Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w65 15/9 blz. 547-548
  • Komt u op voor wat juist is?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Komt u op voor wat juist is?
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1965
  • Vergelijkbare artikelen
  • Jehovah tot onze God maken
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2005
  • Vat moed! — Het millennium is nabij
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1980
  • Jehovah beloont geloof en moed
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1988
  • Moed ter overwinning van religieuze tegenstand
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1962
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1965
w65 15/9 blz. 547-548

Komt u op voor wat juist is?

VAN alle kanten worden godvrezende mensen ertoe gedwongen dingen te doen waarvan zij weten dat ze verkeerd zijn. Zo kan het een algemene handelsgewoonte zijn klanten af te zetten door hun een valse voorstelling van zaken te geven met betrekking tot de produkten die men verkoopt of door hun zekere diensten te beloven die men niet nakomt. Indien u zaken doet, hebt u dan de moed en rechtschapenheid om eerlijk handel te drijven, ook al brengt het u financieel niet zoveel op?

De jeugd weet dat het verkeerd is om op school te spieken, toch maken velen zich hieraan schuldig. Uit een onlangs gehouden onderzoek waarbij 5000 studenten van negenennegentig universiteiten werden ondervraagd, bleek dat bijna de helft toegaf dat zij zich in min of meerdere mate aan spieken hadden schuldig gemaakt. Hebt u als leerling of student de kracht weerstand te bieden tegen de druk dit kwaad te bedrijven?

Een christen beseft dat hij God aanbidding en trouw verschuldigd is, ongeacht wat anderen als eisen kunnen stellen. „Jehovah, uw God, moet gij aanbidden en voor hem alleen heilige dienst verrichten”, zei Jezus Christus (Matth. 4:10, NW). De apostelen van Jezus beseften hoe belangrijk het is dit gebod om God te aanbidden, te gehoorzamen en bij één gelegenheid zeiden zij derhalve tot de leden van een joods gerechtshof: „Wij moeten God als regeerder meer gehoorzamen dan mensen” (Hand. 5:29, NW). Kunt ook u de moed opbrengen de aanbidding van God op de eerste plaats te stellen wanneer u wreed vervolgd wordt?

Wat zou u doen indien de autoriteiten u zouden bevelen, evenals zij dit tot de vroege christenen hebben gezegd, „nergens meer iets te zeggen of te leren op basis van de naam van Jezus”? Zou u opkomen voor datgene waarvan u weet dat het juist is? Dat hebben de apostelen Petrus en Johannes wél gedaan. Zij antwoordden onbevreesd: „Oordeelt zelf of het in Gods ogen rechtvaardig is meer naar u te luisteren dan naar God. Maar wat ons betreft, wij kunnen niet ophouden te spreken over de dingen die wij gezien en gehoord hebben” (Hand. 4:18-20, NW). Zou u de moed hebben gehad hetzelfde te zeggen?

De hele geschiedenis door zijn mannen en vrouwen geconfronteerd met de uitdaging op te komen voor wat juist was of te zwichten onder de druk die tot doel had hun rechtschapenheid te breken. In de dagen van de bejaarde profeet Daniël bijvoorbeeld werd er een wet uitgevaardigd volgens welke het als een misdaad werd beschouwd ’een verzoek tot enige god of enig mens te richten behalve tot Darius de Perzische koning’ (Dan. 6:8 7). De straf op ongehoorzaamheid was de dood door de muilen van de leeuwen. Wat zou Daniël doen wanneer hij omtrent deze wet vernam? Wat zou u hebben gedaan?

Het bijbelse verslag vermeldt: „Zodra Daniël vernomen had, dat het bevelschrift geschreven was, ging hij naar zijn huis; . . . en drie maal daags boog hij zich neder op zijn knieën en bad en loofde zijn God, juist zoals hij dat tevoren placht te doen.” Daniël wist dat het juist en passend was tot zijn Schepper te bidden en hij had de moed op te komen voor wat hij geloofde! — Dan. 6:11-29 10-28.

Zulke voorbeelden van getrouwheid treffen wij niet alleen in lang vervlogen tijden aan. Ook in onze tijd zijn veel dienstknechten van God opgekomen voor wat juist is, in nazi-Duitsland bijvoorbeeld, waar van burgers werd geëist dat zij Hitler heil toeschreven en de Staat onvoorwaardelijke trouw gaven. Door een doelbewuste propagandacampagne was de meerderheid van de natie ertoe gebracht te geloven dat het juist was aan zulke vereisten te voldoen. Maar hoe zouden ware christenen een man de eer kunnen geven die alleen God toekomt? Hoe zouden zij hun leven kunnen geven ter ondersteuning van de zucht van de Staat naar heerschappij? Zij zouden dit niet kunnen doen en dan ook nog God op juiste wijze kunnen aanbidden. Dit bracht een zware beproeving voor hen met zich mee.

Sta eens stil bij het geval van de jonge Herbert Walter, die met zijn familie een grote boerderij bewoonde in Silezië, destijds een deel van Oost-Duitsland. Hij was de Schrift serieus gaan bestuderen en zag uit naar de zegeningen die Gods koninkrijk op aarde zou brengen. Zijn vader daarentegen was een trotse Duitser die, samen met zijn andere kinderen, een vurige aanhanger van Hitler was. Na verloop van tijd werd Herbert door zijn vader verstoten. Hij kreeg te horen: „Ik wil niets te maken hebben met een zoon die geen belang stelt in zijn vaderland.” Aldus werden Herbert en zijn vrouw gedwongen de boerderij te verlaten.

In 1939 werd Polen door een ’Blitzkrieg’ of bliksemoorlog onder de voet gelopen en vroeg in het jaar 1941 kreeg Herbert het bevel zich te melden bij het opleidingscentrum te Lübeck, Duitsland. Daar, te midden van patriottische ceremoniën, marcheerden recruten voort; zij legden hun hand op de vlag en zwoeren hun leven te zullen geven voor ’Führer’ en vaderland. Het ogenblik was aangebroken. Herbert wist dat het zou komen. Wat zou hij doen? Zijn familie en vrienden hadden er bij hem steeds weer op aangedrongen zijn „krankzinnige religie” vaarwel te zeggen. Zouden hun verzoeken hem nu tot andere gedachten brengen? Toen hem gevraagd werd waarom hij weigerde trouw te zweren, antwoordde hij: „Mijn leven behoort Jehovah God toe en ik heb er het recht niet toe het aan een ander te geven. Ik heb reeds trouw gezworen aan Gods koning Christus Jezus, die mijn Heer is.”

Er werd onmiddellijk handelend opgetreden. Een snelle berechting vond plaats en hij werd ter dood veroordeeld. Terwijl hij op 8 mei 1941 in zijn cel wachtte, gebruikte Herbert zijn laatste ogenblikken om degenen die hij achterliet te schrijven. In het kort vertelde hij dat hij voor zonsopgang zou worden onthoofd en tevens probeerde hij hun te verklaren waarom hij moest opkomen voor wat hij geloofde. Na afloop van de terechtstelling werd hiervan in zijn woonplaats openbaar mededeling gedaan.

Herberts zuster werd onlangs de vraag gesteld: „Hoe stond u er eerst tegenover dat uw broer onthoofd was?” „Ik en mijn familie schaamden ons diep. Wij vonden het een schande dat hij als een landverrader was veroordeeld”, antwoordde zij. „Maar hoe staat u er nu tegenover?” „Ik ben erg trots op hem. Ik ben zo blij dat hij het juiste heeft gedaan en geen compromis heeft gesloten.” Dit waren de woorden die de zuster van Herbert sprak tot een gehoor van christenen ergens in het westen van de Verenigde Staten, waarheen zij met haar gezin was verhuisd. Na al deze jaren aanvaardde zij een bijbelstudie en in navolging van het voorbeeld van haar thans geliefde broer liet zij zich als symbool van haar opdracht om Jehovah God, Degene die hen beloont die hem ernstig zoeken en hen zelfs uit de dood opwekt, dopen.

Het is niet altijd gemakkelijk op te komen voor wat juist is. U kunt zelfs kans lopen met pijniging en de dood bedreigd te zullen worden. Houd Gods belofte van een opstanding in gedachten. Vat moed! U kunt opkomen voor wat juist is.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen