Gelukkige zendelingen op het hart gedrukt het leven te waarderen
„STUDENTEN of afgestudeerden, zijn jullie gelukkig?” Dit vroeg F.W. Franz, vice-president van het Wachttorengenootschap, aan de 43ste klas van de Wachttoren Bijbelschool Gilead, die ter gelegenheid van de diploma-uitreiking op 12 maart in de stad New York bij elkaar was. „Ik bedoel niet omdat jullie nu het diploma ontvangt, maar gelukkig over het algemeen. Welnu, jullie behoort gelukkig te zijn omdat wij nu in het vijfde decennium van een opmerkelijke tijd zijn beland.”
Wat voor een tijd? De heer Franz toonde aan dat het de gezegende tijd is die in Daniël 12:12 wordt genoemd, als gevolg van het feit dat de ’ware kennis overvloedig wordt omdat velen een zwerftocht maken’ in Gods Woord (Dan. 12:4, NW). Als gevolg hiervan beleven Jehovah’s getuigen tegenwoordig een ware kennis-explosie. Tot slot vertelde de heer Franz de studenten: „Jullie zijn gelukkig omdat jullie in de bijbel een zwerftocht hebt gemaakt en een deel van deze overvloedige kennis tot je hebt genomen! Jullie zult gelukkig zijn als je ze op liefdevolle wijze en ijverig met anderen deelt!”
Een voorbeeld van het geluk dat voor hen in het verschiet lag, werd naar voren gebracht door een andere spreker, namelijk M. Larson. Hij vertelde van een stad die 800 kilometer van Santiago, in Chili, af lag waar een vergadering gehouden zou worden. Er was in die stad een ijverige groep zendelingen en een gemeente van zesendertig Getuigen. Hoeveel kwamen er naar de vergadering? Alle zesendertig? Zelfs nog meer: Er kwamen er 100 naar die vergadering van Jehovah’s getuigen, terwijl die toch 800 kilometer verderop werd gehouden!
N.H. Knorr, president van het Wachttorengenootschap, sprak tot deze gelukkige zendelingen die zulke gelukkige vooruitzichten hebben, over de juiste waardebepaling van het leven en de rol die rijpheid speelt bij het vasthouden van dit leven. Hij begon met te zeggen: „Hoe bezien wij het leven? Hoeveel tijd gunnen wij ons om over de reden waarom wij leven na te denken? Hoe zijn wij tot bestaan gekomen? Als wij vanhier vertrokken zijn . . . wat gaan wij dan met ons leven doen? Hoe heb je dit leven ontvangen? In feite is jullie leven bij God begonnen, want als wij ver genoeg teruggaan in de geschiedenis, komen wij bij Adam, en de bijbel vertelt ons dat Adam de zoon van God was (Luk. 3:38). God is de Bron des levens (Ps. 36:10 9). Tot nu toe hebben jullie je in het bezit van het leven verheugd, maar jullie kunt er in de toekomst nog meer van genieten. Het leven is bijzonder belangrijk, want zonder dat hebben wij niets, noch kunnen wij iets voor anderen doen. Zoals in Prediker 9:5, 10 staat, is er in de dood geen bewustzijn, noch werk, noch wijsheid. Door te leven kunnen wij anderen de weg ten leven wijzen.”
De heer Knorr merkte onder andere verder nog op: „Als wij werkelijk waardering hebben voor het leven, zullen wij God de eer geven voor het feit dat wij leven. Doordat wij leven, kunnen wij werken, kunnen wij anderen gelukkig maken. Om het leven te blijven vasthouden, moeten wij kennis tot ons blijven nemen van God en van zijn Zoon, want dat betekent eeuwig leven (Joh. 17:3). Zelfs Jezus Christus moest kennis tot zich blijven nemen. En daarom is het zo belangrijk tot rijpheid te blijven voortgaan. Rijpheid helpt ons het leven te blijven vastgrijpen, ons leven te verlengen, het voor altijd te behouden. En laten wij nederig blijven, nooit denken dat wij alles al weten. Dat is niet zo. Wij kunnen nog zoveel leren . . .
Wij zijn heel blij voor jullie. Wij allen steunen jullie, maar wat belangrijker is dan al het andere, is dat God met jullie is. Hij stelt belang in jullie en steunt jullie. Hij was het in de eerste plaats die jullie leven schonk. Mogen jullie altijd voorwaarts blijven gaan, rijpheid blijven nastreven, opdat jullie door het verwerven van rijpheid het leven, zelfs het eeuwige leven, steviger zullen kunnen vasthouden.” Na deze opmerkingen overhandigde hij de diploma’s aan hen die ze verdiend hadden, wat de grote meerderheid vormde. De 103 studenten waren uit twaalf landen gekomen en werden naar negenentwintig verschillende landen uitgezonden. Zij waren betrekkelijk jong, want hun gemiddelde leeftijd was zesentwintig jaar, en zij waren gemiddeld elf jaar opgedragen christelijke bedienaren van het evangelie.
De hoogtepunten van het middagprogramma, dat door de studenten zelf werd gebracht, hadden ook ten doel waardering voor het leven te doen toenemen. Bijzonder ontroerend en bezielend was ook het geschreven portret van een Getuige die, van broodkorsten levend, twee jaar in de gevangenis had doorgebracht en die haar hoop op leven in Gods nieuwe ordening vasthield door zich bepaalde gedeelten uit het boek Filippenzen in herinnering te brengen. Een bijbels toneelstuk van een uur, waarvoor men zich in bijpassende kostuums had gestoken, en dat handelde over Gods vroegere barmhartige voorziening voor de onopzettelijke doodslager in de toevluchtsstad, en waarbij werd getoond dat deze voorziening in onze tijd haar tegenbeeld vindt, legde de nadruk op hetzelfde beginsel. Er werd heel krachtig door bewezen dat het leven afhankelijk is van gehoorzaamheid aan God en dat het meer waard is dan welk materieel bezit maar ook.
Ja, het programma in verband met de diploma-uitreiking onderstreepte ongetwijfeld niet alleen het geluk van de zendelingen, maar eveneens de waardering voor het leven. Er werd bijzonder van genoten door de ongeveer 2000 gasten, vrienden en familieleden, waarvan sommigen helemaal uit Hawaii en anderen helemaal uit Londen waren gekomen.