Vragen van lezers
● Hoe kan iemand de heilige geest ’bedroeven’, daar deze toch geen persoon is? — H. S., V.S.
De apostel Paulus verschafte in zijn geïnspireerde brief aan de christenen te Éfeze deze raad met betrekking tot hun gedrag: „Bedroeft ook Gods heilige geest niet, waarmee gij verzegeld zijt voor een dag van verlossing door losprijs.” — Ef. 4:30.
Veel commentators van de christenheid hebben dit vers 4:30 verkeerd uitgelegd vanwege hun geloof in de drie-personen-in-één-God- of Drieëenheidsleer. Wij hebben in onze publikaties vele malen schriftuurlijke en historische bewijzen geleverd voor het feit dat de Drieëenheid geen bijbelse leerstelling is doch veeleer van heidense oorsprong is. (Zie bijvoorbeeld hoofdstuk 12 van „Dingen waarin God onmogelijk kan liegen”, en de uitgaven van De Wachttoren van 1 en 15 augustus 1964.) Daarom wordt in Efeziërs 4:30 niet over de heilige geest gesproken als over een persoon die bedroefd kan worden, een god, een deel van een drieëenheid.
Verre van te leren dat de heilige geest een persoon is en een god die gelijk aan Jehovah is, toont de bijbel dat deze eenvoudig de onzichtbare werkzame kracht van God is. Jezus zou „met heilige geest en vuur” dopen, evenals Johannes de Doper met water doopte (Luk. 3:16). Iemand kan een andere persoon met water of vuur dopen door hem in water of in vlammen te dopen of onder te dompelen, maar hoe kan men iemand met een andere persoon dopen? Water en vuur zijn geen personen, en ook de heilige geest is geen persoon. Met Pinksteren 33 G.T. werden de 120 discipelen „met heilige geest vervuld”. Het is duidelijk dat zij niet met een persoon werden vervuld (Hand. 1:5, 8; 2:4). Jezus had in de hemel heilige geest van Jehovah ontvangen, en hij stortte deze op zijn volgelingen uit. De heilige geest was geen persoon die aldus behandeld kon worden, maar de werkzame kracht van God. — Hand. 2:33.
Degenen in de eerste eeuw aan wie Paulus schreef: „Bedroeft ook Gods heilige geest niet”, waren gezalfde christenen; zij hadden heilige geest ontvangen en waren tot hemels leven geroepen. Tot personen van deze hemelse klasse zei Paulus: „Gij hebt een geest van aanneming . . . ontvangen.” Die geest diende als een zegel of „onderpand van wat komen zal” (Rom. 8:15; 2 Kor. 1:22). Maar wat deed deze geest voor hen terwijl zij nog op aarde waren? Hij leidde hen of wees hun de weg naar een leven van getrouwheid, tot hun uiteindelijke dood en opstanding in de hemel (Rom. 8:14, 17). Hij hielp hen de „werken van het vlees”, die tot Gods misnoegen en een volledig verlies van heilige geest zouden kunnen leiden, te vermijden. Bovendien werden zij erdoor geholpen de „vrucht van de geest” aan de dag te leggen, zodat zij door geest ordelijk zouden kunnen blijven wandelen en Gods goedkeuring konden genieten. — Gal. 5:19-25.
Een christen die de goede raad uit de bijbel, welke geïnspireerd was ofte wel geschreven onder leiding van heilige geest, negeerde, zou een geesteshouding of eigenschappen kunnen gaan ontwikkelen die zouden kunnen leiden tot moedwillige zonde en het verlies van goddelijke gunst. Wellicht zondigt hij op het ogenblik niet, maar hij zou kunnen afdwalen naar een zijweg die hem, na verloop van tijd, precies de andere kant uit zou laten gaan dan de leiding van de geest aangaf. Hij zou dus, om met Paulus’ woorden te spreken, de heilige geest ’bedroeven’. Hoewel de heilige geest geen persoon is, is hij, evenals de bijbel, een uiting van Gods persoonlijkheid. Als iemand een prachtig muziekstuk slecht zou spelen, zou er gezegd kunnen worden dat het een belediging voor de muziek is; ook voor de componist zou het een belediging zijn. Daar ook de geest onder Gods leiding staat, zou iemand die de geest mishaagt en „bedroeft”, Jehovah weerstaan of bedroeven.
Hoewel de dienstknechten van God die de hoop koesteren eeuwig op aarde te leven, niet met geest gezalfd zijn en tot hemels leven geroepen zijn, kunnen zij evenveel van Gods geest bezitten als degenen van de hemelse klasse. Ook zij zouden Gods geest dus kunnen ’bedroeven’.
Maar wat zou iemand wetend of onwetend kunnen doen waardoor hij de geest zou ’bedroeven’? In hetzelfde hoofdstuk, Efeziërs hoofdstuk 4, sprak Paulus over de noodzaak de neiging tot oneerlijke verklaringen, voortdurende toorn, traagheid en ongepaste spraak, te vermijden. Als iemand die de nieuwe christelijke persoonlijkheid had aangedaan zich weer liet meeslepen naar dergelijke dingen, zou hij tegen de geïnspireerde raad van de bijbel ingaan, hij zou de goede invloed en het voorbeeld van rijpe christenen om hem heen verwerpen, ja, hij zou de heilige geest ’bedroeven’.
In Efeziërs hoofdstuk 5 geeft Paulus verder raad over het vermijden van enige ongepaste belangstelling voor hoererij, schandelijk gedrag en ontuchtig gescherts. Christenen die het graag willen vermijden de geest te ’bedroeven’, dienen dit te bedenken bij het kiezen van vermaak en datgene wat zij tot ontspanning doen. Waarom zou men voor dergelijke dingen belangstelling koesteren door erover te praten, erover in boeken en kranten te lezen en ze in films en op het toneel te zien?
Laten wij eens enkele andere situaties beschouwen. De heilige geest wordt gebruikt bij het ontwikkelen van eenheid in de gemeente en bij het aanstellen van christenen als dienaren. Als iemand roddelt, over zaken twist die van ondergeschikt belang zijn en die op een aantal manieren gedaan kunnen worden, of kliekjes vormt, zou hij tegen de leiding van de geest ingaan, want deze zorgt voor vrede en eenheid. In het algemeen zou zoiets de heilige geest ’bedroeven’. Degenen in Korinthe die scheidingen in de gemeente teweegbrachten, stonden de werking van de geest dus tegen (1 Kor. 1:10; 3:1-4, 16, 17). Het is interessant dat Paulus ook in zijn brief aan de Efeziërs de nadruk legt op de belangrijkheid van eenheid (Ef. 4:1-6, 16). Iemand die het respect voor door de geest aangestelde dienaren door afbrekende kritiek ondermijnt, kwelt eveneens de geest. — Hand. 20:28; 1 Thess. 5:12, 13.
Elke christen kan zijn gedrag en houding dus bezien in het licht van datgene waarvan hij weet dat het de leiding van de geest is, zoals die in de bijbel en de christelijke organisatie van thans, wordt weerspiegeld. Dit zal hem helpen met de geest samen te werken en niet af te dwalen naar een totaal andere handelwijze die gelijk zou staan met het ’bedroeven’ van de geest en die uiteindelijk zou kunnen leiden tot Gods misnoegen, waardoor de geest geheel en al van hem afgetrokken zal worden.