’Zij zullen ook ú vervolgen’ (II)
NA IN het eerste artikel van deze serie Albanië, Bulgarije en Tsjechoslowakije besproken te hebben, willen wij nu vervolgen met een verslag over de activiteiten van Jehovah’s getuigen in een ander Oosteuropees land en wel het volgende:
Oost-Duitsland: De getuigen van Jehovah in Oost-Duitsland worden door de communistische autoriteiten scherp in het oog gehouden, maar in het afgelopen dienstjaar is er betrekkelijk weinig rechtstreekse inmenging geweest. Er zitten ongeveer zeventig getuigen van Jehovah in Oostduitse gevangenissen. Naar verluidt, hebben er vorig jaar slechts negen nieuwe arrestaties plaatsgevonden, terwijl er achtenveertig personen in vrijheid werden gesteld.
Ongeveer tegen het eind van het dienstjaar werden vier Getuigen, die sinds 1950 gevangen hadden gezeten, vrijgelaten en naar West-Duitsland gestuurd. Twee van hen waren leden van de Bethelfamilie in Maagdenburg geweest, de andere twee waren een gemeentedienaar en een pionier. Toen zij door de communisten waren veroordeeld, hadden zij levenslang gekregen, maar later waren de vonnissen veranderd in vijftien jaar strafgevangenis. Zij hadden altijd in Oost-Duitsland gewoond en hoewel de communistische autoriteiten bijna iedere Oostduitser die naar het Westen wil verhuizen, met geweld hiervan weerhouden, werden deze vier broeders na hun vrijlating naar West-Duitsland gestuurd. Er werd hun verteld dat hun organisatie om hen had gevraagd. De laatste keer dat het Wachttorengenootschap de communisten het verzoek deed de Getuigen die in de gevangenis zaten, vrij te laten, namen Jehovah’s getuigen over de gehele wereld een resolutie aan die aan de regering van de Sowjet-Unie werd aangeboden; dit gebeurde in 1956 en 1957.
Ook gedurende het naziregime hadden deze vier broeders al in de gevangenis gezeten en in totaal zijn zij ter wille van de waarheid 23 jaar van hun vrijheid beroofd geweest. Wat vormt hun geval een schitterend verslag van geloof in Jehovah en de wijze waarop hij bevrijdt! Zij hadden niet gedacht ooit nog eens naar West-Duitsland te kunnen komen, met hun broeders op grote congressen bijeen te kunnen zijn en de organisatie „bovengronds” te zien werken, en wat zij thans ervaren, overtreft derhalve hun stoutste verwachtingen.
De man van een vrouwelijke getuige van Jehovah was bij de politie werkzaam. Er werd hem de raad gegeven bij zijn vrouw vandaan te gaan, daar hij anders zijn betrekking zou verliezen. Hoewel hij zelf niet een Getuige was, wilde hij toch zijn vrouw niet verlaten. Hij zei dat zij hem nog nooit om haar godsdienst had verwaarloosd maar altijd een goede vrouw voor hem was geweest. Dit leidde ertoe dat hij zijn baan verloor en nu als portier nog maar half zoveel verdient als vroeger. Zijn vrouw hoopt dat er een dag zal aanbreken waarop hij de waarheid zal leren kennen.
Door middel van een bijbelstudie had een man al een behoorlijke kennis van de waarheid verkregen, maar hij was nog steeds lid van de communistische partij. Na korte tijd stuurde hij de partij een brief waarin hij schreef welk standpunt hij innam en dat hij zich wenste terug te trekken. Op zijn werk werd een vergadering belegd waarbij zijn verklaringen in het openbaar werden besproken. Een functionaris zei dat alleen Jehovah’s getuigen als christenen een dergelijk standpunt innemen; daar men zich niet zelf uit de partij kan terugtrekken, zou hij door de partij moeten worden uitgestoten. Deze persoon, die zich voor de waarheid van de bijbel interesseerde, liet de gehele behandeling over zich heen gaan. Hij werd uitgestoten en verheugd zich er thans over dat hij vrij is om Jehovah te dienen.
Op een dag gingen een vrouwelijke getuige van Jehovah en een dame die belang stelde in de bijbelse waarheid, samen van huis tot huis prediken. Zij werden ergens door een jonge vrouw binnengenodigd en konden haar een goed getuigenis geven. Zij merkten op dat een man de kamer binnenkwam, kort luisterde en toen haastig het huis verliet. De Getuige voelde dat er gevaar dreigde. Snel beëindigde zij haar getuigenis en stapte op. Zij en haar metgezellin liepen naar het vlakbij gelegen marktplein en gingen daar op een bank zitten. Vandaar zagen zij hoe de jongeman met twee politieagenten opgewonden pratend kwam aanlopen. Het groepje splitste zich en ging op zoek in de straten, terwijl zij ook vlak bij de bank langs kwamen. De belangstellende dame had haar mantel uitgedaan en daardoor zagen de twee er heel anders uit. Zij bleven rustig op de bank zitten en vertrokken twee uur later ongedeerd naar een andere stad.
Vele verkondigers zijn in het afgelopen dienstjaar in de vakantiepioniersdienst geweest en wel omdat zij zich ervan bewust zijn dat de tijd steeds dringender wordt en de mensen gewoon op de boodschap zitten te wachten.
Zo ging ook een echtpaar met hun twee kinderen de vakantiepioniersdienst in. Zij werkten twee aan twee, waarbij de vader en de moeder elk een kind bij zich hadden. Ook de kinderen konden al korte toespraakjes houden. Zij ontmoetten een katholieke vrouw die voor de Westduitse televisie, waar Oostduitsers eigenlijk niet naar mogen kijken, een programma had gezien over het congres in München. Zij had opgemerkt hoe goed Jehovah’s getuigen met hun bijbel konden prediken. Daar zij zelf geen bijbel had, vond zij het prettig dat Jehovah’s getuigen bij haar aan de deur kwamen. Zij werd weer bezocht, er werd een bijbel bij haar achtergelaten en zij verheugt zich thans in een geregelde bijbelstudie.