’Zij zullen ook ú vervolgen’ [IV]
VAN de elf landen waar Jehovah’s getuigen met grote moeilijkheden hebben te kampen om hun aanbidding en dienst voor God te kunnen blijven vervullen, zijn er nog enkele in Oost-Europa die wij in onze vorige artikelen van deze serie niet hebben besproken. Wij willen daarom nu het werk van Jehovah’s getuigen gaan bezien in
Polen: Ondanks de lange tijd dat het werk van Jehovah’s getuigen hier verboden is, hebben de broeders in Polen het afgelopen jaar steeds het Woord van God met vrijmoedigheid gepredikt. Velen hebben zij met de boodschap bereikt, hoewel de autoriteiten grote krachtsinspanningen in het werk hebben gesteld om hun activiteiten aan banden te leggen. Wanneer aan de politie wordt doorgegeven dat de verkondigers van het goede nieuws met de prediking in het veld bezig zijn, worden zij meegenomen naar het politiebureau, waar hun persoonlijke gegevens worden genoteerd en een onderzoek naar hun activiteit wordt ingesteld. Zij worden dan een paar uur lang in arrest gehouden, of ook wel één of twee dagen, maar dan weer losgelaten zonder dat zij voor enige telastlegging worden gedagvaard.
De verkondigers wijzen er de functionarissen op dat de wet voorziet in vrijheid van aanbidding voor alle burgers, hetgeen het recht inhoudt met anderen over zijn geloof te spreken, en dat het wettig is Gods Woord te verkondigen. In de regel erkennen de politiebeambten dit en laten zij de verkondigers gaan, maar sommigen hebben van hun jeugd af een religieus vooroordeel, hoewel zij communisten zijn, en dezen treden heftiger op. Vaak horen de verkondigers hen zeggen: „Wij zullen het jullie moeilijk maken!”, hetgeen hun echter geen angst aanjaagt. Zij veranderen dan eenvoudig van gebied, en de politie is tot het besef gekomen dat ze hen niet het zwijgen kan opleggen.
Een jongeman was ervan overtuigd dat er onder de rooms-katholieke bevolking velen waren die evenals hij hun religie ernstig opvatten, en dat hij niets anders nodig had. De verkondiger nodigde hem uit hem te vergezellen bij het predikingswerk van huis tot huis, om zelf eens te zien dat de mensen niet veel goeds van hun religie hadden ondervonden en dat er overal een gebrek aan geloof was. De volgende zondag ging hij mee. De eerste huisbewoner vertelde hun botweg dat hij helemaal geen geloof meer had nadat hij het gedrag van de geestelijkheid had opgemerkt. In een ander huis greep de jonge huisbewoonster een worst van de tafel en zei: „Dit is mijn koninkrijk.” Aan een andere deur vertelde hun een man dat hij net uit de kerk kwam. Toen de verkondiger hem prees wegens zijn belangstelling voor Gods Woord, kreeg hij ten antwoord dat hij alleen maar om zijn buren naar de kerk ging. Deze ervaring maakte zo’n diepe indruk op de jongeman, dat hij zijn bezwaren liet varen, en nu kon de verkondiger een bijbelstudie met hem beginnen.
Enige tijd geleden kwam in een zekere stad de secretaris van de communistische partij in de waarheid. Zijn positie werd aan twee anderen gegeven, maar dezen bleken heel weinig activiteit aan de dag te leggen. Een jaar later werden alle partijleden bij elkaar geroepen. Toen hun werd gevraagd waarom er geen activiteit was, had ieder van hen een excuus. Ook stelde men hun de vraag of hun vroegere secretaris hen soms had beïnvloed, maar zij hadden hem al die tijd niet gesproken. Aan het eind van de vergadering werd besloten de plaatselijke partij-organisatie te ontbinden. De stad had nu echter een dienstcentrum voor de prediking gekregen.
Het aankweken van de vruchten van de geest spreekt soms een duidelijker taal dan een menigte woorden. Een dame kreeg thuis bijbelstudie, maar toen haar man dit vernam, werd hij een felle tegenstander. Zij kreeg nu een harde behandeling van hem te verduren, maar zij hield vol. Te zijner tijd werd zij een verkondigster. Hij is nu eveneens een ijverige verkondiger. Wat was er namelijk gebeurd? Het gedrag van zijn vrouw en van degenen die haar bezochten, maakte diepe indruk op hem. Vaak luisterde hij stiekem af waarover zij spraken. Op een keer klaagde zijn vrouw bij de verkondigster over de slechte behandeling die hij haar gaf. De verkondigster vertelde haar echter dat zij niettemin moest trachten een goede vrouw voor hem te zijn. En dat deed zij. Toen het volgende nabezoek werd gebracht, was hij ook aanwezig en had heel wat vragen. Daarna sloeg hij geen studie meer over en dit hielp hem snelle vorderingen te maken.
Men dient nooit de mening toegedaan te zijn dat het nutteloos is met iemand die er niet dadelijk mee instemt, over de waarheid te spreken. Bij een geïnteresseerd echtpaar werd een nabezoek gebracht door een verkondiger. Een jongeman die daar op visite was, bleek een uitgesproken atheïst te zijn. De verkondiger moest nu wel verandering in zijn aanbieding aanbrengen om de argumenten van de bezoeker te weerleggen. Hij bewees het bestaan van God, zijn scheppingswerken en zijn zorg voor zijn schepselen; bovendien legde hij Gods voornemen uit, maar klaarblijkelijk zonder succes, want de atheïst hield tot het einde van de bespreking aan zijn theorieën vast. Hij vroeg echter of hij nog eens een bespreking met de broeder mocht hebben, en dit gebeurde. Hij kreeg een bijbel en de brochure „Basis voor geloof in een nieuwe wereld” en veranderde volkomen van gedachten. Zijn collega’s vragen zich nu af waardoor deze erkende atheïst een verkondiger van het Woord van God is geworden.