van lezers” in De Wachttoren. — Niet getekend.
Dat wij in dit tijdschrift een rubriek „Vragen van lezers” hebben, getuigt ervan dat wij regelmatig vragen ontvangen van mensen die de publikaties van het Wachttorengenootschap lezen. Sommigen stellen vragen over leerstellige punten of over iets dat zij in lectuur van het Genootschap lezen. Anderen wensen schriftuurlijke raad voor persoonlijke problemen.
Meestal kunnen wij iemand die een bijbels antwoord op een vraag nodig heeft maar er plaatselijk niet achter kan komen, wel helpen. Wij beantwoorden vragen door middel van een persoonlijke brief. Maar niet alle vragen die wij krijgen worden tevens in deze rubriek in De Wachttoren afgedrukt. Soms gaat het over iets persoonlijks, en dan zou de correspondentie voor onze lezers in het algemeen niet van belang zijn. Andere antwoorden worden niet gepubliceerd omdat het onderwerp kort geleden in de lectuur van het Genootschap besproken is. In zulke gevallen geven wij de vragensteller de bronnen op, zodat hij de lectuur die het Genootschap daarover uitgegeven heeft, kan raadplegen.
Wij beantwoorden echter geen brieven die slechts met initialen of helemaal niet ondertekend zijn. En iemand die geen adres heeft opgegeven kunnen wij vanzelfsprekend niet terugschrijven. Als iemand werkelijk bij iets geholpen wil worden, moet hij dat ook mogelijk maken door zijn naam en adres op te geven. Brieven die niet beantwoord kunnen worden omdat er geen adres in staat, zullen niet in „Vragen van lezers” worden behandeld.