Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w66 1/2 blz. 95-96
  • Vragen van lezers

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Vragen van lezers
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1966
  • Vergelijkbare artikelen
  • Mozes en Aäron bij Farao
    Mijn boek met bijbelverhalen
  • Exodus — Toen Jehovah God zichzelf bekendmaakte
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1976
  • De koperen slang
    Mijn boek met bijbelverhalen
  • Vragen van lezers
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1982
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1966
w66 1/2 blz. 95-96

Vragen van lezers

● Hoe moet iemand die Jehovah in gebed nadert, zich Jehovah voorstellen, of waar dient hij aan te denken?

In de visioenen die aan Daniël, Ezechiël en de apostel Johannes werden gegeven, wordt ons in de vorm van symbolen enig idee van de wonderbaarlijke glorie van Jehovah gegeven (Dan. 7:9, 10; Ezech. 1:26-28; Openb. 4:1-3, NW). Toch is het goed in gedachten te houden dat de Israëlieten op de dag dat Jehovah op de berg Horeb tot hen sprak, niet een bepaalde gedaante zagen. De reden hiervoor was dat Jehovah er geen behagen in schepte hen toe te staan van hem een bepaalde afbeelding, „een gesneden beeld te maken in de gedaante van enigen afgod: een afbeelding van een mannelijk of vrouwelijk wezen; een afbeelding van een of ander dier op de aarde”. — Deut. 4:15-19.

Wat christenen betreft, wij kunnen ons niets voorstellen wat ook maar enigszins op de gedaante van Jehovah zou lijken, alhoewel wij tijdens het bidden wél aan bijbelse visioenen zouden kunnen denken. Houd in gedachten dat „God . . . een Geest [is]” (Joh. 4:24, NW). Het is daarom veel beter tijdens het bidden aan Jehovah’s heerlijkheid en zijn wonderbaarlijke eigenschappen te denken dan te trachten ons een beeld van hem te vormen. Door de bijbel te bestuderen, hebben wij geleerd hoe Jehovah in het verleden op een machtige wijze met zijn volk heeft gehandeld en wij kennen zijn rechtvaardige en liefdevolle regelingen voor de toekomst. Door hier geloof in te stellen, hebben wij geen behoefte aan afbeeldingen of voorstellingen wanneer wij Jehovah in gebed naderen. „Wij wandelen door geloof, niet door aanschouwen” (2 Kor. 5:7, NW). Denk aan Jehovah als onze hemelse Vader, die liefderijk en barmhartig is, die onze beperkingen begrijpt en die naar ons luistert wanneer wij overeenkomstig zijn wil en in de naam van Jezus Christus op de juiste wijze en om de juiste dingen bidden. — Joh. 14:6, 14; 1 Joh. 5:15, NW.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen