Attent gemaakt op voorwerpen die van spiritisten afkomstig waren
EEN getuige van Jehovah die bij een jonge vrouw in Yellowknife, in Canada, een bijbelstudie oprichtte, vertelde de volgende ervaring: „Ik heb herhaaldelijk geprobeerd de echtgenoot van deze jonge vrouw voor onze studie te interesseren. Hoewel hij zich hiertegen verzette, bleef hij toch een beleefd gastheer. Zijn vrouw vertrouwde mij toe dat hij zich af en toe met spiritistische praktijken bezighield, en dat hij zich dan voor van alles en nog wat, van het zoeken naar een baan tot het oplossen van echtelijke problemen, tot mediums wendde. Ik dacht er helemaal niet aan dat dit voor mij van betekenis zou kunnen zijn; alle demonische activiteiten schenen ver van mij verwijderd.
Na verloop van tijd rezen er ernstige echtelijke moeilijkheden tussen deze jonge vrouw en haar man. Bij twee gelegenheden deed hij een aanslag op haar leven en dat van hun kind. Wij gaven haar geestelijke bijstand, wat hem verschrikkelijk ergerde. Zij bleef bij hem wonen. Later besloten zij een reis naar hun vaderland Italië te maken, en het zag er naar uit alsof er een verzoening tot stand was gekomen.
Toen zij van hun vakantie terugkwamen, namen zij een prachtig cadeau voor mij mee, een muziekdoos in de vorm van een gondel waarin een gondelier en ballerina voeren. Hij gaf het mij en vertelde erbij dat het in zijn land werd gebruikt om er ’geluk’ in het huwelijk mee uit te beelden. Ondanks zijn spiritistische achtergrond hechtte ik geen diepere betekenis aan zijn verklaring over het ’geluk’ dat het zou aanbrengen.
Spoedig daarna begon ik ziek te worden. Mijn ziekte werd steeds ernstiger, totdat mijn ledematen verstijfden en mijn rug krom ging staan, zodat ik niet meer kon lopen. Na herhaaldelijk door de dokter onderzocht te zijn, die geen fysieke oorzaak kon ontdekken, werd ik voor observatie naar het ziekenhuis gestuurd, waar men mij geheel tot rust wilde laten komen. Als gevolg van een langdurige bedrust en zware gewichten, trok mijn rug weer recht, waarna ik uit het ziekenhuis werd ontslagen. De doktoren deelden mij nog mee dat zij, ondanks alle uitgebreide onderzoekingen, geen aanwijsbare oorzaak voor mijn kwaal hadden kunnen ontdekken.
Daar ik het bed moest blijven houden, had ik veel tijd om te lezen, en ik begon met het 1964 Yearbook of Jehovah’s Witnesses, dat wij net hadden ontvangen. Op bladzijde 229 van het Yearbook las ik de ervaring uit Nieuw-Brittannië, over een zuster die als gevolg van demonische activiteiten ziek was geworden omdat zij in het bezit was van een ’geluksarmband’ met afbeeldingen van hoefijzers, klavertjes van vier, enzovoort. Ik stapte onmiddellijk mijn bed uit en liep zo hard ik kon naar de andere leden van het gezin om hun deze ervaring hardop voor te lezen. Wij zagen allemaal de overeenkomst tussen genoemde ervaring en de onze. Vooral ik zag deze overeenkomst heel duidelijk in, omdat ik drie maal had meegemaakt dat mijn bed schudde; aangezien ik niet besefte wat dat betekende, had ik het aan mijn ziekte en aan mogelijke zwakte toegeschreven.
Wij stelden vast dat er in ons huis iets moest zijn door middel waarvan de demonen activiteit ontplooiden. Plotseling dachten wij aan de ’geluk aanbrengende’ muziekdoos. Nadat wij deze aangelegenheid in gebed aan Jehovah hadden voorgelegd, haalde mijn man deze speeldoos uit onze slaapkamerkast en verbrandde hem onmiddellijk. De volgende dag begon ik mij beter te voelen. In de twee weken die hierop volgden, reisden wij naar de kringvergadering in een andere stad en weer terug — een reis die vele uren in beslag nam — zonder dat de symptomen van mijn vroegere ziekte zich ook maar één keer voordeden. Het herstel was spontaan opgetreden en volledig. Wat ben ik Jehovah en zijn organisatie dankbaar dat deze ervaring in het Yearbook werd opgenomen, zodat wij er op attent gemaakt werden dat een ’geluksvoorwerp’ ons met de demonen in contact bracht.”
Met het oog op wat in Jesaja 65:11 over de schikgoden Gad en Meni wordt gezegd, moeten voorwerpen die speciaal zijn gemaakt om „geluk” aan te brengen, als instrumenten worden beschouwd die tot de valse religie behoren.
Een getuige van Jehovah in Californië schreef de volgende ervaring: „Een collega vertelde mij hoe hij om één uur ’s nachts wakker was geworden doordat een ’arm’ zijn slaapkamerraam binnenstak en aan de jaloezieën begon te rammelen met de kennelijke bedoeling hem van streek te brengen. Zijn vrouw zag en hoorde dit ook. Zijn vrouw en hij hadden al meer van dergelijke ervaringen opgedaan, maar hij durfde er met niemand over te spreken, uit vrees dat hij zou worden uitgelachen. Ik had al eerder getuigenis aan hem gegeven, vandaar dat hij vertrouwen in mij stelde. Onmiddellijk moest ik aan het artikel in De Wachttoren van 15 september 1963, over ’Goddeloze geestelijke krachten weerstaan’ denken, en ik nam een exemplaar voor deze man mee. Hij las het artikel met grote blijdschap. Dadelijk ruimde hij alle voorwerpen in het huis op die ook maar iets met demonisme te maken hadden. Hiertoe behoorden een Ouija-bord en het boek van zijn vrouw over astrologie. Alles werd prompt in de kachel gegooid en verbrand. Deze persoon is sindsdien nooit meer door de demonen lastig gevallen en er werd bij hem thuis een bijbelstudie opgericht.”