„Naar hun soort”
De biologische regel dat de verschillende levensvormen geschapen waren ten einde zich „naar hun soort” voort te planten, staat tien maal in Genesis hoofdstuk één (NW) vermeld. Deze onveranderlijke wet werd door de Schepper, Jehovah God, ingesteld. Hoewel hierdoor ruimte wordt gelaten voor enorm veel variëteiten binnen elke familiesoort, gaat de evolutiegedachte, dat een familiesoort een andere, geheel nieuwe soort kan voortbrengen of geleidelijk doen ontstaan, niet op. Dit is zo voor de hand liggend, dat zelfs actuele wetenschappelijke tijdschriften die de evolutie voorstaan, zoals Scientific American, dit hebben toegegeven. In de december-uitgave, 1966, van voornoemd tijdschrift staat op bladzijde 32 het volgende: „De levensvormen verschillen enorm van elkaar; ze blijven echter binnen elke gegeven afstammingslijn opmerkelijk constant: varkens blijven varkens en eiken blijven eiken, geslacht na geslacht.”