Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w66 1/10 blz. 579-580
  • „Volg mij”

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • „Volg mij”
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1966
  • Vergelijkbare artikelen
  • „Zij volgden hem”
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1967
  • „Komt achter mij en ik zal u vissers van mensen maken”
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1980
  • Waarom moeten we „de Christus” volgen?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2009
  • ’Maak discipelen, hen dopende’
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1973
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1966
w66 1/10 blz. 579-580

„Volg mij”

DIT waren de gebiedende woorden die de oren van twee broers troffen toen zij druk met hun dagelijkse werkzaamheden bezig waren. En zij gehoorzaamden en lieten hun werk als vissers onmiddellijk in de steek om de spreker te volgen.

Wie zou met zoveel vertrouwen kunnen gebieden? Wie kon zijn luisteraars ertoe inspireren alles waaraan zij gehecht waren voor iets nieuws in de steek te laten? De spreker was hun reeds goed bekend, want Johannes de Doper had hun verteld dat hij „het Lam Gods” was. Geruchten van zijn verbazingwekkende wonderen hadden zich door geheel Galiléa verspreid. Ja, het was de stem van Jezus van Nazareth, en deze mannen wisten reeds in hun hart dat hij de beloofde Messias was. — Joh. 1:36.

In plaats van een dergelijk gebod thans te gehoorzamen, is de meerderheid der mensen niet van plan ook maar iemand te volgen. Zij geven er de voorkeur aan door hun eigen grillen en verlangens geleid te worden, of deze voor hen zelf en anderen schadelijk zijn of niet. Zij willen het gevoel hebben dat zij volkomen onafhankelijk zijn, dat zij geen behoefte aan iemands leiding hebben. Zij beweren dat zij uit het leven willen halen wat er te halen valt, en de enige manier die ze kennen is, voet te geven aan hun eigen zelfzuchtige impulsen. Toch slagen zij er niet in blijvend geluk en vrede des geestes te verkrijgen. Zij ontdekken dat zij wind hebben nagejaagd.

Natuurlijk zijn er thans tallozen die beweren aan het bovenstaande bevel te hebben voldaan. Zij noemen zich „volgelingen” van Christus, maar als wij hun handelwijze vergelijken met die van Petrus en Andreas, die negentienhonderd jaar geleden gehoor gaven aan hetzelfde gebod, bemerken wij een groot verschil. — Matth. 4:19, SV; LV.

Petrus en Andreas volgden Jezus niet alleen zolang hij in het vlees was, maar zij bleven hem zelfs na zijn dood volgen. Hoe? Door het soort van leven te leven dat hij leefde; door het grote predikingswerk voort te zetten waarmee hij was begonnen toen hij nog bij hen was; door dezelfde opvatting over wereldse mensen en instellingen over te nemen die hij erop nahield; door ’nauwkeurig in zijn voetstappen te treden’. — 1 Petr. 2:21.

Die discipelen wisten dat Jezus’ gebod niet inhield dat zij louter waarnemers zouden zijn van wat hij zei en deed. Zij moesten navolgers van hem worden, want hij verklaarde dat hij hen „vissers van mensen” zou maken. Dat zij de aangelegenheid zo hebben opgevat, wordt door het bijbelse verslag over de wijze waarop zij van hem leerden, hem nadeden en hun leven hervormden volgens het voorbeeld dat hij gaf, bewezen.

In de eerste eeuw waren degenen die Jezus volgden verlangend opgeleid te worden en met hem in zijn predikingsveldtocht te delen. Zelfs getrouwde mensen zoals Petrus, en huisvaders zoals Filippus de evangelieprediker, gaven van ganser harte gehoor en volgden Jezus’ voorbeeld (1 Kor. 9:5; Hand. 21:8, 9). Degenen die gezinsverplichtingen hadden, verwaarloosden hun gezinnen niet als zij uittrokken om te prediken. Neen, zij kweten zich van hun plichten ten opzichte van hun gezinnen, maar zij reserveerden ook tijd om het voorbeeld van Jezus te bestuderen en vervolgens voor zover zij konden in zijn predikingsveldtocht te delen. Zij „volgden” werkelijk hun Meester.

Deze eerste christenen lieten zich niet afschrikken door Jezus’ waarschuwing dat degenen die hem volgden erop voorbereid moesten zijn zich veel aangename dingen te ontzeggen, hun bezittingen moesten aanwenden voor het bevorderen van het Koninkrijkswerk en bereid moesten zijn ontberingen te verduren (Matth. 16:24-26; 19:16-21; Luk. 9:58). Zij waren verlangend om zijn volgelingen te zijn. Zelfs toen zij werden gewaarschuwd dat zij vader en moeder niet moesten laten voorgaan bij hun loyaliteit ten opzichte van Christus, bleven zij getrouw. Was dit ten slotte niet Gods eigen Zoon, en had God hem niet aangesteld om Koning te zijn over alle mensen die eeuwig leven zullen krijgen? Er kon stellig geen sprake zijn van enig werkelijk verlies door zijn gebod te gehoorzamen en aan de wonderbaarlijke gelegenheid hem te volgen gehoor te geven!

De naakte werkelijkheid is dat mensen die in deze twintigste eeuw menen dat zij zich geen kleine gemakken, hobbies, persoonlijke belangen in het leven en de vrijheid precies te doen wat zij zelf willen, kunnen ontzeggen, nooit, zolang zij deze geesteshouding hebben, werkelijk volgelingen van Christus kunnen zijn. Toe te laten dat enig ander doel in het leven wedijvert met het doel dat Jezus hem voor ogen heeft gesteld, betekent dat men zich zelf ongeschikt maakt als volgeling van Gods Zoon, die Hoogverhevene, die heeft gezegd: „Ik ben de weg en de waarheid en het leven.” — Joh. 14:6.

Hem na te volgen betekent, naar zijn onderwijs te luisteren en de zin ervan te begrijpen, er naar te streven dat onderwijs aan anderen te verbreiden, terwijl wij in ons dagelijks leven altijd hetzelfde goede gedrag handhaven dat hij als voorbeeld stelde. Daar stonden de christenen uit de eerste eeuw om bekend. Zij werkten met hun handen en voorzagen in hun dagelijkse behoeften, maar zij lieten niet toe dat andere activiteiten in hun leven belangrijker werden dan een aandeel te hebben aan de prediking van de Koninkrijksboodschap en de zorg voor hun medechristenen.

Thans zijn er voor mannen, vrouwen en jonge mensen zelfs nog meer gelegenheden Jezus’ gebod ter harte te nemen en waarlijk zijn volgelingen te worden. Er kan in onze tijd even prompt en geestdriftig op de opwindende woorden „Volg mij” worden gereageerd als de apostelen deden, en met dezelfde gezegende resultaten. M. Larson, een der bestuurders van de Watchtower Bible and Tract Society of New York, Inc., die dit feit goed besefte, gebruikte, toen hij op 27 februari van dit jaar een klas afstuderende zendelingen van de Wachttoren Bijbelschool Gilead toesprak, als thema het gebod van Jezus: „Volg mij.” Hij zei onder andere: „U wilt in uw toewijzing getrouwe zendelingen zijn en de prijs van eeuwig leven ontvangen. Dat is uw doel. U kunt het verwezenlijken door uw Gids, Christus Jezus, te volgen, en door Gods Woord en zijn organisatie trouw te blijven.”

Deze woorden zijn evenzo op alle huidige volgelingen van Christus van toepassing, want waar een christen zich ook bevindt, er is altijd een toewijzing voor hem om zich toe te rusten voor het predikings- en onderwijzingswerk. Het zal de christen helpen iedere dag te beginnen met gebedsvol aandacht te schenken aan de diepte van betekenis die in dat bevel, „Volg mij”, ligt opgesloten. Hij zal in zijn leven voortdurend nog meer wegen vinden om het schitterende voorbeeld van Hem die dat gebod uitvaardigde, toe te passen. Er kan geen groter voorrecht zijn dan dat wat erin bestaat nauwkeurig in de voetstappen van Gods eigen geliefde Zoon te treden.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen