Help mensen bij hun pogingen uit dit kromme geslacht gered te worden
ALS opgedragen christelijke getuigen van Jehovah hebben wij de waarheid van Gods Woord gehoord en begrepen en hebben wij er in overeenstemming mee gehandeld. Wij kunnen van de waarheid getuigen van Jezus’ uitspraak: „Gij zult de waarheid kennen en de waarheid zal u vrijmaken.” Nu wij zelf zijn vrijgemaakt, rust op ons de verplichting als boodschappers van bevrijding dienst te verrichten en tot allen die maar willen horen, te zeggen: „Wordt gered uit dit kromme geslacht.” — Joh. 8:32; Hand. 2:40, NW.a
Ja, evenals de in Babylon vertoevende joden die in 537 v.G.T. als gevolg van het bevel van Kores werden bevrijd, en evenals de joden die in de dagen van Jezus en zijn apostelen van hun gevangenschap aan valse religie werden verlost doordat de waarheidsboodschap tot hen werd gepredikt, zijn wij in deze tegenwoordige tijd bevrijd. In de jaren na 1870 werden reeds de eerste stappen in deze richting gedaan, maar toen wij gedurende de Eerste Wereldoorlog in gevangenschap geraakten aan het hedendaagse Babylon, het wereldrijk van valse religie, en gedurende een profetische periode van „drie en een halve dag” als het ware dood op de straten van Babylon lagen, kregen wij een terugslag te incasseren. — Openb. 11:2-11, NW.
In 1919 werd Jehovah’s geest echter op ons uitgestort; er werd ons nieuw leven ingeblazen en wij werden uit de Babylonische ballingschap bevrijd. De volgende profetie, die reeds twee voorgaande vervullingen had gehad, namelijk in 537 v.G.T. en vanaf 33 G.T., was destijds van toepassing. „Hoe lieflijk zijn op de bergen de voeten van degene die goed nieuws brengt, die vrede verkondigt, die goed nieuws brengt van iets beters, die redding verkondigt, die tot Sion zegt: ’Uw God is koning geworden!’” — Jes. 52:7, NW.
Welk bewijs bestaat ervoor dat wij destijds werkelijk werden bevrijd? Het feit dat wij ons in Jehovah verheugen, zoals in Jesaja 52:8-12 staat opgetekend, is één bewijs. Een ander bewijs is onze wereldomvattende activiteit: in 194 landen en eilanden in de wereldzeeën wordt het goede nieuws van Gods opgerichte koninkrijk gepredikt en dat door ruim een miljoen verkondigers. Bovendien vormt juist het feit dat Satan ons bestrijdt, zoals in Openbaring 12:17 (NW) was voorzegd, er een bewijs van dat wij zijn bevrijd, want zou hij oorlog tegen ons voeren wanneer wij ons nog steeds in hulpeloze gevangenschap zouden bevinden? — Matth. 24:14, NW.
Zeer veel mensen zullen er gebelgd over zijn dat wij hen bezoeken met de oproep: „Wordt gered uit dit kromme geslacht.” Wellicht zijn zij, evenals de joden in Jezus’ dagen dit waren, trots op hun religieuze erfdeel; ook is het mogelijk dat zij trots zijn op hun regeringsvorm. Toch verkeren zij in gevangenschap. In de eerste plaats verkeren zij in gevangenschap aan valse religie, en dit geldt ook voor de communisten, want zij hebben eveneens een religie, de religie van het communisme. Meer dan dat, zij verkeren in gevangenschap aan zonde, zoals Jezus heeft gezegd: „Al wie zonde doet, is een slaaf van de zonde.” En al zulke personen verkeren eveneens in gevangenschap aan „de god van dit samenstel van dingen”, door wie zij zijn verblind, zoals wij lezen: „De gehele wereld ligt in de macht van de goddeloze.” — Joh. 8:34; 2 Kor. 4:4; 1 Joh. 5:19, NW.
Het is zeer dringend dat wij deze waarschuwing als Gods boodschappers van bevrijding laten weerklinken. Zijn wij hiervan doordrongen en handelen wij in overeenstemming met dit besef? De val van Babylon de Grote is een voorteken van haar vernietiging, evenals Babylon uit de oudheid werd vernietigd nadat ze was gevallen. Alleen zal de vernietiging van Babylon de Grote in onze tijd geen eeuwen op zich laten wachten; deze zaak zal in slechts enkele korte jaren zijn beslist, zoals Jezus te kennen gaf toen hij betreffende onze tijd zei: „Als nu deze dingen beginnen te geschieden, richt u dan rechtop en heft uw hoofd omhoog, omdat uw bevrijding nabijkomt. Voorwaar, ik zeg u: Dit geslacht zal geenszins voorbijgaan totdat alle dingen geschieden.” — Luk. 21:28, 32, NW.
De vele „Woord der waarheid”-districtsvergaderingen die het afgelopen jaar zijn gehouden, hebben ertoe bijgedragen dat er een groot getuigenis werd gegeven met betrekking tot Jehovah’s naam en koninkrijk en hebben alle leden van Jehovah’s volk die aanwezig konden zijn, buitengewoon verkwikt. Wat wij op deze grote vergaderingen hebben geleerd, willen wij niet zelfzuchtig voor ons zelf behouden; wij willen deze kennis met anderen delen en aldus blijk geven van waardering voor dit grootse geestelijke feest, terwijl wij tevens bewijzen dat wij er voordeel van hebben getrokken door geen vergeetachtige hoorders, maar daders van Gods Woord te zijn. Laten wij het goede nieuws van bevrijding derhalve van huis tot huis bekendmaken en allen die rechtvaardigheid liefhebben, de waarschuwing geven dat zij dit kromme geslacht moeten ontvluchten door hun banden met Babylon de Grote te verbreken, omdat zij anders in haar zonden zullen delen en van haar plagen zullen ontvangen. „Indien gij deze dingen weet, gelukkig zijt gij als gij ze doet.” — Joh. 13:17, NW.
[Voetnoot]
a Zie voor verdere details De Wachttoren van 1 mei 1964.