Dokter spoort collega’s aan „consequent te zijn”
In het hoofdartikel van de uitgave van juni 1967 van de Journal van Cape County, uitgegeven in de Amerikaanse staat Missouri, gaf dokter J. K. Holcomb een uitstekende raad aan zijn mede-artsen. Hij zei: „Ongetwijfeld voelen wij ons, als doktoren, gedwarsboomd, zelfs vertoornd, als een koppige patiënt datgene weigert te accepteren wat wij zouden beschouwen als de therapeutisch preferente leefregel. Maar dienen wij dit gevoel eigenlijk wel te bezitten als de patiënt zich beroept op een religieuze overtuiging als basis voor zijn tegenzin een bepaalde geneeswijze te accepteren? Als wij eerlijk tegenover onszelf zijn, zullen wij toegeven dat wij bij vele patiënten in onze dagelijkse praktijk genoegen nemen met iets minder dan de ideale behandeling. Met andere woorden, wij doen het beste wat wij onder een aantal gegeven omstandigheden kunnen. Zo zouden wij bijvoorbeeld een persoon op leeftijd voor ons kunnen hebben die in een zeer slechte fysieke toestand verkeert, met een carcinoom die het beste operatief verwijderd zou kunnen worden. Na echter alle factoren tegen elkaar afgewogen te hebben en ons ervan bewust te zijn geworden dat het opereren van de patiënt nogal wat risico’s met zich brengt, passen wij bestraling of een andere medische therapie toe — wij doen het beste wat wij onder de gegeven omstandigheden kunnen. Als wij zo kunnen handelen ten aanzien van onze medische overtuiging, zouden wij dan niet eveneens bereid moeten zijn het beste te doen wat wij kunnen als de overtuiging van een patiënt, die meestal van religieuze aard is, ons belet de geneeswijze die naar onze mening het wenselijkst is, toe te passen? Meestal zijn patiënten die er godsdienstige redenen voor hebben om bloedtransfusies, enz., te weigeren, zich bewust van de medische risico’s die hun beslissing meebrengt, maar zij zijn bereid deze risico’s te accepteren en vragen slechts of wij ons best willen doen. Stellig kunnen deze situaties een onaangename beproeving voor de dokter vormen, maar mij zijn geen medisch-rechtskundige problemen bekend die waren gerezen als bij zowel patiënt als arts begrip bestond voor de omstandigheden.
Tot slot, behoren wij niet consequent te zijn ten opzichte van onszelf en onze patiënten en bereid te zijn de beste behandeling te geven die ons met het oog op de omstandigheden — die in ieder afzonderlijk geval weer anders kunnen zijn — overblijft?”